Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5725

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
01-07-2020
Zaaknummer
C/10/598124 / FA RK 20-4152
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/598124 / FA RK 20-4152

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. H. van der Wal te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 10 juni 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 6 mei 2020;

  • -

    de zorgkaart;

  • -

    het zorgplan van 4 mei 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

 [naam arts] , arts, verbonden aan Antes GGZ.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire-I-stoornis.

2.2.

Wanneer er sprake is van een manisch-psychotische ontregeling kan het gedrag van betrokkene leiden tot ernstig nadeel gelegen in het risico op materiële schade en maatschappelijke teloorgang. Momenteel is de manische episode in remissie, waardoor er geen sprake meer van ernstig nadeel is. Betrokkene zorgt goed voor zichzelf. Ze zorgt ervoor dat ze goede voeding gebruikt en onderneemt dagelijks dingen. Het toestandsbeeld is inmiddels ongeveer een half jaar stabiel. Desondanks acht de arts toewijzing van de zorgmachtiging noodzakelijk. In de thuissituatie van betrokkene is een aantal instabiele factoren die decompensatie tot gevolg kunnen hebben.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene stabiel te houden, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene ziet de noodzaak van de behandeling en het gebruik van medicatie en verzet zich er daarom niet tegen. Zij is echter bang dat zij zich er wel tegen zal verzetten indien er sprake is van een decompensatie. Gelet op het voorgaande is betrokkene het eens met toewijzing van de zorgmachtiging. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten beperken van de bewegingsvrijheid, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en opnemen in een accommodatie worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 december 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 23 juni 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 30 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.