Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6060

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-02-2020
Datum publicatie
13-07-2020
Zaaknummer
8110808 CV EXPL 19-45059
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst webwinkel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8110808 CV EXPL 19-45059

uitspraak: 28 februari 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Incasso Partners B.V.,

gevestigd te Leiden,

eiseres,

gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders en Incasseerders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Incassopartners’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 12 september 2019, met bijlagen;

  2. de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 30 oktober 2019, met bijlagen;

  3. de conclusie van repliek, met bijlagen;

  4. de aantekeningen van de mondelinge reactie van 28 januari 2020.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De vordering

2.1

Incassopartners vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Incassopartners van een bedrag van € 57,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 17,40 vanaf 30 augustus 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

Het door Incassopartners gevorderde bedrag bestaat uit € 17,40 aan hoofdsom, € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 0,38 aan vervallen rente.

2.3

Incassopartners legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] uit hoofde van de door hem met de webwinkel [website] gesloten koopovereenkomst een bedrag van € 17,40 verschuldigd was. [website] heeft haar vordering op [gedaagde] overgedragen aan Klarna Bank AB (hierna: Klarna). Klarna heeft de vordering vervolgens verkocht aan Incassopartners. Incasso Partners vordert nakoming van de koopovereenkomst.

3. Het verweer

3.1

[gedaagde] voert – kort gezegd – als verweer dat hij de facturen al heeft voldaan.

4. De beoordeling

4.1

Vaststaat dat [gedaagde] bestellingen heeft geplaatst bij de webwinkel [website] en dat hij daarvoor € 17,40 aan [website] moest betalen. Beoordeeld moet daarom worden of [gedaagde] dit bedrag al heeft betaald.

4.2

[gedaagde] heeft een betalingsbewijs overgelegd waaruit blijkt dat hij op 25 oktober 2019 € 16,00 heeft betaald met als omschrijving “ [omschrijving] ”. Volgens Incassopartners heeft deze betaling echter betrekking op de bestelling van twee baseballshirts. Incassopartners verwijst daarbij naar haar e-mailbericht van 22 oktober 2019.

4.3

[gedaagde] heeft niet weersproken dat hij twee (gewone) shirts en twee baseballshirts heeft besteld bij [website]. Het nummer dat [gedaagde] bij zijn betaling heeft vermeld komt overeen met de bestelling voor de twee baseballshirts. Het bedrag komt ook met die bestelling overeen. De betaling van € 16,00 ziet dus op de bestelling van de twee baseballshirts en heeft geen betrekking op de twee (gewone) shirts, waarvan in deze procedure betaling wordt gevorderd. [gedaagde] moet daarom nog € 17,40 betalen voor de twee (gewone) shirts. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat hij de jas en de sportbroek niet gekregen heeft, maar daar vordert Incassopartner ook geen betaling van.

4.4

Incassopartners maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Zij heeft een brief overgelegd waarin zij [gedaagde] heeft aangemaand om binnen twee weken na ontvangst van de brief te betalen. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij deze brief heeft ontvangen. Er is daarom voldaan aan artikel 6:96 lid 6 BW. Dit deel van de vordering zal daarom ook worden toegewezen.

4.5

Incasso Partners vordert de wettelijke (handels)rente. Omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst, zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen.

4.6

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan Incassopartners te betalen een bedrag van € 57,78, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 17,40 vanaf 30 augustus 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Incassopartners vastgesteld op € 121,00 aan griffierecht, € 85,18 aan dagvaardingskosten en € 72,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416