Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6209

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-06-2020
Datum publicatie
16-07-2020
Zaaknummer
547803
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bewijs exclusiviteit niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Zittingsplaats Rotterdam

zaaknummer / rolnummer: C/10/547803 / HA ZA 18-357

Vonnis van 24 juni 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTITAX TRANSPORT INTERNATIONAL B.V.

gevestigd te Kerkrade,

eiseres,

advocaat mr. J.M. Wolfs te Maastricht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,

gedaagde,

advocaat mr. F.J.H. Krumpelman te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Multitax en [naam gedaagde] genoemd worden.

1. Het verdere verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de rechtbank kennis heeft genomen:

- het vonnis van 20 maart 2019 en de daarin genoemde processtukken;

- de akte van Multitax;

- het proces-verbaal van het op 2 september 2019 gehouden getuigenverhoor aan de zijde van Multitax;

- het proces-verbaal van het op 10 december 2019 gehouden contra-enquête aan de zijde van [naam gedaagde] ;

- de conclusie na enquête, tevens houdende verzoek tot het terugkomen op een bindende eindbeslissing; met één productie, van Multitax;

- de conclusie van antwoord na enquête, tevens reactie op verzoek terugkomen bindende eindbeslissing van [naam gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1

Het debat tussen partijen betreft de vraag of Multitax voor de klanten van [naam gedaagde] ( [naam klant 1] , [naam klant 2] , [naam klant 3] en [naam klant 4] ) door [naam gedaagde] is aangewezen als exclusieve vervoerder en dat de overige transporten tot 8 maart 2017 door [naam gedaagde] naar rato onder de vervoerders werden verdeeld. Aan Multitax is de gelegenheid geboden haar stellingen te bewijzen.

2.2

Multitax heeft de volgende getuigen laten horen: de heren [naam getuige 1] (van 2007 tot juni 2017 werkzaam als teamleider transport bij [naam gedaagde] ), [naam getuige 2] (van mei 2017 tot januari 2018 werkzaam als Site Manager bij [naam gedaagde] ), [naam getuige 3] (eigenaar van [naam gedaagde] ), hierna te noemen: [naam getuige 3] . en mevrouw [naam getuige 4] (dochter van eigenaar en van 2010 – 2018 werkzaam als planner bij Multitax en thans office manager bij Multitax), hierna te noemen: [naam getuige 4] .

2.3

In contra-enquête heeft [naam gedaagde] de heer [naam getuige 5] (van 2013 tot en met januari 2017 werkzaam als Site Manager bij [naam gedaagde] en thans logistiek manager) laten horen.

2.4

Door [naam getuige 1] is – voor zover van belang - het volgende verklaard: “De afspraken over de verdeling van werk en de exclusiviteit zijn niet schriftelijk vastgelegd voor zover ik weet. In die interne afspraken die ik met de jongens van [naam gedaagde] had gemaakt over de verdeling van de opdrachten en de exclusiviteit is verandering gekomen toen ik tijdelijk werd overgeplaatst naar Utrecht. Toen nam [naam 1] mijn rol over en toen kreeg ik klachten van Multitax dat er opeens geen opdrachten meer voor transporten werden gegeven, terwijl die er wel waren bij [naam gedaagde] . Ik heb toen gebeld met mijn collega’s in Born en hoorde dat in opdracht van [naam 1] alle transporten aan Alexpres werden gegeven. Toen ik terugkwam in Born na de detachering in Utrecht werd alles weer eerlijk verdeeld. Toen moest ik weer zes weken naar Tiel en toen werden opnieuw alle opdrachten alleen maar aan Alexpres gegeven in plaats van ook aan Multitax. Toen ik in Tiel zat begon het spelletje opnieuw. Ik heb [naam 1] gevraagd waarom hij dit zo deed, maar daar kreeg ik geen goed antwoord op. Ik denk persoonlijk dat het een gunfactor was. (…)

Wat betreft de pro-rato verdeling merk ik op dat Alexpres en Multitax wisten dat ons team een eerlijke verdeling nastreefde. Ik werd soms gebeld door Multitax of Alexpres met de klacht dat het wat rustig was en ik legde dan uit dat we de transporten eerlijk verdeelden en dat het best kon zijn dat er even een week geen werk was. De verdeling pro-rato naar omzet ging als volgt: we keken per week of per maand of die verdeling eerlijk was. Dat gebeurde niet per jaar. Het kan dus best zo zijn dat dit over een jaar bezien niet helemaal gelijk uitpakte. (…).

Er waren geen kwaliteitsverschillen tussen Multitax en Alexpres. De firma Multitax oogde iets professioneler”.

