Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6408

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-07-2020
Datum publicatie
29-07-2020
Zaaknummer
8506429 VZ VERZ 20-9011
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

diefstal in dienstbetrekking, zero-tolerance-beleid, ontslag op staande voet bevestigd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0874
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8506429 VZ VERZ 20-9011

Uitspraak: 23 juli 2020

Beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[naam verzoekster] , hierna: ‘ [naam verzoekster] ’,

wonende te [woonplaats verzoekster] ,

verzoekster,

tevens verweerster in het voorwaardelijk gedaan tegenverzoek,

gemachtigde: mr. S.A. Chedie te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACTION NEDERLAND B.V., hierna: ‘Action’,

gevestigd te Zwaagdijk-Oost,

verweerster,

tevens verzoekster in het voorwaardelijk gedaan tegenverzoek,

gemachtigde: mr. L. Bijl te Hoorn.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift, met producties, van [naam verzoekster] , op 11 mei 2020 ter griffie ontvangen;

  • -

    het verweerschrift tevens houdende een voorwaardelijk tegenverzoek, met producties, van Action;

  • -

    de akte van Action, met aanvullende producties;

  • -

    de akte van [naam verzoekster] , met aanvullende producties.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad ter zitting van 2 juli 2020. Verschenen is [naam verzoekster] in persoon, bijgestaan door mr. S.A. Chedie als haar gemachtigde. Namens Action zijn verschenen de heer [naam 1] , regiomanager, en mevrouw [naam 2] , HR adviseur, bijgestaan door de gemachtigde van Action, mr. L. Bijl.

1.3

Beide gemachtigden hebben het standpunt van de eigen partij mondeling toegelicht. Daarbij heeft de gemachtigde van [naam verzoekster] het verzochte gewijzigd en verminderd en heeft de gemachtigde van Action een aantal door haar zo genoemde ‘bankafschriften’ in het geding gebracht. Ook partijen zijn in de gelegenheid gesteld een mondelinge toelichting te geven. Van hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft de griffier aantekening gehouden.

1.4

De datum voor deze uitspraak is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten, nu deze enerzijds zijn gesteld dan wel blijken uit de overgelegde stukken en anderzijds zijn erkend dan wel niet althans niet (voldoende) gemotiveerd zijn bestreden:

2.1

Action exploiteert een winkelketen in voornamelijk non-food artikelen. Zij hanteert een discountformule, hetgeen betekent dat artikelen tegen een lage prijs of in de reclame aan consumenten worden verkocht.

2.2

[naam verzoekster] is per 17 april 2017 in dienst getreden van Action. Het dienstverband is nadien verlengd voor onbepaalde tijd.

2.3

De functie van [naam verzoekster] bij Action is (was) die van Assistent Bedrijfsleider in het Action-filiaal te Rotterdam, laatstelijk tegen een bruto vierwekenloon van € 1.680,63, exclusief emolumenten, waaronder vakantietoeslag.

2.4

Op grond van artikel 7.1 van de arbeidsovereenkomst maken de door Action aan [naam verzoekster] verstrekte huisregels zoals vermeld in de personeelswijzer onderdeel uit de van arbeidsovereenkomst. In de personeelswijzer is voor zover thans relevant het volgende bepaald:

“(…)

Fraudebeleid

Bij Action vinden we het belangrijk dat we elkaar kunnen vertrouwen. (…) Wanneer er diefstal, verduistering, bedrog, vervalsing van administratie, het moedwillig ontduiken van voorschriften en procedures (…) heeft plaatsgevonden, dan beëindigt Action het dienstverband, het zogenaamde ontslag op staande voet. (…)

Het Waarschuwingsregister Detailhandel

Action is deelnemer van Het Waarschuwingsregister Detailhandel. Een integriteitstoets is daarom onderdeel bij indiensttreding. Op het moment dat het dienstverband bij Action wegens een dringende reden wordt beëindigd, worden de werknemer gegevens – onder andere ten behoeve van andere werkgevers in de detailhandel – hierin opgenomen. Dit houdt in dat een dienstverband bij Action binnen acht jaar na plaatsing in het register niet mogelijk is. Ook wordt de kans op een vervolgbaan bij overige deelnemers van het waarschuwingsregister sterk verkleind.

(…)”.

2.5

In het kader van haar functie van Assistent Bedrijfsleider heeft [naam verzoekster] een uitgebreide opleiding van acht weken gevolgd. Tijdens die opleiding zijn de bij Action geldende regels omtrent personeelsaankopen aan de orde geweest, welke regels voor (assistent)bedrijfsleiders raadpleegbaar zijn op het intranet van Action (‘A-net’). Daarin is voor zover thans relevant het volgende bepaald:

“(…)

Hoe werkt de “winkel” procedure?

