Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5821

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
C/10/598374 / FA RK 20-4264
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2020-0208
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/598374 / FA RK 20-4264

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene],

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene], [woonplaats betrokkene],

advocaat mr. P.T.M. de Haan te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 16 juni 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater], psychiater, van 12 mei 2020;

  • -

    de zorgkaart van 25 februari 2020;

  • -

    het zorgplan van 19 februari 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen per beeldbellen gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 [naam behandelaar], behandelaar, verbonden aan Antes GGZ.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een stoornis in het gebruik van middelen.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade en de situatie dat betrokkene wegens hinderlijk gedrag agressie van anderen jegens zichzelf oproept. Daarnaast bestaat er gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Betrokkene is reeds jarenlang alcohol- en cannabisafhankelijk. Hierdoor zijn er vaak sterke stemmingswisselingen bij betrokkene. Hij vertoont ontremd en grensoverschrijdend gedrag, passend bij de stemmingswisselingen. Dit is met name na het gebruik van alcohol dan wel cannabis. Dit veroorzaakt overlast en is mogelijk agressieopwekkend. Daarnaast is het gevaarlijk voor de gezondheid van betrokkene omdat hierdoor het risico op intoxicatie of onttrekkingsverschijnselen bestaat. Bij betrokkene is over het algemeen eens in de een a twee maanden sprake van een terugval in het gebruik van alcohol en cannabis. Dit duurt ongeveer twee weken en dan zorgt hij er zelf weer voor dat hij stopt met het gebruik van deze middelen. Dit lukt echter niet altijd en om betrokkene voldoende veiligheid te kunnen bieden is een zorgmachtiging nodig om hem op te kunnen nemen indien de situatie te gevaarlijk wordt.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene wil geen zorgmachtiging maar ziet wel in dat het nodig is. Tijdens de mondelinge behandeling is betrokkene merkbaar onder invloed en blijkt dat er sprake is van een terugval. Om betrokkene de noodzakelijke veiligheid te kunnen bieden wanneer de situatie te gevaarlijk wordt is een zorgmachtiging nodig. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van vocht en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie en het uitoefenen van toezicht op betrokkene ingeval van opname.

Als het gaat om opneming geruime tijd nadat de zorgmachtiging is verleend, moet aan die vrijheidsbeneming een recente medische beoordeling ten grondslag liggen. Praktisch gezien betekent dit dat bij een vrijheidsbeneming van betrokkene na drie maanden vanaf heden de zorgaanbieder uitvoering dient te geven aan een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. Dat mag door de geneesheer-directeur plaatsvinden, mits hij niet bij de behandeling betrokken is.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 december 2020.

Deze beschikking is op 30 juni 2020 mondeling gegeven door mr. N. Doorduijn, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 3 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.