2.5

[naam getuige 2] heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Ik ben bij Kuehne +Nagelgestart als Site Manager te Born op 1 mei 2017, tot ik in januari 2018 uit dienst trad. (…) Toen ik startte bij [naam gedaagde] verrichte Multitax geen koeriersdiensten voor [naam gedaagde] . Mijn eerste contact met Multitax was een brief van de heer [naam getuige 3] dat hij een rechtszaak wilde aanspannen omdat Multitax niet meer werd ingeschakeld. Ik kreeg toen opdracht van de heer [naam 2] om uit te gaan zoeken wat er precies gebeurd was en te kijken of ik het kon oplossen zonder rechtszaak. Ik heb toen uitgezocht hoe in het verleden de opdrachten aan Multitax verliepen. Ik deed dit aan de hand van facturen en computerdata en zag dat nagenoeg al het koerierswerk aan Multitax werd gegeven. De andere koerier waar wij mee werkten was Alexpres. Aanvankelijk pikte die de kruimels op die Multitax overliet, maar Alexpres werd steeds groter en het aantal opdrachten dat [naam gedaagde] aan Alexpres gaf nam toe.

Ik heb contact gehad met [naam 3] over het contract van Multitax omdat ik het zelf niet kon beoordelen. Ik ben geen jurist. Ik leidde uit het contract af dat Multitax het alleen recht had om te vervoeren. Het contract had ook geen einddatum. Ik heb dat met [naam 3] overgelegd. Ik vroeg haar wat er aan de hand was. Zij gaf aan dat het contract alle schijn van exclusiviteitscontract heeft. Ik heb ook gekeken of er inhoudelijk reden was om het contract met Multitax te beëindigen. Ik heb niets kunnen vinden dat duidde op wanprestatie.

(…) Ik heb vervolgens opdracht gegeven om Multitax weer in te schakelen. Dat gebeurde vanaf kort na de zomer in 2017.

(…) Dat [naam 1] niet meer met Multitax wilde werken had wat mij betreft met persoonlijke, dan wel emotionele redenen te maken. Op een gegeven moment is er afscheid genomen van meneer [naam 1] .

(…) U vraagt mij wat ik bedoel met ‘correcte verdeling’. Ik bedoel daarmee een verdeling 50/50 tussen Multitax en Alexpres. Het gaat dan om een omzet-gerelateerde verdeling. Dat kunnen mensen op de werkvloer niet zomaar inschatten, dat is altijd natte vinger werk. Die 50/50 verdeling leek mij correct omdat Multitax weer moest ingroeien en Alexpres forse investeringen had gedaan”.

[naam getuige 5] heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “(…) Er waren geen andere opdrachtgevers van [naam gedaagde] die aan ons koerierswerk gaven. U vraagt mij naar de verdeling van het werk tussen Alexpres en Multitax.

Dat betrof geen 50/50 verdeling, zoals ik eerder aangaf. De transportmedewerkers wilden uiteraard wel de vervoerders tevreden houden, maar dit heeft er niet toe geleid dat er een verdeling van 50/50 plaatsvond. Ik leid dit af uit de omzetcijfers. Daaruit maak ik op dat Multitax ongeveer 30% van de totale omzet van de koeriersdiensten voor haar rekening nam en Alexpres circa 70%. Dit is na een ingroei van Multitax vanaf 2010 min of meer gelijk gebleven. Ik weet niet of ik alle omzetgegevens die ik heb geraadpleegd ook in de processtukken terug te vinden zijn. Vanaf circa maart 2017 was ik weg uit de vestiging te Born. Rond die tijd zijn de opdrachten aan Multitax gestopt. Dit was naar aanleiding van een conflict over een specifiek transport. Multitax kon een bepaald transport niet uitvoeren op een bepaalde datum, omdat zij op dat moment al werk had voor een andere klant. Toen wij vervolgens het transport aan een ander gaven werd [naam getuige 3] . boos. Ik heb dit begrepen van een van de transportplanners die dit te horen kreeg van mevrouw [naam getuige 3] , de dochter van [naam getuige 3] .

Er waren geen kwaliteitsverschil tussen Alexpres en Multitax. Wel was er een verschil in de manier van samenwerken. Zelf had ik hier geen last van omdat ik maar een paar maal per jaar contact had met [naam getuige 3] . maar de transportplanners hadden moeite met de opstelling van [naam getuige 3] . (…) Het waren botsende karakters tussen [naam getuige 3] . en [naam 1] ”.

