Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5790

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
8330300 CV EXPL 20-5435
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

huurachterstand toegewezen. Bij conclusie van repliek is de huuracherstand verder gespecificeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8330300 CV EXPL 20-5435

uitspraak: 19 juni 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de stichting

Stichting Laurens Wonen,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Laurens Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 30 januari 2020, met producties;

  • -

    de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde] op de rolzitting van 27 februari 2020, alsmede de bij die gelegenheid door hem overgelegde productie;

  • -

    de ten behoeve van de rolzitting van 25 maart 2020 overgelegde productie van [gedaagde] , inhoudende een betalingsspecificatie;

  • -

    conclusie van repliek.

1.2

[gedaagde] heeft, hoewel daartoe naar behoren in de gelegenheid te zijn gesteld, op de rolzitting van 20 mei 2020 niet meer gereageerd.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

Tussen Laurens Wonen als verhuurder en [gedaagde] als huurder bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woning gelegen aan de [adres] te Rotterdam (hierna: het gehuurde).

2.2

Uit hoofde van deze huurovereenkomst is [gedaagde] bij vooruitbetaling huurpenningen verschuldigd aan Laurens Wonen, laatstelijk bedragend € 723,46 per maand.

2.3

Laurens Wonen heeft van [gedaagde] op 24 januari 2020 een betaling ten bedrage van € 1.100,00 ontvangen en op 24 maart 2020 een betaling ten bedrage van € 723,46 ontvangen.

3. De vordering

3.1

Laurens Wonen heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde te ontbinden, [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en te veroordelen tot betaling aan Laurens Wonen van € 2.878,84 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand januari 2020 en € 499,49 aan vergoeding van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met een bedrag van € 723,46 per maand, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, vanaf 1 februari 2020 tot de ontruiming, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Aan haar vordering heeft Laurens Wonen, naast de vaststaande feiten – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

[gedaagde] is, ondanks aanmaning en sommatie, in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van de verschuldigde huurpenningen en heeft berekend tot en met de maand januari 2020 een huurachterstand van € 2.878,84 laten ontstaan. De hoogte van deze huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.

3.2.2

Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Laurens Wonen zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Bij onderhavig exploot van dagvaarding is [gedaagde] door de gemachtigde van Laurens Wonen aangemaand. De gemaakte kosten van € 499,49 komen op grond van artikel 6:96 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) voor rekening van [gedaagde] .

4. Het verweer

[gedaagde] heeft de door Laurens Wonen gestelde hoogte en verschuldigdheid van de huurachterstand niet betwist. Sinds enkele maanden gaat [gedaagde] naar Stop de Schulden van stichting Dock om zijn financiële situatie op orde te krijgen. [gedaagde] wil graag een oplossing voor de situatie betreffende de huurachterstand die is ontstaan. [gedaagde] stelt dat hij op 23 januari 2020 een bedrag van € 1.100,00 heeft overgemaakt naar Laurens Wonen en heeft hiervan ter rolzitting van 25 maart 2020 een betalingsbewijs overgelegd.

5. De beoordeling van de vordering

5.1

Bij conclusie van repliek heeft Laurens Wonen een recente huurachterstand overgelegd waarbij rekening is gehouden met de onder 2.3 genoemde betalingen van [gedaagde] . Tot en met april 2020 bedraagt de huurachterstand in totaal € 3.225,76. [gedaagde] heeft niet van de aan hem geboden gelegenheid gebruik gemaakt om op deze stelling van Laurens Wonen te reageren, zodat in rechte wordt uitgegaan van de juistheid van de stelling van Laurens Wonen dat de huurachterstand tot en met april 2020 € 3.225,76 bedraagt. De vordering van Laurens Wonen tot betaling van de achterstallige huur tot en met april 2020 wordt dan ook toegewezen tot dat bedrag.

5.2

Ten aanzien van de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wordt als volgt overwogen. Ingevolge artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Uit rechtsoverweging 5.1 volgt dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen jegens Laurens Wonen. Gebleken is dat de huurachterstand op de dag van de dagvaarding een omvang had van € 2.878,84, in totaal meer dan drie maanden huur en tijdens deze procedure de huurachterstand verder is opgelopen naar € 3.225,76. Gelet op de hoogte van de huurachterstand van ruim vier maanden is in ieder geval geen sprake van een tekortkoming van geringe betekenis. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat de tekortkoming van bijzondere aard is. Bovendien acht de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst en een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde gerechtvaardigd, gelet op het belang van Laurens Wonen bij een huurder die (tijdig) aan zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst voldoet. De gevorderde ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst zal dan ook worden toegewezen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na de datum van dit vonnis.

5.3

Laurens Wonen maakt aanspraak op een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vergoeding waarop ingevolge het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aanspraak kan worden gemaakt zal worden berekend aan de hand van de hoofdsom van de aanmaning die is gevoegd bij de exploot van de dagvaarding. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 499,49 (incl. BTW).

5.4

[gedaagde] heeft gesteld de vordering middels een betalingsregeling te willen voldoen. Op grond van artikel 6:29 BW is de kantonrechter niet bevoegd om een betalingsregeling vast te stellen in het vonnis zonder instemming van Laurens Wonen. Voor het treffen van een betalingsregeling met Laurens Wonen wordt [gedaagde] verwezen naar de gemachtigde van Laurens Wonen.

5.5

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Laurens Wonen veroordeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Laurens Wonen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 3.725,25 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand april 2020 en buitengerechtelijke incassokosten;

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de uitspraak van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevinden en het gehuurde onder overgave van sleutels ter beschikking van Laurens Wonen te stellen;

veroordeelt [gedaagde] om aan Laurens Wonen te betalen € 723,46 per maand, of zoveel hoger als bij een wettelijke verhoging zou zijn toegelaten, met ingang van de maand mei 2020 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, ook die laatste maand voor een gehele te rekenen;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Laurens Wonen vastgesteld op € 601,96 aan verschotten en € 420,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44485