Als winkel medewerker ontvang je de korting uitsluitend op privéaankopen in de winkel waar je op dat moment werkzaam bent. Je kunt aankopen doen met personeelskorting gedurende de openingstijden van de winkel, maar alleen buiten werktijd en niet in pauzes. (…)

(…)

Korting wordt uitsluitend gegeven op vertoon van je klokbadge. Ook dien je je roepnaam te geven zodat de collega die afrekent kan verifiëren of deze naam overeenkomst met de gegevens op het kassascherm. De korting wordt direct aan de kassa verrekend. (…) Personeelsaankopen worden altijd op dezelfde dag afgerekend. (…)

Als je na de aankoop nog een dienst moet draaien is het belangrijk dat je de kassabon bij de artikelen bewaart omdat je deze bij een uitgangscontrole dient te overhandigen. Als dan blijkt dat een korting onterecht is genoten zal dit worden aangemerkt als fraude. Als je de aankopen de volgende werkdag weer wilt meenemen naar de winkel (bijvoorbeeld een food artikel), dien je deze bij aankomst aan je leidinggevende te tonen zodat hij/zij deze kan voorzien van een eigendomssticker. Deze eigendomssticker toont aan dat dit artikel eigendom is van jou als medewerker.

(…)”.

2.6

Op 10 maart 2020 heeft Action [naam verzoekster] op staande voet ontslagen. Zij heeft dit ontslag bevestigd bij brief van 13 maart 2020, waarin het volgende is opgenomen:

“(…)

Hiermee bevestigen wij dat wij u op 10 maart 2020 op staande voet hebben ontslagen uit uw dienstbetrekking.

De reden hiervoor is dat er is vastgesteld dat u onrechtmatig goederen van Action Nederland BV te Rotterdam heeft weggenomen ten bedrage van € 29,79 of enig ander bedrag. U heeft mondeling bekend tegenover mevrouw [naam 2] (HR Adviseur) en de heer [naam 1] (Rayonleider) dat u op 9 maart 2020 een heggenschaar zonder te betalen heeft meegenomen naar huis.

Wij beschouwen deze diefstal/verduistering in dienstbetrekking als een dringende reden voor ontslag op staande voet krachtens artikel 7:678 Burgerlijk Wetboek.

(…)

Tevens bevestigen wij u dat u een ‘ontzegging toegang winkel’ heeft voor alle Action filialen in Nederland voor de duur van twaalf maanden vanaf 10 maart 2020. Uw persoonlijke gegevens zullen worden opgenomen in het waarschuwingsregister van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel.

(…)”.

2.7

Eveneens bij brief van 13 maart 2020 heeft Action aan [naam verzoekster] medegedeeld dat haar persoonsgegevens worden opgenomen in het door Action zelf aangelegde en beheerde (interne) Incidentenregister.

3. Het geschil

3.1

[naam verzoekster] heeft na wijziging en vermindering van het verzoek verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

  1. de door Action op 10 maart 2020 gegeven opzegging te vernietigen,

  2. Action er toe te veroordelen [naam verzoekster] toe te laten om de bedongen werkzaamheden te verrichten, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, en

  3. Action er toe te veroordelen vanaf 10 maart 2020 tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn geëindigd aan [naam verzoekster] te betalen het overeengekomen loon van € 1.680,63 bruto per vier weken, vermeerderd met alle emolumenten waaronder vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente vanaf iedere datum van verschuldigdheid, dan wel

subsidiair:

aan [naam verzoekster] ten laste van Action toe te kennen een billijke vergoeding van € 10.000,-althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen vergoeding, en

zowel primair als subsidiair:

Action er toe te veroordelen de registraties in het Incidentenregister en het Waarschuwingsregister van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel ongedaan te maken, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, tot een maximum van € 1.000,-, voor elke dag na twee dagen na de datum van de te geven beschikking dat Action hieraan niet voldoet,

Action er toe te veroordelen de salarisspecificaties te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, tot een maximum van € 10.000,-, voor elke dag na twee dagen na de datum van de te geven beschikking dat Action hieraan niet voldoet,

Action te veroordelen tot betaling aan [naam verzoekster] van een bedrag van € 444,30 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente, en

Action te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2

Aan dat verzoek heeft [naam verzoekster] -samengevat en voor zover nu van belang weergegeven- het volgende ten grondslag gelegd.

