Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5742

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-07-2020
Datum publicatie
02-07-2020
Zaaknummer
10/811042-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest ter zake van het opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag en het plegen van ontuchtige handelingen met een 12-jarig meisje, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/811042-19

Datum uitspraak: 2 juli 2020

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Verenigde Staten van Amerika) op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

wonende op het adres in het buitenland:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] (Verenigde Staten van Amerika),

gemachtigd raadsman mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Boender heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1, 2, zowel primair als subsidiair, en 3 ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte geen beslissende invloed heeft gehad op de tijdelijke scheiding tussen [naam slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) en haar moeder. Het slachtoffer heeft zelf de keuze gemaakt om van huis te gaan en ze is zelfstandig naar de hotelkamer gelopen om daar te verblijven. Voorts heeft het slachtoffer verklaard dat als ze had gewild, ze de hotelkamer had kunnen verlaten en weg had kunnen gaan.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de verdediging aangevoerd dat op basis van het dossier er gerede twijfel bestaat over de toedracht en niet kan worden vastgesteld dat de verdachte en het slachtoffer seksueel contact hebben gehad. Met de verklaringen van het slachtoffer dient behoedzaam te worden omgegaan, nu het slachtoffer op punten tegenstrijdig of onjuist heeft verklaard. Daarnaast kan op basis van de rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) de juistheid van de verklaring van de verdachte, dat er tussen hem en het slachtoffer geen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, niet worden uitgesloten.

4.1.2.

Beoordeling

4.1.2.1. Vaststaande feiten

Op 27 juni 2019 is door de moeder van het slachtoffer aangifte gedaan van de vermissing van haar 12-jarige dochter, het slachtoffer. Het slachtoffer was met een smoes tussen 12.00 uur en 13.00 uur van school weggegaan en sindsdien was er geen contact meer met haar geweest. Er heeft vervolgens een onderzoek plaatsgevonden aan de iPad in gebruik bij het slachtoffer. Uit dit onderzoek bleek dat het slachtoffer contact had met een 49-jarige Amerikaanse man, de verdachte. De verdachte was rond het tijdstip van de vermissing, in de ochtend van 27 juni 2019, in Nederland aangekomen. In de nacht van 27 juni 2019 op 28 juni 2019 is een AMBER Alert verspreid. Uiteindelijk is in de avond van 28 juni 2019 het slachtoffer samen met de verdachte aangetroffen in een bed in een hotelkamer van het Hilton hotel in Rotterdam.

4.1.2.2. Feit 1

Onder feit 1 wordt de verdachte verweten dat hij het slachtoffer heeft onttrokken aan het over haar uitgeoefende gezag door haar moeder gedurende de twee dagen dat het slachtoffer samen met hem in een hotelkamer heeft verbleven.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat kan worden gesproken van onttrekken aan het gezag wanneer een verdachte in zodanige mate heeft bijgedragen aan de scheiding tussen de minderjarige en haar ouders, dat deze daardoor buiten het gezag van haar ouders kwam te verkeren. Een verdachte moet dus een beslissende invloed hebben gehad op de onttrekking.

De verdachte en het slachtoffer hebben elkaar leren kennen via een online spel, Star Stable. Ze hadden contact via de chatfunctie van dit spel en later ook via die van Facebook. Uit de gevoerde gesprekken tussen de verdachte en het slachtoffer is gebleken dat de verdachte het slachtoffer als het ware heeft gevoed door keer op keer haar loyaliteit in twijfel te trekken, haar angst aan te jagen en kwaad te spreken over de godsdienst en de familie van het slachtoffer. De verdachte heeft onder andere gezegd dat hij zich verraden voelde door het slachtoffer en dat daden meer zeggen dan woorden. Ook heeft de verdachte in die chatgesprekken gezegd dat de familie van het slachtoffer het Moslimgeloof, waarin vrouwen worden onderdrukt, aan haar probeerde op te dringen en dat ze niet naar Pakistan moest gaan, omdat ze dan door haar familie zou worden uitgehuwelijkt. De enige manier waarop het slachtoffer vrij kon zijn, zo heeft de verdachte tegen het slachtoffer gezegd, is door bij haar familie weg te gaan en naar Amerika te komen. Daar zou ze veilig zijn.