Ten aanzien van de klant [naam klant 1] :

2.6

[naam getuige 1] heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Ik gaf opdracht aan onze jongens op kantoor om de transporten eerlijk te verdelen over de koeriers. Daar bedoel ik mee naar rato, niet qua volume, maar wat betreft de omzet (…). Dit gebeurde in de hele periode dat ik daar zat, met dien verstande dat Multitax er iets later is bijgekomen. Er waren ook andere transportbedrijven die voor [naam gedaagde] werkten maar dat ging dan om grotere transporten die werden gereden met vrachtwagens. (…) De opdrachten van [naam klant 1] werden naar rato verdeeld over Multitax en Alexpres”.

2.7

Door [naam getuige 2] is – voor zover van belang – verklaard dat hij kort na de zomer in 2017 de opdracht weer heeft gegeven om Multitax weer in te schakelen, maar de situatie was toen wel gewijzigd. De transporten voor [naam klant 1] namens af. De opdrachten van [naam klant 1] zagen vooral op grote vrachten. Het werk voor de koeriers, afkomstig van [naam klant 1] , liep fors terug. Multitax is nooit de exclusieve vervoerder van [naam klant 1] geweest.

2.8

[naam getuige 4] . heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “U vraagt mij naar de verdeling van de opdrachten tussen Multitax en Alexpres. Ten aanzien van [naam klant 1] werden de zaken gelijkelijk verdeeld. Aanvankelijk deed Alexpres die koeriersdiensten, maar naar mate de tevredenheid bij [naam gedaagde] groeide over ons werk, werd het werk 50/50 tussen Multitax en Alexpres verdeeld. Ik bedoel daarmee de omzet die werd behaald. Mijn indruk was dat het werk netjes en gelijkelijk werd verdeeld. Ik heb niet de indruk dat de opdrachten van [naam klant 1] aan [naam gedaagde] op een gegeven moment minder werden, maar wel dat wij minder opdrachten kregen voor [naam klant 1] . Ik leid dat af uit het volgende. [naam gedaagde] werkte met dossiernummers en op basis van die nummer moesten wij de facturen opstellen. Mij viel op dat op enig moment er tussen twee koeriersdiensten wel een heel groot aantal nummers zat van kennelijke opdrachten die wij niet gekregen hadden. Ik heb van de heer [naam getuige 1] begrepen dat dat inderdaad het geval was”.

2.9

[naam getuige 3] . heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Ik heb Multitax opgericht in 1990. Vanaf 2010, toen wij het contract met [naam gedaagde] sloten, hebben wij ritten verzorgd voor [naam klant 1] . Die opdrachten werden gelijkelijk tussen ons en Alexpres verdeeld, op basis van 50/50. Ik doel dan op de omzet. Het aantal ritten en daarmee ook de omzet van het werk voor [naam klant 1] nam eigenlijk alleen maar toe in de gehele periode dat wij voor [naam gedaagde] werkten. [naam getuige 1] heeft ons bij de aanvang van ons werk voor [naam gedaagde] aangegeven de transporten eerlijk te zullen verdelen tussen Multitax en Alexpres”.

2.10

[naam getuige 5] heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Wat betreft [naam klant 1] verklaar ik daarover als volgt. Er was geen specifieke verdeling noch een vaste verdeelsleutel ten aanzien van de opdrachten van [naam klant 1] aan de vervoerders. Er gold geen exclusiviteit ten aanzien van Multitax. [naam gedaagde] werkte met name met twee koeriers, Alexpres en Multitax. In de praktijk werden de transporten op basis van gevoel bij de transportmedewerkers verdeeld. Er werd geen vaste verdeling aangehouden. Dat is ook terug te zien in de omzetcijfers. Wel had Alexpres de grootste omzetten met betrekking tot [naam klant 1] en waren deze beduidend groter dan van Multitax. Alexpres werkte ook al wat langer voor ons. Vanaf 2010 kwam Multitax erbij. Toen zijn de verhoudingen wat gewijzigd, maar het aandeel van Alexpres ten aanzien van de opdrachten van [naam klant 1] bleef aanzienlijk groter dan dat die van Multitax.

De transportplanners bezagen per opdracht de mogelijkheden om de opdrachten aan een vervoerder toe te kennen. Als men tevreden was met de vervoerder dan werd deze weer ingeschakeld. Onze medewerkers waren vrij om die keuze te maken en om per geval de beste oplossing te kiezen”.

Ten aanzien van de klant [naam klant 2] :

2.11

[naam getuige 1] heeft verklaard dat ook de opdrachten van [naam klant 2] , net als die van [naam klant 1] naar rato werden verdeeld over Multitax en Alexpres. [naam klant 2] had overigens weinig koerier opdrachten.

