Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5759

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-07-2020
Datum publicatie
02-07-2020
Zaaknummer
10/741028-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Politieachtervolging. Inrijden op politieauto poging doodslag, vernieling, doorrijden na aanrijding, ernstige gevaarzetting artikel 5a WVW, rijden onder invloed alcohol.

Gevangenisstraf 16 maanden en ontzegging bevoegdheid motorrijtuigen te besturen 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/741028-20

Datum uitspraak: 1 juli 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Frankrijk) op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. P.H. van Akenborgh, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. J. Verschuren, heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 impliciet primair, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    ten aanzien van het onder 4 primair ten laste gelegde: ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijsoverweging feiten 1 en 2: poging doodslag en vernieling

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling van de politieagenten en de onder 2 ten laste gelegde vernieling van de politieauto. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte geen opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, op de dood van of letsel bij de twee politieagenten en op vernieling van de politieauto. De politie heeft, door de verdachte met meerdere auto’s met hoge snelheid te achtervolgen, een gevaarlijke situatie laten ontstaan, waardoor uiteindelijk een aanrijding heeft plaatsgevonden. De verdachte is niet doelbewust op de politieauto ingereden, maar wilde slechts ontkomen aan de politie.

4.1.2.

Beoordeling

Poging doodslag

Op 3 maart 2020 is de verdachte rijdend in een personenauto vanaf het centrum van Rotterdam tot op de A12 ter hoogte van Harmelen door verschillende politieauto’s achtervolgd. De verdachte heeft, zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, geen gevolg gegeven aan de aanwijzingen van de achtervolgende politieagenten om zijn voertuig tot stilstand te brengen.

Tijdens de achtervolging door de politie reed de verdachte met snelheden ruim boven de maximumsnelheid en onder invloed van alcohol met zijn auto over de snelweg. Hij manoeuvreerde daarbij over vrijwel de gehele breedte van de drie rijstroken van links naar rechts en maakte meerdere snelle stuurbewegingen om zo aan een zogeheten ‘inbox-procedure’ van de politie te ontkomen. Op het moment dat een politieauto zich op korte afstand schuin voor hem op de weg bevond en derhalve zichtbaar voor hem was, heeft de verdachte zijn snelheid nog verder verhoogd door gas te geven en heeft hij een snelle stuurbeweging naar links gemaakt. De verdachte heeft vervolgens met hoge snelheid tweemaal de rechter achterzijde van de politieauto geraakt, waardoor de bestuurder van de politieauto de controle over het voertuig verloor. De politieauto is in een slip geraakt, schoof dwars over de weg en heeft hierna de vangrail geraakt, waarna de politieauto (opnieuw) dwars over de weg schoof. Naar algemene ervaringsregels is bij een aanrijding met een dergelijke hoge snelheid de kans op een ongeluk met dodelijke afloop aanmerkelijk. In onderhavig geval was de kans dat dit gevaar zou intreden ook reëel. De aanrijding vond immers plaats in de nabijheid van ander verkeer dat met hoge snelheid reed, waaronder meerdere politieauto’s die de verdachte op dat moment achtervolgden. Daarnaast liep de vangrail ter plaatse schuin omhoog, waardoor een auto die daar met hoge snelheid tegenaan zou rijden, kon worden gelanceerd en over de kop kon slaan. Dat de gevolgen in dit geval beperkt zijn gebleven, is - naast geluk - te danken aan het feit dat de bestuurder van de politieauto een getrainde politieagent is en de politieauto over vierwielaandrijving beschikt, zodat de bestuurder na de slip de controle over de auto heeft hervonden.

Gezien de omstandigheden waaronder de verdachte met hoge snelheid tegen de achterkant van de politieauto is in- en aangereden, is de rechtbank van oordeel dat dit handelen, naar zijn uiterlijke verschijningsvorm, kan worden aangemerkt als zo zeer gericht op de dood van de inzittenden van de politieauto, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.
De rechtbank acht derhalve voorwaardelijk opzet op de dood van de inzittenden van de politieauto - en daarmee poging tot doodslag op beide politieagenten – bewezen.

Vernieling

Het doelbewust met hoge snelheid tegen de achterkant van de politieauto rijden is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zodanig gericht op het beschadigen van de politieauto, dat de rechtbank opzet op vernieling van de politieauto bewezen acht.

4.2.

Bewezenverklaring feiten 1, 2 en 4

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 impliciet primair, het onder 2 en het onder 4 primair ten laste gelegde heeft begaan.

4.3.

