Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6355

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-06-2020
Datum publicatie
20-07-2020
Zaaknummer
C/10/592301 / JE RK 20-575
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Muhp gesloten, gewezen ten tijde van corona-maatregelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/592301 / JE RK 20-575

datum uitspraak: 15 juni 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2003 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 maart 2020, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 25 mei 2020, ingekomen bij de griffie op 29 mei 2020;

- de instemmende verklaring d.d. 9 juni 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- het email-bericht van [naam] , de casemanager van [naam vader] , de vader, van 12 juni 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.

De mondelinge behandeling van deze zaak stond gepland op 15 juni 2020. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter de betrokkenen in de gelegenheid gesteld om op 15 juni 2020 telefonisch te worden gehoord.

De kinderrechter heeft geprobeerd het gesprek te laten plaatsvinden met een beeld- en geluidverbinding via Skype for Business. Hiervan had de griffier de betrokkenen vooraf op de hoogte gesteld. Helaas is het de instelling waar [naam kind] verblijft niet gelukt om die Skype-verbinding tot stand te brengen.

De casemanager van de vader had op 12 juni 2020 aangegeven dat de vader graag de (telefonische) zitting wilde bijwonen vanuit de penitentiaire inrichting (PI) waar hij verblijft, via de voorziening Telehoren die de PI beschikbaar heeft voor contacten met rechtbanken. Navraag door de griffier leerde dat het niet mogelijk was de vader via de telefoon of via Skype for Business te horen. De combinatie van een Skype-gesprek en een Telehoor-gesprek is technisch niet mogelijk. Om die reden is de kinderrechter aan het verzoek van de vader voorbij gegaan. De vader, van wie het gezag over [naam kind] in 2015 is beëindigd, is geen belanghebbende in de procedure en de kinderrechter heeft geen vragen waarop alleen hij het antwoord zou kunnen weten. De kinderrechter ziet daarom geen noodzaak om de vader als informant te horen en de zitting uit te stellen wegens het ontbreken van de mogelijkheid de vader te horen.

De kinderrechter heeft op 15 juni 2020 door middel van een groepsgesprek telefonisch gehoord:

- [naam kind] , die voorafgaand aan het groepsgesprek ook apart is gehoord, bijgestaan door mr. J.J.A. Bosch, advocaat te Rotterdam;

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

De feiten

De GI is sinds 9 november 2015 belast met de voogdij over [naam kind] . [naam kind] verblijft in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, te weten Harreveld.

Bij beschikking van 24 maart 2020 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 26 juni 2020. Het overige verzochte is aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden. Thans resteert nog een periode van drie maanden, te weten tot 26 september 2020.

De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Het vervolgtraject en de duur daarvan is grotendeels afhankelijk van het gedrag van [naam kind] . De GI is voornemens om [naam kind] via een besloten groep bij Hand-in-Hand op termijn te plaatsen bij een kamertrainingscentrum (KTC). De GI kan echter niet garanderen dat een KTC [naam kind] accepteert. De GI heeft [naam kind] eerder aangemeld voor een KTC, maar toen werd hij vanwege zijn gedrag niet aangenomen. Daarom is een tussenstap in de vorm van plaatsing bij Hand-in-Hand noodzakelijk. Voordat die plaatsing bij Hand-in-Hand aan de orde kan zijn, is het nodig dat de verlofmomenten goed verlopen en dat [naam kind] niet meer op extra beveiligde kamer moet worden geplaatst.

Het standpunt van [naam kind]

heeft ingestemd met het verzoek van de GI. Wel wil [naam kind] graag duidelijkheid over de duur van de gesloten plaatsing en zijn vervolgplek. Hij wil meewerken aan een plaatsing bij Hand-in-Hand, maar wil daarna graag naar een KTC of begeleid wonen. [naam kind] wil na Hand-in-Hand niet naar een open groep. [naam kind] heeft gehoord dat het ook nodig is dat hij een adequate dagbesteding heeft. [naam kind] gaat naar school en zou daarnaast willen sporten. Na een terugval in zijn gedrag is er sinds 19 mei 2020 sprake van verbetering. In de komende periode dienen de verlofmomenten te worden opgebouwd en dient het gedrag van [naam kind] positief te blijven.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Uit de overgelegde stukken en tijdens de telefonische behandeling is gebleken dat er in de afgelopen periode een aantal ernstige incidenten heeft plaatsgevonden, waarbij [naam kind] verbaal en fysiek agressief is geweest. [naam kind] is meerdere malen op de extra beveiligde kamer geplaatst om de veiligheid van hemzelf en/of de begeleiding en groepsgenoten te waarborgen. De GI werkt met Harreveld en [naam kind] toe naar een plaatsing van [naam kind] bij Hand-in-Hand, maar hiervoor is het van belang dat het niet meer nodig is dat [naam kind] op de extra beveiligde kamer wordt geplaatst en dat de verlofmomenten goed verlopen. Het verlof heeft lange tijd stilgelegen omdat [naam kind] op 26 april 2020 niet volgens afspraak was teruggekeerd van verlof.

Dit alles maakt dat [naam kind] momenteel nog niet toe aan een overplaatsing naar Hand-in-Hand, waardoor een voorzetting van de gesloten plaatsing in zijn belang wordt geacht. Overigens is ook voor de plaatsing bij Hand-in-Hand een gesloten machtiging nodig.

De kinderrechter acht van belang dat Harreveld, de GI en [naam kind] tot een realistisch plan komen, dat helpt het negatieve gedrag van [naam kind] te doorbreken. Voorkomen moet worden dat er een vicieuze cirkel ontstaat: ontbreken van perspectief, leidt tot negatief gedrag, leidt tot het ontbreken van perspectief enz.

De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van drie maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 26 juni 2020 tot uiterlijk 26 september 2020 betreffende de minderjarige [naam kind] .

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E.J. van Bergeijk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 juni 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.