Ten onrechte heeft Action [naam verzoekster] beticht van diefstal dan wel verduistering. Alle goederen waarmee Action haar in dat verband heeft geconfronteerd, heeft [naam verzoekster] afgerekend, met uitzondering van een heggenschaar. Die was door een klant achtergelaten in een Wibra-tas en nadat deze, conform het beleid, de gebruikelijke twee weken bewaard was, heeft [naam verzoekster] deze mee naar huis genomen. Dit is een vrijwel dagelijkse gang van zaken. De overige door Action bedoelde zaken heeft [naam verzoekster] gewoon afgerekend. Van een dringende reden voor het gegeven ontslag op staande voet is hier dan ook geen sprake. Dat ontslag dient dan ook te worden vernietigd, [naam verzoekster] dient weer te worden toegelaten tot het werk en de loonbetaling dient te worden hervat. Ook dienen de door Action gedane meldingen in het Waarschuwingsregister en het Incidentenregister ongedaan gemaakt te worden.

3.3

Action heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het door [naam verzoekster] verzochte en heeft geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [naam verzoekster] , bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, in de kosten van de procedure alsook in de nakosten. Samengevat betoogt zij dat het ontslag op staande voet stand houdt, dat sprake is geweest van de door haar aan het ontslag ten grondslag gelegde dringende reden en dat -om die reden- geen plaats is voor enige vergoeding. Ter onderbouwing van haar verweer heeft Action verwezen naar de door haar overgelegde producties, waaronder camerabeelden.

3.4

In het voorwaardelijk tegenverzoek heeft Action voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd, verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a BW jo. (primair) artikel 7:669 lid 3 sub e BW (verwijtbaar handelen of nalaten) dan wel (subsidiair) artikel 7:669 lid 3 sub g BW (verstoorde arbeidsverhouding) dan wel (meer subsidiair) artikel 7:669 lid 3 sub i BW (de combinatiegrond). Volgens Action is hier sprake van een redelijke grond (primair gelegen in het verwijtbaar handelen van [naam verzoekster] , subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair nu sprake is van een combinatie van die beide gronden).

3.5

[naam verzoekster] heeft zich verzet tegen toewijzing van het voorwaardelijk tegenverzoek. Voor zover daaraan wordt toegekomen, zal worden ingegaan op hetgeen partijen ter zake naar voren hebben gebracht.

3.6

Hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd, wordt, voor zover van belang voor de uitkomst van de procedure, hierna bij de beoordeling behandeld.

4. De beoordeling

4.1

Het gaat in deze zaak om de vraag of het [naam verzoekster] gegeven ontslag op staande voet moet worden vernietigd en voorts (in het geval daaraan wordt toegekomen) in het door Action voorwaardelijk gedaan tegenverzoek om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden, op de door Action aangevoerde gronden.

4.2

Voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dringende reden die een beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, dienen alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking te worden genomen, zoals de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, de aard van de dienstbetrekking, de duur ervan en de wijze waarop de werknemer de dienstbetrekking heeft vervuld, alsook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem zouden hebben.

4.3

Als dringende reden voor het ontslag op staande voet heeft Action aangevoerd dat [naam verzoekster] onrechtmatig goederen van Action heeft weggenomen, door haar gekwalificeerd als diefstal dan wel verduistering in dienstbetrekking. In dat verband heeft Action er op gewezen dat haar, naar aanleiding van een tip, uit camerabeelden is gebleken dat [naam verzoekster] , zonder daarvoor te betalen, op 4 maart 2020 een badkamerkastje ter waarde van € 9,95 heeft meegenomen en op 9 maart 2020 een zwarte gel-zadelhoes ter waarde van € 2,99, en dat haar na een volgende tip is gebleken dat [naam verzoekster] op 9 maart 2020 een heggenschaar heeft meegenomen, ook zonder daarvoor te betalen. Volgens Action heeft [naam verzoekster] , daarmee op 10 maart 2020 geconfronteerd, aan de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] van Action verklaard vergeten te zijn voor de heggenschaar te betalen. Toen haar daarop werd voorgehouden dat zij meer producten had meegenomen zonder daarvoor te betalen, waaronder een badkamerkastje, een zadelhoes en tafelkleden, heeft [naam verzoekster] verklaard dat zij voor die producten wel heeft betaald maar die niet dezelfde dag heeft meegenomen. Eerst op 5 april 2020 heeft [naam verzoekster] gesteld dat de heggenschaar, die tot het assortiment van Action behoort, door een klant zou zijn achtergelaten, terwijl zij op 10 maart 2020 nog had toegegeven te zijn vergeten die te betalen. Daarbij komt dat de regels op het A-net werknemers van Action niet toestaan zich goederen van klanten toe te eigenen terwijl geen van de collega’s van [naam verzoekster] is opgevallen dat een klant een heggenschaar zou hebben achtergelaten, laat staan dat die twee weken zou zijn bewaard. Aldus Action.