Bewezenverklaring feiten 3 en 5 zonder nadere motivering

Het onder 3 en 5 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het onder 3 en 5 bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op 3 maart 2020 in Nederland

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven,

met dat opzet meermalen,

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto rijdend met een hoge

snelheid is ingereden op een politieauto met daarin voornoemde [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2]

en

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto rijdend met een hoge

snelheid tegen die politieauto met daarin voornoemde [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] ,

is aangereden, waardoor de

bestuurder van die politieauto de controle over die politieauto is verloren

en die politieauto in een slip terecht is gekomen en die politieauto

tegen de vangrail terecht is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 3 maart 2020 in Nederland

opzettelijk en wederrechtelijk

een politieauto (Audi A6 Avant ), dat

aan een ander, te weten aan Politie Eenheid Rotterdam

toebehoorde, heeft beschadigd;

3.

hij als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt,

welke gedraging hij als bestuurder van een motorrijtuig had

verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Rotterdam op het

Schieplein, op 3 maart 2020 de (voornoemde) plaats van

vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist

aan anderen (te weten aan [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 4] ) schade was toegebracht;

4.

hij op 3 maart 2020 te Rotterdam, althans in Nederland, als

bestuurder van een voertuig (te weten een personenauto, zijnde een Citroën ZX

met (Frans) kenteken [kentekennummer 1] ), daarmee rijdende op de weg, te weten de Karel

Doormanstraat en het Schouwburgplein en de Mauritsplaats en het Weena

en de Coolsingel en het Schieplein en de Schiekade

en de Rijksweg A20 en de Rijksweg A12, zich opzettelijk zodanig heeft

gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- een langere periode met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane

snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te

rijden en

- meermalen op het fietspad te rijden en te

slingeren en

- meerdere door verbalisanten gegeven stoptekens te negeren en

- ( met een hoge snelheid) op meer voertuigen in te rijden en

(vervolgens) (zich door) (met een hoge snelheid) meer van die

voertuigen te duwen en die daarbij te raken en

- een rood licht te negeren en

- ( met een hoge snelheid) één politieauto en andere

voertuigen te passeren en

- ( met een hoge snelheid) (over vrijwel de gehele breedte van drie rijstroken)

van links naar rechts te manoeuvreren en

- te proberen zich uit de zogenoemde inbox-procedure te manoeuvreren door

onder meer meerdere snelle stuurbewegingen te maken en

- meermalen (met een hoge snelheid) op één politieauto in te rijden

- ( met een hoge snelheid) tegen een politieauto, met daarin [naam slachtoffer 1] en

[naam slachtoffer 2] , te rijden en te

botsen, waardoor de bestuurder van die politieauto de controle over die

politieauto is verloren en die politieauto in een slip terecht is gekomen

en die politieauto tegen de vangrail terecht is gekomen,

- terwijl het donker was en

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde,

door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;

5.

hij op 03 maart 2020 te Rotterdam, als bestuurder van een

motorrijtuig, (te weten een personenauto, zijnde een Citroën ZX met (Frans)

kenteken [kentekennummer 1] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek,

als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de

Wegenverkeerswet 1994, 535 microgram

alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

2. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

3. overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd;

4. primair: overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

5. overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (535 microgram).

Eendaadse samenloop

De rechtbank is van oordeel dat er ter zake van de onder feit 4 primair bewezenverklaarde onderdelen sprake is van eendaadse samenloop – zoals bedoeld in artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht – met de onder 1 en 5 bewezenverklaarde feiten, te weten:

- met een hoge snelheid tegen een politieauto met daarin [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] te rijden, waardoor de bestuurder van die politieauto de controle over die politieauto is verloren en die politieauto in een slip terecht is gekomen en die politieauto tegen de vangrail terecht is gekomen

eendaadse samenloop met het onder feit 1 bewezen verklaarde;

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde

eendaadse samenloop met het onder feit 5 bewezen verklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich in een poging om aan de politie te ontkomen, schuldig gemaakt aan ernstige verkeersdelicten en een poging tot doodslag op twee politieambtenaren die waren belast met de taak te zorgen voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid.