De verdachte heeft het slachtoffer door deze manier van praten en de dingen die hij tegen haar heeft gezegd, losgeweekt van haar familie en in het bijzonder van haar moeder.

De rechtbank weegt ook mee dat het slachtoffer heeft verklaard dat zij met de verdachte heeft afgesproken elkaar te ontmoeten in Rotterdam en vervolgens twee dagen in het Hilton hotel in Rotterdam te verblijven en dat dit plan eind mei 2019 is ontstaan. Ook hieruit blijkt de rol van de verdachte in de totstandkoming van het plan.

Gelet hierop en het zeer grote leeftijdsverschil tussen de verdachte en het slachtoffer, waardoor de verdachte overwicht had, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wel degelijk een beslissende invloed heeft gehad op de scheiding tussen het slachtoffer en haar moeder. De verdachte heeft zich dan ook schuldig gemaakt aan het onttrekken van het slachtoffer aan het over haar uitgeoefende gezag door haar moeder en verwerpt de verweren van de raadsman.

4.1.2.3. Feiten 2 en 3

Vaststaat dat de verdachte en het slachtoffer gedurende twee dagen, te weten op 27 juni 2019 en 28 juni 2019, samen in een kamer van het Hilton hotel te Rotterdam hebben verbleven en daar op 28 juni 2019 samen in bed zijn aangetroffen, waarbij het slachtoffer geheel ontkleed was en de verdachte gekleed was in een T-shirt en een loszittende boxershort. Over wat zich daar heeft afgespeeld lopen de verklaringen van de verdachte en het slachtoffer uiteen. Het slachtoffer heeft verklaard dat zij en de verdachte seksueel contact met elkaar hebben gehad. De verdachte heeft dit steeds ontkend en aangevoerd dat de aanwezigheid van het aangetroffen DNA-materiaal verklaard kan worden door indirecte overdracht.

Het slachtoffer is meerdere keren door de politie gehoord en zij heeft verklaard over hetgeen zich in de hotelkamer heeft afgespeeld. Het slachtoffer heeft verklaard dat zij en de verdachte één keer hebben geprobeerd om seks te hebben, waarbij het slachtoffer haar schaamlippen open moest houden. De verdachte is met zijn penis tussen de schaamlippen gekomen, maar verdere penetratie is niet gelukt. Het slachtoffer heeft de verdachte ook meerdere keren gepijpt. Daarnaast heeft de verdachte het slachtoffer aangeraakt bij haar billen, vagina en borsten en heeft hij aan haar borsten gelikt. Ook hebben de verdachte en het slachtoffer getongzoend.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van het slachtoffer gedetailleerd zijn en op hoofdlijnen steeds overeenkomen. Gelet hierop zijn haar verklaringen consistent en betrouwbaar en kunnen deze worden gebruikt voor het bewijs. De door de verdediging concreet aangevoerde punten, zoals het niet aantreffen van de ring die de verdachte aan het slachtoffer zou hebben gegeven en de Viagrapillen die de verdachte zou hebben ingenomen, waarover het slachtoffer niet consistent zou hebben verklaard, raken naar het oordeel van de rechtbank niet de kern van de aan de verdachte verweten feiten.

Bovendien worden de betrouwbaarheid en de validiteit van deze verklaringen vergroot, omdat deze worden ondersteund door de rapporten van het NFI van 14 augustus 2019 en 24 oktober 2019.