4.4

De kantonrechter stelt voorop dat, als door Action onbetwist gesteld, vast staat dat [naam verzoekster] een zwarte (gel) zadelhoes en een badkamerkastje heeft meegenomen uit het filiaal waar zij werkzaam was, zonder daarvoor die dag te betalen. Volgens [naam verzoekster] had zij beide zaken al (dagen) eerder betaald en nam zij die, net als haar collega’s doen, pas (dagen) later mee. Evident is dat Action, gegeven het door haar benoemde en ook algemeen bekend veronderstelde probleem van diefstal, ook door eigen medewerkers, voor de detailhandel, groot belang heeft bij een correcte naleving van de door haar opgestelde regels en procedures waar het aankomt op door eigen medewerkers gedane aankopen, ter voorkoming van diefstal en misverstanden. Dat belang van Action, die er in dat verband ook op heeft gewezen dat zij ter zake een ‘zero tolerance’-beleid voert, klemt te meer indien het, zoals in dit geval, een werknemer met een leidinggevende functie betreft, die bovendien een opleiding heeft genoten waarbij die regels en procedures nog eens onder de aandacht zijn gebracht. Van zo iemand, die vanwege diens functie binnen het bedrijf van Action een voorbeeldrol vervult, mag dan ook worden verwacht dat hij of zij die regels en procedures nauwgezet volgt en erop toeziet dat de onder zijn of haar leiding vallende medewerkers hetzelfde doen.

4.5

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [naam verzoekster] deze regels met voeten getreden. Daartoe wordt overwogen dat zij in reactie op het verwijt dat Action haar heeft gemaakt met betrekking tot de door haar op 9 maart 2020 zonder die dag te betalen meegenomen zadelhoes, weliswaar een kassabon heeft overgelegd met daarop vermeld de aanschaf van een zadelhoes ter waarde van € 0,89 op 29 februari 2020 om 16.22 uur, maar daarmee is niet verklaard waarom zij die dan, zoals de regels van Action voorschrijven, niet direct mee naar huis heeft genomen toen zij die dag om, naar Action onbetwist aangevoerd heeft, 16.25 uur uit het filiaal vertrok, terwijl de op 9 maart 2020 door haar meegenomen zadelhoes volgens Action bovendien een ander, duurder product (€ 2,99) met een ander artikelnummer betrof. Dat [naam verzoekster] , waarover Action eveneens gesteld heeft te zijn getipt, tafelkleden heeft meegenomen zonder te betalen, is door [naam verzoekster] stellig betwist, waartoe zij heeft gewezen op meergenoemde kassabon van 29 februari 2020, en staat dan ook, zonder verder bewijs, niet vast. Wel staat vast dat zij op 6 maart 2020 een badkamerkastje heeft meegenomen zonder daarvoor die dag te betalen. [naam verzoekster] heeft in dat verband gesteld het badkamerkastje daarvoor, maar op een datum die zij zich niet meer kan herinneren, al te hebben betaald, mogelijk contant, maar heeft nagelaten deze stelling te onderbouwen met een kassabon of, indien toch zou zijn gepind, met een rekeningafschrift. Bepaald niet in haar voordeel werkt ook dat, naar Action onbetwist heeft gesteld, de door de gemachtigde van Action ter zitting in het geding gebrachte ‘bankafschriften’ vermelden op welke data een badkamerkastje werd verkocht en dat geen van die data overeenstemt met de data van de door [naam verzoekster] als productie 8 in het geding gebrachte betalingsbewijzen van aankopen die zij de maanden voorafgaand aan het ontslag op staande voet bij Action heeft gedaan.