De verdachte heeft op 3 maart 2020, rijdend onder invloed van alcohol, in het centrum van Rotterdam een stopteken van de politie genegeerd en is met hoge snelheid weggereden. De verbalisanten zijn in een politievoertuig achter hem aangegaan, waarbij de verdachte met hoge snelheid en met ernstige schending van de verkeersregels vanaf het centrum van Rotterdam richting de snelweg is gereden. De verdachte heeft daarbij op enig moment een aanrijding met twee voor het stoplicht stilstaande auto’s veroorzaakt en is hierna doorgereden, zonder zich om de inzittenden of de ontstane schade te bekommeren. Nadat de dollemansrit werd voortgezet op de rijkswegen, waarbij de verdachte werd achtervolgd door meerdere politieauto’s, is de verdachte bewust tweemaal met hoge snelheid tegen het politievoertuig, dat de verdachte tot stoppen trachtte te dwingen, aangereden, waardoor de politieauto uit zijn rijrichting werd geduwd. De auto van de verbalisanten raakte als gevolg van die aanrijding in een slip, waardoor de bestuurder de controle over de auto is verloren. Het zwaar beschadigde politievoertuig schoof met hoge snelheid overdwars over de weg richting de vangrail en kwam na daarmee in aanraking te zijn gekomen opnieuw dwars op de weg terecht. De verdachte is uiteindelijk door de politie tegen de vangrail klemgereden en is, niet eerder dan na een vluchtpoging door de verdachte en achtervolging te voet door de weilanden, aangehouden.

Het handelen van de verdachte heeft levensgevaarlijke situaties opgeleverd voor anderen. Uit het handelen van de verdachte blijkt dat hij zijn eigen belang om zich aan aanhouding te onttrekken, heeft laten prevaleren boven het recht op leven van de verbalisanten. Ook om de veiligheid van andere weggebruikers heeft hij zich in het geheel niet bekommerd. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 mei 2020 en een uittreksel uit de Franse justitiële documentatie van 13 maart 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor verkeersdelicten, te weten rijden onder invloed en rijden zonder geldig rijbewijs.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Voor het onder invloed van alcohol door middel van roekeloos rijgedrag veroorzaken van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen (feit 4 primair), acht de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen, een passende bijkomende straf.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen voorwerp (personenauto Citroën ZX met Frans kenteken [kentekennummer 1] ) te doen teruggeven aan de eigenaar.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp.

8.3.

Beoordeling

Ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp (personenauto Citroën ZX met Frans kenteken [kentekennummer 1] ) zal een last worden gegeven tot teruggave aan een ander, zijnde degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer] blijkt aan wie het in beslag genomen voorwerp toebehoort.

9. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van in totaal € 2.327,10 aan materiële schade.

9.1.

Standpunt officier van justitie / verdediging

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering volledig dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij van niet-eenvoudige aard is en heeft verzocht de benadeelde partij daarom af te wijzen.

9.2.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding genoegzaam is onderbouwd en door de verdachte niet (voldoende gemotiveerd) is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 3 maart 2020, de datum waarop de schade is ontstaan.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.327,10, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 55, 57, 287 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 7, 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 impliciet primair, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

ten aanzien van feit 4 primair:
ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994;

gelast de teruggave van de in beslag genomen personenauto (Citroën ZX, kenteken [kentekennummer 1] , kleur wit, goednummer [beslagnummer] ) aan de rechtmatige eigenaar: [naam rechtmatige eigenaar] , handelsnaam: [handelsnaam] , geboren [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] , Frankrijk;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 2.327,10 (zegge: tweeduizenddriehonderd-zevenentwintig euro en tien eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.327,10 (hoofdsom, zegge: tweeduizenddriehonderdzevenentwintig euro en tien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.327,10 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 33 dagen;

de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.V. Scheffers, voorzitter,

en mrs. B.E. Dijkers en S.E.C. Debets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juli 2020.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 3 maart 2020 te Harmelen, in elk geval in Nederland

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval een of meerdere politiemensen

opzettelijk

van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet meermalen, althans eenmaal,

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto (rijdend met een hoge

snelheid) is ingereden en/of toegereden op een politieauto met daarin

voornoemde [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval een of meerdere politiemensen

en/of

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto (rijdend met een hoge

snelheid) tegen die politieauto met daarin voornoemde [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

in elk geval een of meerdere politiemensen is aangereden, waardoor de

bestuurder van die politieauto de controle over die politieauto is verloren

en/of die politieauto in een slip terecht is gekomen en/of die politieauto

tegen de vangrail terecht is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 3 maart 2020 te Harmelen, in elk geval in Nederland

opzettelijk en wederrechtelijk

een politieauto (Audi A6 Avant kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, dat

geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Politie Eenheid Rotterdam

toebehoorde,

heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3.

