Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5805

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
03-07-2020
Zaaknummer
8397471-2
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

spoorwissel, 69 Rv, geen opzegging arbeidsovereenkomst, loonvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0737
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8397471 VERZ 20-4770

uitspraak: 30 juni 2020

beschikking ex artikel 69 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker],

verzoeker,

gemachtigde: mr. C. Buitelaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B&S Transport B.V.

gevestigd te Zwijndrecht,

verweerster,

gemachtigde: mr. R.M.A. Lensen.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoeker]” respectievelijk “B&S Transport”.

1. Het (verdere) verloop van de procedure

Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

  • -

    het op 19 maart 2020 ter griffie ontvangen verzoekschrift van [verzoeker] ex artikel 7:681 BW, tevens inhoudende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, met de producties 1 t/m 9;

  • -

    het verweerschrift van B&S Transport inzake de verzochte voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, met de producties 1 t/m 7, ter griffie ontvangen op
    1 mei 2020;

  • -

    de brief van 5 juni 2020, met de producties 10 t/m 13, aan de zijde van [verzoeker];

  • -

    de aankondiging per e-mailbericht van 10 juni 2020 van de gemachtigde van B&S Transport dat deze een aparte procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor zover vereist heeft gestart en daartoe op 10 juni 2020 een verzoek heeft ingediend;

  • -

    de op 30 juni 2020 onder zaaknummer 8397471 VZ VERZ 20-4770 tussen partijen gewezen beschikking ex 223 Rv van deze kantonrechter.

Op 11 juni 2020 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden die in verband met de corona-maatregelen, met instemming van partijen plaats heeft gevonden via een skypezitting, waarbij de kantonrechter en de griffier zich bevonden in een zaal van de rechtbank en [verzoeker] respectievelijk B&S Transport (namens haar de heren F.J. Seltenrijch en Atak) en de gemachtigden van partijen allen vanuit hun eigen locatie digitaal met beeld en geluid verbonden waren. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

De kantonrechter heeft de datum van deze beschikking bepaald op heden.

2. Het verzoek

2.1

[verzoeker] heeft (in de hoofdzaak) verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad

primair:

I. de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen;

II. B&S Transport te verplichten om [verzoeker] binnen drie dagen na de te wijzen beschikking -na zijn herstel- toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, alsmede te verplichten in het kader van zijn
re-integratie [verzoeker] op te roepen voor een spreekuur bij een bedrijfsarts in de regio, dat alles onder verbeurte van een dwangsom van € 150,00 per dag dat B&S Transport in gebreke blijft;

subsidiair: B&S Transport te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van

III. € 2.670,89 bruto te verhogen met 8% vakantietoeslag, aan billijke vergoeding, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;

IV. € 1.150,00 bruto aan transitievergoeding

primair (en) subsidiair (en meer subsidiair):

V. € 392,00 ex btw aan buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel;

VI. de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde vergoedingen tot aan de dag van algehele voldoening;

VII. alles met veroordeling van B&S Transport in de proceskosten.

2.2

B&S Transport heeft zich (inhoudelijk) op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van opzegging van de arbeidsovereenkomst, maar dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen met wederzijds goedvinden is geëindigd.

3. De beoordeling

3.1

Vooropgesteld wordt dat ingevolge artikel 69 Rv de kantonrechter verplicht is, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidende document aanhangig is gemaakt. Indien de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde “spoor” zit, dient hij de wissel om te zetten en er voor zorg te dragen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor.

3.2

[verzoeker] heeft aan zijn primaire verzoek ex artikel 7:681, lid 1 sub a BW ten grondslag gelegd dat B&S Transport de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst bij brief van
24 januari 2020 zonder zijn schriftelijke instemming heeft opgezegd.

3.3.

De brief van 24 januari 2020 van B&S Transport aan [verzoeker] luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…) Op 24-01-2020 hebben wij wederom een gesprek met u gehad. Wij hebben dit gesprek wederom met u moeten voeren, omdat er geen enkele verbetering is opgetreden in uw functioneren en uw werkhouding.

Aangezien de vele kritieke aandachtspunten door u niet zijn opgevolgd, hebben wij tijdens uw bezoek aan kantoor, in gezamenlijk overleg besloten en tevens overeengekomen, dat het verstandiger zou zijn om uit elkaar te gaan.

Hierbij bevestigen wij dan ook dat wij uw arbeidscontract, met ingang van vandaag, hebben beëindigd. Wij houden rekening met een opzegtermijn van 1 maand. Dit betekent dan ook dat u uit dienst treed per 1 maart 2020.(…)”

3.4

B&S Transport heeft betwist dat zij de arbeidsovereenkomst (met de brief van 24 januari 2020) heeft opgezegd. De kantonrechter is van oordeel dat ook de tekst van de brief geen aanknoping biedt voor een opzegging door B&S Transport. De term opzegging komt niet voor in de brief en de passages “hebben wij tijdens uw bezoek aan kantoor, in gezamenlijk overleg besloten en tevens overeengekomen, dat het verstandiger zou zijn om uit elkaar te gaan” en hetgeen volgt in alinea daarna “Hierbij bevestigen wij dan ook dat wij uw arbeidscontract, (…) hebben beëindigd.” wijzen evenmin op opzegging door
B&S Transport. Het primaire verzoek van [verzoeker] onder I wordt dan ook niet gedragen door aantasting van een opzegging van de arbeidsovereenkomst en ontbeert een grondslag. Uit het verzoekschrift van [verzoeker] blijkt wel dat hij (primair) een loonvordering heeft willen instellen tegen B&S Transport. Dit had echter bij exploot van dagvaarding moeten gebeuren.

3.5

De kantonrechter zal hierna, gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv dan ook bevelen dat de onderhavige zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals hierna vermeld.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

- verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 12 augustus te 14.30 uur teneinde [verzoeker] de gelegenheid te bieden zijn stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;

- bepaalt dat het door [verzoeker] te nemen processtuk uiterlijk de dag voor genoemde rolzitting om 12.00 uur (in tweevoud) ter griffie ontvangen moet zijn;

- bepaalt dat B&S Transport daarna eveneens in de gelegenheid zal worden gesteld haar stellingen zo nodig aan te passen aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

362