2.12

[naam getuige 2] heeft in essentie verklaard dat hij kort na de zomer in 2017 de opdracht heeft gegeven om Multitax weer in te schakelen, maar de situatie was toen wel gewijzigd. [naam klant 2] en [naam klant 4] gaven nog nauwelijks werk aan [naam gedaagde] . Hij kan ten aanzien van [naam klant 2] niets zinnigs zeggen, omdat dit voor zijn tijd was. Hij weet alleen dat het ging om hele kleine volumes die van [naam klant 2] kwamen.

2.13

[naam getuige 4] . heeft verklaard dat zij ten aanzien van [naam klant 2] de enige vervoerder was, althans zij kon hun machines vervoeren omdat zij haar motorwagen daar speciaal voor had aangepast. Het kan zijn dat Alexpres wel kleine zaken vervoerde voor [naam klant 2] . De opdrachten voor [naam klant 2] betroffen ritten met wisselende afstanden, variërend van Zuid-Frankrijk naar net over de grens bij Duitsland. Dit was gemiddeld twee keer per maand. [naam gedaagde] heeft pro rato aan de investering bijgedragen, daarmee wordt bedoeld dat zij de kosten hiervoor verwerkten in de door te berekenen prijs aan [naam gedaagde] , aldus [naam getuige 4] .

2.14

[naam getuige 3] . heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Het werk voor [naam klant 2] deden wij exclusief. De heer [naam getuige 5] van [naam gedaagde] heeft ons gevraagd om dit te doen, omdat wij al ervaring hadden met het vervoer van medische apparatuur. Het ging om zwaar materiaal en daarom waren aanpassingen nodig aan onze motorwagen. Een motorwagen is in feite een kleine vrachtwagen met een vaste kast. Vanwege het vervoer van de zware machines moest er van de zijkant geladen kunnen worden en daarom is daar de zijkant aangepast; de opening werd gevormd door een zeildoek en de achterkant werd ook aangepast. De opdrachten van [naam klant 2] waren beperkt in aantal; dat waren er 2 à 3 per jaar. Dat waren grote klussen, waarbij we soms ook heen en weer moesten rijden omdat de machines er soms enige tijd bleven staan. Het aantal opdrachten is gemiddeld niet gewijzigd in de periode dat wij met [naam gedaagde] samenwerkten. Wel hebben wij gehoord van [naam klant 2] dat zij afscheid wilde nemen van [naam gedaagde] ”.

2.15

Door [naam getuige 5] is – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Ten aanzien van [naam klant 2] merk ik het volgende op. Ook hier gold geen exclusiviteit voor Multitax, zowel Alexpres als Multitax verzorgden deze ritten. Deze ritten waren niet dagelijks. Er waren speciale zendingen, dat waren er circa 10 per jaar waarbij robots werden vervoerd. Voor het overige waren het reguliere koeriersdiensten, waarvoor geen speciale voorzieningen nodig waren. Zowel Multitax als Alexpres deden beide soorten verzendingen. Het kan zijn dat een transportplanner van [naam gedaagde] de voorkeur had voor een bepaalde vervoerder en deze dan de volgende keer opnieuw inschakelde. Ik weet niet of dit in dit geval leidde tot het inschakeling van Multitax dan wel Alexpres.

Gemiddeld werd aan Multitax 75% van de omzet van de opdrachten van Multitax toegedeeld. Ik heb niet met [naam getuige 3] . gesproken over deze klant en hem ook niet gevraagd om deze opdrachten uit te voeren, omdat hij al ervaring zou hebben met het vervoer van medische apparatuur. Ik heb van [naam getuige 3] . niet gehoord dat hij zijn motorwagen zou hebben aangepast aan het vervoer voor [naam klant 2] . Ik weet wel dat er door hem een palletwagen is aangeschaft voor het vervoer van medisch apparatuur. Dit betreft een minimale investering van niet meer dan € 1.000,-. Wat mij betreft is dat een normale investering die bij de bedrijfsvoering past. Sinds 2016 is het aantal opdrachten van [naam klant 2] afgenomen en sinds 2017 is [naam klant 2] geen klant meer bij [naam gedaagde] ”.

Ten aanzien van de klant [naam klant 3] :

2.16

Door [naam getuige 1] is – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Bij [naam klant 3] lag het iets anders. Die koeriersdiensten werden alleen door Multitax verzorgd. Daar heeft de opdrachtgever [naam klant 3] ook zelf om gevraagd. Voor [naam klant 3] werden machines vervoerd naar hoofdzakelijk privé-ziekenhuizen. Dat gebeurde in grote kisten. Op kosten van [naam gedaagde] zijn er twee ijzeren framewerken gemaakt waarin de kisten konden worden geplaatst waardoor het makkelijker was om ze met een paletwagen te lossen. Dit gebeurde in samenspraak met Multitax”.