hij als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt,

welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had

verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Rotterdam op/aan het

Schieplein, op of omstreeks 3 maart 2020 de (voornoemde) plaats van

vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist

of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander(en) (te weten aan [naam slachtoffer 3]

en/of [naam slachtoffer 4] ) schade was toegebracht;

4.

hij op of omstreeks 3 maart 2020 te Rotterdam, althans in Nederland, als

bestuurder van een voertuig (te weten een personenauto, zijnde een Citroën ZX

met (Frans) kenteken [kentekennummer 1] ), daarmee rijdende op de weg, te weten de Karel

Doormanstraat en/of het Schouwburgplein en/of de Mauritsplaats en/of de Weena

en/of de Coolsingel en/of het Hofplein en/of het Schieplein en/of de Schiekade

en/of de Rijksweg A20 en/of de Rijksweg A12, zich opzettelijk zodanig heeft

gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- een langere periode met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane

snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te

rijden en/of

- meermalen (met een hoge snelheid) op het fietspad te rijden en/of te

slingeren en/of

- één of meerdere door verbalisanten gegeven stoptekens te negeren en/of

- ( met een hoge snelheid) op één of meer voertuigen in te rijden en/of

(vervolgens) door (zich door) (met een hoge snelheid) één of meer van die

voertuigen te duwen en/of te raken en/of

- een rood licht te negeren en/of

- ( met een hoge snelheid) één of meerdere politieauto's en/of andere

voertuigen te passeren en/of

- ( met een hoge snelheid) (over vrijwel de gehele breedte van drie rijstroken)

van links naar rechts te manoeuvreren en/of

- te proberen zich uit de zogenoemde inbox-procedure te manoeuvreren door

onder meer één of meerdere snelle stuurbewegingen te maken en/of

- meermalen (met een hoge snelheid) op één of meerdere politieauto's in en/of

toe te rijden

- ( met een hoge snelheid) tegen een politieauto, met daarin [naam slachtoffer 1] en/of

[naam slachtoffer 2] , in elk geval een of meerdere politiemensen, te rijden en/of te

botsen, waardoor de bestuurder van die politieauto de controle over die

politieauto is verloren en/of die politieauto in een slip terecht is gekomen

en/of die politieauto tegen de vangrail terecht is gekomen,

- terwijl het donker was en/of

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde,

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 3 maart 2020 te Rotterdam, althans in Nederland, als

bestuurder van een voertuig (te weten een personenauto, zijnde een Citroën ZX

met (Frans) kenteken [kentekennummer 1] ), daarmee rijdende op de weg, te weten de Karel

Doormanstraat en/of het Schouwburgplein en/of de Mauritsplaats en/of de Weena

en/of de Coolsingel en/of het Hofplein en/of het Schieplein en/of de Schiekade

en/of de Rijksweg A20 en/of de Rijksweg A12, door

- een langere periode met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane

snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te

rijden en/of

- meermalen (met een hoge snelheid) op het fietspad te rijden en/of te

slingeren en/of

- één of meerdere door verbalisanten gegeven stoptekens te negeren en/of

- ( met een hoge snelheid) op één of meer voertuigen in te rijden en/of

(vervolgens) door (zich door) (met een hoge snelheid) één of meer van die

voertuigen te duwen en/of te raken en/of

- een rood licht te negeren en/of

- ( met een hoge snelheid) één of meerdere politieauto's en/of andere

voertuigen te passeren en/of

- ( met een hoge snelheid) (over vrijwel de gehele breedte van drie rijstroken)

van links naar rechts te manoeuvreren en/of

- te proberen zich uit de zogenoemde inbox-procedure te manoeuvreren door

onder meer één of meerdere snelle stuurbewegingen te maken en/of

- meermalen (met een hoge snelheid) op één of meerdere politieauto's in en/of

toe te rijden

- ( met een hoge snelheid) tegen een politieauto, met daarin [naam slachtoffer 1] en/of

[naam slachtoffer 2] , in elk geval een of meerdere politiemensen, te rijden en/of te

botsen, waardoor de bestuurder van die politieauto de controle over die

politieauto is verloren en/of die politieauto in een slip terecht is gekomen

en/of die politieauto tegen de vangrail terecht is gekomen,

- terwijl het donker was en/of

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

5.

hij op of omstreeks 03 maart 2020 te Rotterdam, als bestuurder van een

motorrijtuig, (te weten een personenauto, zijnde een Citroën ZX met (Frans)

kenteken [kentekennummer 1] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek,

als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de

Wegenverkeerswet 1994, 535 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram,

alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.