Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5724

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
01-07-2020
Zaaknummer
C/10/597979 / FA RK 20-4086
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/597979 / FA RK 20-4086

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. J. van Veelen-de Hoop te Hoogvliet.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 juni 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 15 april 2020;

  • -

    het zorgplan van 9 april 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

 de hiervoor genoemde advocaat;

 [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, verbonden aan Antes GGZ.

Voor betrokkene was het niet mogelijk om bij de mondelinge behandeling van het verzoek aanwezig te zijn. De rechtbank heeft daarom telefonisch contact gelegd met betrokkene en zodoende is hij gedurende de mondelinge behandeling telefonisch aanwezig geweest en gehoord.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op het ontstaan van ernstige materiële- en psychische schade, lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Bij betrokkene is sprake van een gedesorganiseerde psychotische gedachtegang. Ten tijden van de mondelinge behandeling is dit toestandsbeeld enigszins stabiel maar in het verleden is gebleken dat dit snel kan veranderen. Wanneer er sprake is van een decompensatie overziet betrokkene dingen niet meer. Hij wordt dan agressief jegens zijn buren, zegt zijn huur op en vernielt spullen. In het verleden is het weleens gebeurd dat een stem hem de opdracht gaf een mes te pakken. Met zijn gedrag roept hij ook agressie van anderen jegens zichzelf op. Betrokkene kan geen verband leggen tussen zijn eigen gedrag en regelmatige opnamen die noodzakelijk zijn (geweest). Hij is daardoor ook niet overtuigd van de noodzaak tot het gebruik van medicatie, waardoor hij zou stoppen met de medicatie wanneer hij de kans zou krijgen.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht. Zonder zorgmachtiging zou hij stoppen met het gebruik van de voorgeschreven medicatie, waardoor er een decompensatie op zal treden. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene en opnemen in een accommodatie worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 december 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 23 juni 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 25 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.