2.17

[naam getuige 2] heeft in essentie verklaard dat de transporten voor [naam klant 3] ook afnamen en dat Alexpres inmiddels forse investeringen had gedaan om in de periode dat Multitax geen koeriersdiensten verrichtte voor [naam gedaagde] dat gat in te kunnen vullen. [naam getuige 2] geeft aan dat hij het daarom redelijk vond dat het werk 50/50 werd verdeeld. In het verleden was Multitax in feite de exclusieve vervoerder voor [naam klant 3] . Dat had ook te maken met de gewichten van de verzending. Daar waren liften voor nodig en een versterkt chassis van de motorwagen en daar beschikte Alexpres aanvankelijk niet over. Alexpres heeft later investeringen gedaan om die opdrachten ook te kunnen verzorgen, aldus [naam getuige 2] .

2.18

[naam getuige 4] . heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Voor [naam klant 3] werkten wij exclusief. De aangepaste motorwagen konden we ook gebruiken voor het vervoer van de machines voor [naam klant 3] die later als klant bij ons kwam. Daarnaast hebben wij circa drie à vier ijzeren frames laten maken om de machines van [naam klant 3] in te vervoeren. Ook deze kosten hebben wij stapsgewijs doorberekend aan [naam gedaagde] . Voor [naam klant 3] deden wij ongeveer 20 ritten per jaar. Ook daar waren de afstanden verschillend. Het ging om ziekenhuizen in heel Europa”.

2.19

Door [naam getuige 3] . is – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Vanaf 2015 kwam [naam klant 3] in beeld. Dit was naar aanleiding van een gesprek met [naam getuige 1] en [naam getuige 5] die ons vroegen om gezien onze ervaringen met het vervoer van medische apparatuur ook voor [naam klant 3] te gaan rijden. Wij konden de aangepaste motorwagen voor deze transporten gebruiken. Daarnaast hebben wij speciale frames gebouwd, dat waren er 3 à 4, om de kisten in de vervoeren en ook hebben wij aangepaste schuifplatforms en palletwagens aangeschaft. De kosten hebben wij deels doorberekend aan [naam gedaagde] . Dat deden wij stapsgewijs bij de facturering van onze diensten. Het ging om circa 20 ritten per jaar die we exclusief voor [naam klant 3] verzorgden. Alexpres verrichtte geen koeriersdiensten voor [naam klant 3] . Later, na 14 maart 2017, zijn de opdrachten voor [naam klant 3] gestopt en ging Alexpres die opdrachten uitvoeren. Ik heb dit begrepen van [naam klant 3] die, anticiperend op een nieuw transport al contact met ons opnam en toen ontdekte dat wij geen ritten meer voor hun kregen”.

2.20

[naam getuige 5] heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Ten aanzien van [naam klant 3] merk ik het volgende op. Ook hier golden geen specifieke verdelingsafspraken of afspraken over exclusiviteit met Multitax. Het ging hier om speciale transporten, vergelijkbaar met die voor [naam klant 2] . Deze vonden 10 à 15 keer per jaar plaats. Het ging om het vervoer van medische apparatuur. Multitax verzorgde de meeste van deze transporten voor [naam klant 3] . Als zij niet kon, werd het werk meestal uitbesteed aan Alexpres. Ik heb niet met [naam getuige 3] . gesproken over het exclusief vervoeren door Multitax voor [naam klant 3] . Dat kan ook niet want [naam klant 3] was al in 2010 klant bij [naam gedaagde] en dat was voordat ik in 2013 site manager werd te Born. Toen ik in die functie kwam heb ik niets veranderd aan de toebedeling van de opdrachten van [naam klant 3] , noch aan de werkwijze. Ik durf niet te zeggen of Multitax ijzeren frames heeft laten maken voor het vervoer van de meeste medische apparatuur. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat Multitax voor het transport voor [naam klant 3] het chassis van de motorwagen heeft laten versterken. Het betroffen geen hele zware zendingen, dus dit zou niet nodig moeten zijn. Als gezegd weet ik wel dat er een palletwagen is aangeschaft door Multitax. Ik weet niet of dat door ons is betaald. Het klopt dat vanaf maart 2017 de opdrachten van [naam klant 3] niet meer aan Multitax zijn gegeven. Het aantal opdrachten van [naam klant 3] aan [naam gedaagde] is afgenomen. Dit zijn er nu ongeveer 5 à 10 per jaar. Deze cijfers lagen in 2018 al beduidend lager dan in 2017”.

Ten aanzien van de klant [naam klant 4] :

2.21

[naam getuige 1] heeft niets kunnen vertellen over de verdeling van het werk voor [naam klant 4] , omdat hij in die periode op de vestiging in Tiel werkte.

