Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5727

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
01-07-2020
Zaaknummer
C/10/598151 / FA RK 20-4165
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/598151 / FA RK 20-4165

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. V.C. Andeweg te Breda.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 11 juni 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 16 april 2020;

  • -

    de zorgkaart van 31 maart 2020;

  • -

    het zorgplan van 16 april 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene;

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 [naam behandelaar 1] , behandelaar en [naam behandelaar 2] , behandelaar, verbonden aan Fivoor.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel. Dankzij de medicamenteuze behandeling is het toestandsbeeld van betrokkene al lange tijd stabiel. Hij houdt zich goed aan de behandelafspraken, is medicatietrouw, werkt goed mee en weet de behandelaren goed te vinden wanneer dit nodig is. De behandelaren van betrokkene zijn desondanks van mening dat toewijzing van de zorgmachtiging noodzakelijk is. Er is nog steeds sprake van een psychotisch beeld, weliswaar is dit beeld stabiel, maar hieruit voort komt achterdocht, agitatie en overlast gevend gedrag.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene stabiel te houden, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens de zitting vertelt betrokkene dat hij is aangekomen door de medicatie en dat hij hier last van heeft. Dit gewicht zou er makkelijker afgaan als hij zou stoppen met het gebruik van de medicatie. Ook is hij door het gebruik van de medicatie langzamer, minder creatief en meer in zichzelf gekeerd. Hij zou daarom graag stoppen met het gebruik van medicatie. Wanneer betrokkene zou stoppen, is het de verwachting dat de psychose toe zal nemen en hij toenemend agressief gedrag zal gaan vertonen waardoor opname noodzakelijk zal zijn. Om dit te voorkomen is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, beperken van het recht op het ontvangen van bezoek en opnemen in een accommodatie worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 december 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 23 juni 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 25 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.