4.6

Dan is er nog de kwestie van de heggenschaar, door [naam verzoekster] ter zitting ook aangeduid als snoeischaar. Vast staat dat zij daarover op 10 maart 2020 heeft verklaard dat zij die op 9 maart 2020 heeft meegenomen zonder daarvoor die dag te betalen. Volgens het door Action overgelegde gespreksverslag heeft [naam verzoekster] toen gezegd dat zij dat per ongeluk heeft gedaan en dat zij voornemens was die op 10 maart 2020 te betalen. Als dat het geval is geweest, heeft [naam verzoekster] evident in strijd met de haar bekende regels voor aankopen door eigen personeel gehandeld. Als juist is dat, naar [naam verzoekster] eerst op 5 april 2020 (bijlage 4 van het verzoek) via haar gemachtigde aan Action kenbaar heeft gemaakt, de heggenschaar was achtergelaten door een klant in een Wibra-tas en zij die pas heeft meegenomen nadat de volgens haar ter zake gebruikelijke wachttijd van twee weken was verstreken, heeft zij eveneens in strijd met die regels gehandeld, nu die, naar Action onbetwist heeft gesteld, ook verbieden dat werknemers zich door klanten achtergelaten goederen toe-eigenen. Overigens verdient opmerking, voor zover [naam verzoekster] heeft bedoeld te stellen dat de volgens haar door een klant achtergelaten heggenschaar elders zou zijn gekocht, dat Action onder overlegging van productie 11 onbetwist heeft aangevoerd dat deze tot haar assortiment behoort. Een behoorlijke verklaring voor haar toch bepaald uiteenlopende verklaringen op dit punt en het ruime tijdsverloop tussen beide heeft [naam verzoekster] overigens niet verstrekt.

4.7

Wel heeft zij ter zitting gesteld dat de bedrijfsleider toestond dat medewerkers door klanten achtergelaten zaken (na een wachttijd van twee weken) meenamen en dat zij [naam verzoekster] eerder heeft gevraagd of zij twee door een klant achtergelaten spijkerbroeken wilde hebben. Een dergelijke afstemming heeft volgens [naam verzoekster] echter niet plaatsgevonden met betrekking tot de onderhavige heggenschaar, maar zij heeft niet toegelicht, als juist is dat de heggenschaar door een klant was achtergelaten en twee weken was bewaard, waarom die volgens haar gebruikelijke afstemming met haar leidinggevende in dit geval dan achterwege is gebleven.

4.8

Gezien dit alles komt de kantonrechter tot het oordeel dat [naam verzoekster] door te handelen als zij heeft gedaan bij Action de verdenking op zich heeft geladen dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in dienstbetrekking, welke verdenking door haar, daartoe toen en nu in de gelegenheid gesteld, onvoldoende is ontkracht. Aldus heeft [naam verzoekster] , gelet op haar (leidinggevende) functie en het haar kenbare (en in de opleiding nog eens uitgelegde) ‘zero tolerance’-beleid van Action, een zodanige situatie in het leven geroepen dat van Action, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, waaronder de leeftijd van [naam verzoekster] en de duur van het dienstverband, redelijkerwijze niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Action is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook terecht overgegaan tot het geven van het ontslag op staande voet op de door haar daaraan ten grondslag gelegde gronden. Het andersluidende standpunt van [naam verzoekster] wordt derhalve verworpen.

4.9

Dat brengt met zich dat de door [naam verzoekster] verzochte vernietiging van dat ontslag en de door haar verzochte veroordeling van Action tot wedertewerkstelling en loonbetaling, met nevenverzoeken, worden afgewezen.

4.10

Datzelfde lot treft het door haar gedane verzoek Action te veroordelen de registratie van [naam verzoekster] in het Incidentenregister en het Waarschuwingsregister ongedaan te maken. Dat verzoek is immers met niets anders onderbouwd dat met het hierboven verworpen standpunt dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven.

4.11

[naam verzoekster] heeft (kennelijk ook) voor dit geval verzocht aan haar een billijke vergoeding ter hoogte van € 10.000,- toe te kennen. Dit verzoek ligt voor afwijzing gereed, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen en beslist met betrekking tot haar verzoek tot vernietiging van het haar verleende ontslag op staande voet.

4.12

Action heeft op de voet van artikel 7:671b BW een voorwaardelijk, namelijk voor het geval het door haar gegeven ontslag door de kantonrechter wordt vernietigd, verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gedaan. Gezien het hierboven overwogene is de door Action aan dit verzoek verbonden voorwaarde niet vervuld. Aan de beoordeling daarvan wordt dan ook niet toegekomen.

4.13

Gezien de uitkomst van deze procedure wordt [naam verzoekster] , als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure.

4.14

De door Action apart verzochte nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de nakosten zich naar het oordeel van de kantonrechter reeds vooraf laten begroten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het door [naam verzoekster] verzochte af;

- veroordeelt [naam verzoekster] in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Action vastgesteld op € 721,- aan salaris voor haar gemachtigde en indien [naam verzoekster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig heeft voldaan aan deze veroordeling, begroot op € 120,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

- verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

654