Blijkens het rapport van 14 augustus 2019 is er onderzoek gedaan naar zes bemonsteringen uit de onderzoeksset van het Forensisch Medisch Onderzoek dat is verricht bij de verdachte. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bemonsteringen van de buitenzijde van de penis (nat en droog) en de bemonstering van de eikelrand (nat) een DNA-hoofdprofiel bevatten dat mogelijk van het slachtoffer is. De kans dat dezelfde onderzoeksresultaten zouden zijn verkregen wanneer een willekeurig ander persoon dan het slachtoffer bijdrager zou zijn, wordt berekend op kleiner dan één op één miljard. De bemonsteringen van de eikelrand (droog) en de eikel (nat en droog) bevatten een DNA-mengprofiel waaraan het slachtoffer bijdrager kan zijn. De matchkans hiervan is niet berekend, gelet op de overige resultaten. Uit dit onderzoek is voorts gebleken dat de bemonstering van de buitenzijde van de penis (nat) vaginale cellen kan bevatten.

Blijkens het rapport van 24 oktober 2019 is er onderzoek gedaan naar meerdere bemonsteringen uit de onderzoeksset van het Forensisch Medisch Onderzoek dat is verricht bij het slachtoffer. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bemonsteringen van de linkertepel (nat en droog), de buitenste schaamlippen (nat en droog) en de buitenzijde van de binnenste schaamlippen (nat en droog) een DNA-mengprofiel bevatten waarbij niet kan worden uitgesloten dat de verdachte bijdrager is. De bemonstering van de rechtertepel (nat en droog) bevat een DNA-hoofdprofiel waarvan niet kan worden uitgesloten dat dit van de verdachte is. Daarnaast bevat de bemonstering van het geknipte schaamhaar DNA-materiaal waarvan niet kan worden uitgesloten dat de DNA-nevenkenmerken van de verdachte afkomstig zijn.

Ten aanzien van de bemonstering van de rechtertepel is berekend dat de kans dat dezelfde onderzoeksresultaten zouden zijn verkregen wanneer een willekeurig ander persoon dan de verdachte bijdrager zou zijn, kleiner is dan één op één miljard. Ten aanzien van de bemonsteringen van de linkertepel (droog), de buitenste schaamlippen (nat), de buitenzijde van de binnenste schaamlippen (nat) en de geknipte schaamhaar, is berekend dat het verkrijgen van de onderzoeksresultaten meer dan één miljard keer waarschijnlijker is wanneer de verdachte bijdrager is dan wanneer een willekeurig onbekend persoon dat zou zijn. Voorts is door het NFI geconcludeerd dat de bemonstering van de buitenzijde van de binnenste schaamlippen spermacellen bevat.

De rechtbank is op grond van de rapporten van het NFI van oordeel dat er DNA-materiaal van het slachtoffer op het lichaam van de verdachte is aangetroffen en andersom. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de plekken op het lichaam van het slachtoffer en de verdachte waarop DNA-materiaal is aangetroffen van de ander, overeenkomen met de verklaring van het slachtoffer.

Vervolgens heeft er op het verzoek van de verdediging onderzoek plaatsgevonden door het NFI op activiteitenniveau. In het rapport van 1 mei 2020 zijn de resultaten van het onderzoek naar biologische sporen en het DNA-onderzoek dat binnen deze zaak is uitgevoerd geëvalueerd aan de hand van twee hypothesen. Hypothese 1 komt er kort gezegd op neer dat het DNA-materiaal is overgedragen door seksueel contact tussen het slachtoffer en de verdachte. Hypothese 2 komt erop neer dat er geen seksueel contact heeft plaatsgevonden tussen het slachtoffer en de verdachte en dat het DNA-materiaal is overgedragen door indirecte overdracht. De algehele conclusie van dit onderzoek is dat het NFI de resultaten van het onderzoek naar biologische sporen en het DNA-onderzoek zeer veel waarschijnlijker, de op een na hoogste gradatie van waarschijnlijkheid, acht als hypothese 1 waar is dan als hypothese 2 waar is.

De rechtbank is van oordeel dat het door de verdachte naar voren gebrachte alternatieve scenario, dat op 27 en 28 juni 2019 geen seksueel contact heeft plaatsgevonden en DNA-materiaal is overgedragen via indirecte overdracht, door het activiteitenonderzoek van het NFI niet alleen niet aannemelijk is geworden, maar juist wordt ontkracht.

