Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5644

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-06-2020
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
C/10/597870 / FA RK 20-4033
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wvggz, voortzetting crisismaatregel, suicidegevaar, suicidaliteit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/597870 / FA RK 20-4033

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 10 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] 2002 te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Erasmus Medisch Centrum, locatie Gravendijkwal te Rotterdam,

advocaat mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 6 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 6 juni 2020;

  • -

    de verwijzingsbeschikking van rechtbank Noord-Holland van 8 juni 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 6 juni 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

 [naam moeder] , moeder van betrokkene;

 [naam arts- assistent] , arts-assistent, [naam begeleider] , begeleider en [naam jeugdpsychiater] , jeugdpsychiater, allen verbonden aan Erasmus Medisch Centrum.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene heeft meerdere suïcidepogingen gedaan. Zo heeft betrokkene scheermesjes ingeslikt, in haar polsen gesneden en wilde betrokkene weglopen uit de instelling met het doel bij een drukke weg voor een auto te stappen. Betrokkene is sinds gisteren gestopt met eten, drinken en medicatie. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat dit deels te maken heeft met anorexia en deels met een doodswens. In de instelling moest betrokkene de afgelopen dagen een aantal keer worden gesepareerd vanwege opgelopen agitatie waarbij betrokkene met stoelen gooide en de verpleging schopte. Het lukt nog niet om goede afspraken te maken met betrokkene. Een klinische opname is noodzakelijk om de veiligheid van betrokkene te kunnen waarborgen.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een autismespectrumstoornis met bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met borderline kenmerken met daaruit voortvloeiend chronische suïcidaliteit.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.5.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan, na het bezwaar namens betrokkene, niet (afdoende) is gemotiveerd.

2.6.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 juli 2020.

Deze beschikking is op 10 juni 2020 mondeling gegeven door mr. A. Lablans, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 15 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.