2.22

Door [naam getuige 2] is verklaard dat hij kort na de zomer in 2017 de opdracht weer heeft gegeven om Multitax weer in te schakelen, maar de situatie was toen wel gewijzigd. [naam klant 2] en [naam klant 4] gaven nog nauwelijks werk aan [naam gedaagde] . Ook bij [naam klant 4] geldt dat het om minimale volumes ging en dat hij geen zicht had op wie voor [naam klant 4] reed.

2.23

[naam getuige 4] . heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Wij waren een exclusieve vervoerder voor [naam klant 4] . Het ging om ritten tussen het warehouse van [naam klant 4] in Duitsland naar [naam gedaagde] in Born. De toenmalige site manager, [naam getuige 5] , heeft ons gevraagd dat exclusief te verzorgen, want hij was tevreden over onze service. Dit werk zijn we gestart ergens begin 2017. Ook ten aanzien van [naam klant 4] hebben wij niet ervaren dat er minder klussen kwamen bij [naam gedaagde] , maar wel bij ons.

Op vragen van mr. Wolfs antwoord ik dat ik door [naam gedaagde] er nooit op ben aangesproken dat Multitax de opdrachten niet naar tevredenheid zou hebben uitgevoerd”.

2.24

Door [naam getuige 3] is verklaard dat zij ten aanzien van [naam klant 4] exclusief voor hen vervoerden. Dit deed zij in opdracht van [naam getuige 5] . Dit startte in januari 2017. Het ging om veel werk; in de eerste maand waren dit al 10 ritten. Alexpres vervoerde niet voor [naam klant 4] .

Op vragen van mr. Wolfs antwoordde [naam getuige 3] : “De dienstverlening is altijd naar behoren geweest. Wij hebben nooit klachten ontvangen van [naam gedaagde] ”.

2.25

[naam getuige 5] heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: “Ik heb eind 2016 [naam getuige 3] . bij de koffiecorner geïnformeerd over een nieuwe klant. Dat was [naam klant 4] . Het betroffen project waarbij [naam klant 4] voorraad vanuit Duitsland naar Born wilde verplaatsen. Dit bedroeg circa 20 a 25 ritten. U houdt mij voor dat [naam getuige 3] . tijdens zijn getuigenverhoor heeft verklaard dat het de eerste maand al om 10 ritten ging. Dat zou kunnen. Het was een kortdurend project van circa december 2016 tot in februari 2017. Ik weet niet of Alexpres ook koerierswerk voor [naam klant 4] heeft verzorgd. Ik was toen zelf al weg aan het gaan bij de vestiging te Born. Het betrof een eenmalig project waarbij [naam klant 4] ons heeft gevraagd koeriersdiensten te verrichten. Wij zijn wel ingeschakeld voor regulier transport door Europa. Maar dat betreft dan geen koerierswerk en dus ook geen werk dat aan Multitax zou zijn gegund”.

2.26

Gelet op bovenstaande verklaringen is de rechtbank van oordeel dat Multitax niet in haar bewijsopdracht is geslaagd en overweegt daartoe als volgt.

2.27

Uit de verklaringen kan in ieder geval niet worden afgeleid dat Multitax voor [naam klant 1] als exclusieve vervoerder door [naam gedaagde] was aangewezen. Geen van de getuigen verklaren in die zin. Er was hooguit een verdeling van de opdrachten tussen Multitax en de andere vervoerder Alexpres. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de verklaringen echter onvoldoende dat er een harde afspraak was met Multitax op basis waarvan zij - ook thans nog - aanspraak heeft op een pro rato verdeling naar omzet van deze opdrachten tussen haar en Alexpres. Weliswaar verklaren [naam getuige 3] . en [naam getuige 4] . in die zin. Daar staat echter tegenover de verklaring van [naam getuige 5] die aangeeft dat de opdrachten op gevoel eerlijk werden verdeeld tussen Multitax en Alexpres, maar dat [naam gedaagde] de keuze had aan wie zij de opdrachten gaf en dat het aandeel van Alexpres ten aanzien van de opdrachten van [naam klant 1] aanzienlijk groter was dan dat van Multitax. [naam getuige 1] verklaart dat de verdeling weliswaar pro rato plaatsvond, maar dat was een interne afspraak met ‘de jongens’ van [naam gedaagde] . Van een expliciete schriftelijk vastgelegde afspraak met Multitax was naar zijn weten geen sprake. [naam getuige 2] heeft tot slot verklaard dat hij in de zomer 2017 Multitax weer heeft ingeschakeld om te vervoeren, maar dat er toen sprake was van een afname van transporten.