De rechtbank is op grond van hetgeen hierboven is overwogen van oordeel dat de verdachte en het slachtoffer op 27 en 28 juni 2019 seksueel contact met elkaar hebben gehad en dat dit contact mede heeft bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, zodat de verweren op dit punt worden verworpen.

4.1.3.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het slachtoffer heeft onttrokken aan het wettig over haar gestelde gezag en dat hij ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

4.2.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 27 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te Rotterdam, opzettelijk een minderjarige, te weten [naam slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer] 2007), heeft onttrokken aan het wettig over haar gestelde gezag, immers heeft verdachte

- met die [naam slachtoffer] een afspraak gemaakt haar te ontmoeten (bij het Centraal Station), en

- die [naam slachtoffer] een kaart en kamernummer van een hotelkamer (door)gegeven, en

- die [naam slachtoffer] in die hotelkamer ontmoet, en

- aan die [naam slachtoffer] gevraagd de kamer niet te verlaten en

- vervolgens met die [naam slachtoffer] twee dagen in die hotelkamer verbleven;

2.

hij in de periode van 27 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te Rotterdam, meermalen, telkens met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2007), handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en/of houden van zijn verdachtes penis in de mond en tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer] en het met die [naam slachtoffer] tongzoenen;

3.

hij in de periode van 27 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te Rotterdam, meermalen, telkens met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2007), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het

- aanraken en/of likken en/of zuigen aan de borst(en) van die [naam slachtoffer] , en

- aanraken en/of strelen van en/of wrijven over de borsten en/of vagina en/of schaamlippen van die [naam slachtoffer] en

- aanraken en/of vastpakken van en/of knijpen in de billen van die [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag;

de eendaadse samenloop van

2.

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

en

3.

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. De verdachte is met het 12-jarige slachtoffer in contact gekomen via de chat van een online spel. Op een gegeven moment hebben zij ook contact gehad via de chatfunctie van Facebook. De verdachte heeft tijdens het chatten met het slachtoffer haar vertrouwen weten te winnen en haar zo weten te bespelen dat ze verliefd op hem werd. Hij heeft geprobeerd haar van haar familie los te weken, waarbij de verdachte geraffineerd te werk is gegaan. Het slachtoffer wist dat de verdachte toen 49 jaar was en de verdachte wist hoe oud het slachtoffer was. Uiteindelijk hebben de verdachte en het slachtoffer via de chat een afspraak met elkaar gemaakt om elkaar in Rotterdam te ontmoeten. De verdachte is vervolgens vanuit de Verenigde Staten van Amerika afgereisd naar Nederland en heeft twee dagen met het slachtoffer in een hotel in Rotterdam verbleven. In het hotel hebben de verdachte en het slachtoffer seksueel contact gehad. Daarnaast heeft de verdachte het slachtoffer gedurende deze twee dagen onttrokken aan het over haar uitgeoefende gezag door haar moeder. Dit heeft tot grote ongerustheid bij de familie van het slachtoffer en ook tot onrustgevoelens in de samenleving geleid.

Door zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de geestelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat (minderjarige) slachtoffers van dit soort feiten vaak langdurige en ernstige psychische schade door deze gebeurtenissen ondervinden. De rechtbank neemt de verdachte kwalijk dat hij op planmatige wijze te werk is gegaan en dat hij misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij had door het zeer grote leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 mei 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Novadic Kentron, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 september 2019. Dit rapport houdt het volgende in.

Uit het rapport blijkt dat de verdachte zijn leven in praktische zin op orde heeft. Hij heeft het huis, de auto, de aandelen en het vermogen van zijn moeder geërfd. Van dat vermogen kan hij goed rondkomen. De verdachte heeft geen werk, omdat hij meerdere lichamelijke klachten heeft. Door een bedrijfsongeval is de nek van de verdachte beschadigd. Hieraan is hij ook geopereerd en hij heeft nu metalen implantaten in zijn nek. Daarnaast heeft de verdachte hartklachten, waarvoor hij ook meermaals is geopereerd.

Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als laag. Voorts adviseert de reclassering, indien de ten laste gelegde feiten bewezen worden verklaard, een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gelet op de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die hoger is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, achterwege te laten. De verdediging heeft hierbij verwezen naar meerdere uitspraken die illustreren dat een gevangenisstraf ter hoogte van de duur van het voorarrest volstaat. Voorts heeft de verdediging gewezen op het feit dat de verdachte terminaal ziek is en nog hooguit enkele weken tot maanden te leven heeft. Het opleggen van een hogere straf dan de duur van het voorarrest is naar de mening van de verdediging niet passend bij een verdachte die in de laatste fase van zijn leven verkeert.

De rechtbank zal rekening houden met de terminale ziekte van de verdachte en een lagere straf opleggen dan zij anders had gedaan, maar gelet op de ernst van de feiten en de generale preventie als strafdoel is de rechtbank van oordeel dat een straf gelijk aan het voorarrest niet passend is. Zij zal dan ook een straf aan de verdachte opleggen die hoger is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , wettelijk vertegenwoordiger van [naam slachtoffer] , ter zake van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 5.000,- aan immateriële schade, bestaande uit € 4.000,- voor het slachtoffer [naam slachtoffer] en € 1.000,- voor de wettelijk vertegenwoordiger [naam benadeelde] .

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering gelet op de bepleite vrijspraak.

8.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan [naam slachtoffer] door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld op € 4.000,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

Ten aanzien van het deel van de vordering dat betrekking heeft op de schade die door de wettelijk vertegenwoordiger, de moeder van [naam slachtoffer] , is geleden, oordeelt de rechtbank als volgt. Jegens de moeder van [naam slachtoffer] is door de verdachte niet onrechtmatig gehandeld. Het betreft geen shock- of affectieschade. Daarnaast is er ook geen andere grondslag waarop zij in haar vordering kan worden ontvangen. De benadeelde partij dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in dit deel van de vordering. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 27 juni 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 4.000,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2019.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Over een deel van de gevorderde schadevergoeding wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 55, 57, 245, 247 en 279 van het Wetboek van Strafrecht.

10 . Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , als wettelijk vertegenwoordiger van [naam slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 4.000,- (zegge: vierduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,- (hoofdsom, zegge: vierduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 50 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. K.A. Baggerman, voorzitter,

en mrs. L. Feraaune en J. van Dort, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juli 2020.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in de periode van 27 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te Rotterdam, opzettelijk een minderjarige, te weten [naam slachtoffer] , (geboren [geboortedatum slachtoffer] 2007), heeft onttrokken aan het wettig over haar gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over haar uitoefent, immers heeft verdachte

- met die [naam slachtoffer] een afspraak gemaakt haar te ontmoeten (bij het Centraal Station), en/of

- die [naam slachtoffer] een kaart en kamernummer van een hotelkamer (door)gegeven, en/of

- die [naam slachtoffer] in die hotelkamer ontmoet, en/of

- aan die [naam slachtoffer] gevraagd de kamer niet te verlaten en/of

- vervolgens met die [naam slachtoffer] twee dagen in die hotelkamer verbleven;

2.

hij in of omstreeks de periode van 27 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2007), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en/of houden van zijn verdachtes penis in de mond en/of in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer] en/of het met die [naam slachtoffer] tongzoenen;

subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 27 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om met [naam slachtoffer] , (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2007), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, bestaande of mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met dat oogmerk, (gedeeltelijk) naakt op haar is gaan liggen en/of (met zijn vingers) haar vagina en/of schaamlippen heeft betast en/of zijn, verdachtes, penis heeft gebracht en/of gehouden tegen en/of op de vagina en/of schaamtippen van die [naam slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 27 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2007), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het

- aanraken en/of likken en/of zuigen aan de borst(en) van die [naam slachtoffer] , en/of

- aanraken en/of strelen van en/of wrijven over de borsten en/of vagina en/of schaamlippen van die [naam slachtoffer] en/of

- aanraken en/of vastpakken van en/of knijpen in de billen van die [naam slachtoffer] .