2.28

Ook ten aanzien van [naam klant 2] kan uit de verklaringen niet worden afgeleid dat Multitax als exclusieve vervoerder door [naam gedaagde] was aangewezen. Weliswaar hebben [naam getuige 4] . en sr. beiden verklaard dat Multitax de exclusieve vervoerder voor [naam klant 2] was, omdat zij hun motorwagen voor het vervoer van de machines van [naam klant 2] daarvoor speciaal hebben aangepast en de kosten daarvoor aan [naam gedaagde] hebben doorberekend, maar hun verklaringen is weersproken door zowel [naam getuige 5] als [naam getuige 1] die hebben verklaard dat het werk voor [naam klant 2] door Alexpres én Multitax werden verzorgd. Uit die verklaringen is ook gebleken dat [naam klant 2] sinds 2016 nog weinig opdrachten aan [naam gedaagde] heeft gegeven en dat zij sinds 2017 ook geen klant is meer is van [naam gedaagde] . Wat betreft de investeringen van de palletwagen kan uit de verklaringen worden afgeleid dat het geen grote investeringen betreffen en dat ze onder de normale investeringen horen die bij de bedrijfsvoering passen.

2.29

Wat betreft het vervoer van [naam klant 3] kan uit de verklaringen worden afgeleid dat het om speciaal vervoer ging van medische apparatuur. Aanvankelijk was Multitax de exclusieve vervoerder van [naam klant 3] . Uit de verklaringen van [naam getuige 5] en [naam getuige 2] volgt dat het werk voor [naam klant 3] afnam en vervolgens stopte. [naam getuige 3] . en [naam getuige 4] . hebben verklaard dat het om circa 20 ritten per jaar ging die Multitax verzorgde en volgens [naam getuige 3] . gingen deze ritten na 14 maart 2017 naar Alexpres. Dat en in welke mate Multitax na 14 maart 2017 werk is misgelopen van [naam klant 3] is door Multitax echter onvoldoende onderbouwd. De omstandigheid dat Multitax voor dit vervoer een aangepaste auto had gebruikt doet aan voornoemd oordeel niet af, te minder nu uit de verklaringen volgt dat Alexpres diezelfde investering heeft gedaan. Multitax heeft de kosten van de investering overigens aan [naam gedaagde] doorberekend.

2.30

Uit de verklaringen van [naam getuige 4] . en sr. kan weliswaar worden afgeleid dat Multitax voor [naam klant 4] als exclusieve vervoerder door [naam gedaagde] was aangewezen, omdat zij op verzoek van [naam getuige 5] deze opdracht heeft uitgevoerd, maar uit de verklaringen van [naam getuige 5] en [naam getuige 1] valt af te leiden dat het om een eenmalig project ging dat liep van december 2016 tot en met februari 2017. Ook volgens [naam getuige 2] ging het om minimale volumes. Multitax heeft hier onvoldoende tegenover gesteld op basis waarvan de conclusie zou kunnen worden getrokken dat zij koerierswerk voor [naam klant 4] is misgelopen omdat [naam gedaagde] dat niet langer aan haar zou hebben gegund.

2.31

De rechtbank is op grond van het bovenstaande dan ook van oordeel dat Multitax er niet in is geslaagd te bewijzen dat zij voor de opdrachtgevers ( [naam klant 1] , [naam klant 2] en [naam klant 3] ) exclusief werkte, en evenmin dat zij daarvoor forse investeringen heeft gedaan. Voorzover er investeringen zijn gedaan, heeft Multitax deze kosten kunnen doorberekenen aan [naam gedaagde] . Slechts ten aanzien van [naam klant 4] is Multitax de exclusieve vervoerder geweest, maar dat betrof slechts een eenmalig project.

2.32

Uit de bovengenoemde verklaringen komt weliswaar naar voren dat er geen kwaliteitsverschillen waren tussen de vervoerders Multitax en Alexpres. Het geven van de opdrachten aan Multitax dan wel aan Alexpres heeft derhalve geen betrekking op de kwaliteit die de vervoerders konden leveren. Uit de verklaringen kan worden afgeleid dat het ten aan zien van [naam klant 1] de bedoeling was om het werk pro rato (naar omzet) te verdelen onder de vervoerders en dat er ook werd gestreefd naar een eerlijke verdeling. Ook is uit de verklaringen naar voren gekomen dat er een verschil was in de manier van werken en dat er onder meer sprake was van botsende karakters tussen [naam getuige 3] en [naam 1] wat mogelijk ertoe heeft geleid dat de vervoersopdrachten tijdelijk en ook uiteindelijk niet meer aan Multitax, maar aan Alexpres werden gegeven. Zoals hiervoor reeds is overwogen is onvoldoende komen vast te staan dat er een afdwingbare afspraak was met [naam gedaagde] op basis waarvan Multitax aanspraak kon en kan maken op deze opdrachten van [naam klant 1] , voor zover deze al voorhanden zijn.

2.33

Dit betekent dat in rechte niet vast staat dat [naam gedaagde] jegens Multitax tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis, dan wel onrechtmatig jegens Multitax heeft gehandeld. De gevorderde verklaringen voor recht (onderdelen I en II van de vordering) zijn derhalve niet toewijsbaar. Dit geldt eveneens voor de daarmee samenhangende vordering tot betaling van een voorschot ter zake van de geleden schade en de schade op te maken bij staat (onderdelen IV en V).

2.34

Ten aanzien van onderdeel III van de vordering heeft de rechtbank reeds in haar tussenvonnis van 20 maart 2019 overwogen dat er geen sprake is van een gegarandeerde omzet en dat dit onderdeel van de vordering evenmin toewijsbaar is.

2.35

Ook ten aanzien van onderdeel VI van de vordering betreffende de openstaande facturen van € 2.988,69 heeft de rechtbank in haar tussenvonnis van 20 maart 2019 reeds een oordeel gegeven. De rechtbank heeft het beroep van [naam gedaagde] op verrekening gehonoreerd en daarmee de vordering van Multitax over de onbetaald gelaten facturen afgewezen.

2.36

Wat dit onderdeel van de vordering betreft heeft Multitax bij conclusie na enquête de rechtbank verzocht om terug te komen op deze bindende eindbeslissing. Multitax stelt zich op het standpunt dat dit een onbegrijpelijk oordeel betreft. Ten eerste omdat [naam gedaagde] in haar conclusie van antwoord heeft gesteld dat zij dit bedrag mag verrekenen, welke stelling door Multitax gedurende de comparitie op 2 oktober 2018 is betwist, maar die door de rechtbank abusievelijk niet in het proces-verbaal is opgenomen. Daarbij komt dat de rechtbank de ‘schade’ van [naam gedaagde] door betaling van beweerdelijk te hoge tarieven heeft geschat op een bedrag van € 15.000,- welk bedrag aansluit bij de schatting van [naam gedaagde] .

2.37

[naam gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord na enquête zich verzet tegen het verzoek van Multitax om terug te komen op de bindende eindbeslissing. Multitax heeft naar eigen zeggen een hoger tarief in rekening gebracht dan voorheen. Ter ondersteuning van de hoogte van haar te verrekenen tegenvordering heeft [naam gedaagde] naar het overgelegde omzetoverzicht verwezen waaruit volgt dat Multitax in de tweede helft van 2017 zeker

€ 60.000,- aan omzet heeft gemaakt bij [naam gedaagde] (waarbij het te hoge tarief is gehanteerd). Er is geen aanleiding om terug te komen op het oordeel ten aanzien van de verrekening.

2.38

Op het verzoek van Multitax om terug te komen op deze bindende eindbeslissing overweegt de rechtbank als volgt.

2.39

Als maatstaf voor het terugkomen op een bindende eindbeslissing heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 25 april 2008 (ECLI:NL:HR: 2008:BC2800) geoordeeld dat de eisen van een goede procesorde meebrengen dat de rechter, aan wie is gebleken dat een eerdere door hem/haar gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen. Een bindende eindbeslissing berust onder meer op een onjuiste feitelijke grondslag indien de rechter, na een dergelijke heroverweging, inziet dat zijn uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven oordeel was gegrond op een onhoudbare feitelijke lezing van een of meer gedingstukken, welke lezing, bij handhaving, zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechter overtuigd is dat die ondeugdelijk zou zijn.

2.34

De rechtbank is van oordeel dat van dit laatste niet is gebleken, zodat het verzoek van Multitax om terug te komen op de bindende eindbeslissing niet zal worden ingewilligd.

2.35

Dit betekent dat de beslissing zoals genomen in het vonnis van 20 maart 2020 gehandhaafd blijft en dat de vordering tot betaling van de openstaande facturen zal worden afgewezen.

2.36

De gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, alsmede de rente zullen eveneens als ongegrond worden afgewezen.

2.37

Multitax zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [naam gedaagde] worden, begroot op:

- griffierecht € 3.946,-

- salaris advocaat € 6.828,- (4 punten x tarief à € 1.707,-) in deze procedure;

Totaal: € 10.774,-

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst de vordering af;

veroordeelt Multitax in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [naam gedaagde] , bepaald op € 3.946,- aan griffierecht en € 6.828,- aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken op

24 juni 2020.1

2842

1 type: coll: