Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5641

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-06-2020
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
C/10/598395 / FA RK 20-4276
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie
-
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/598395 / FA RK 20-4276

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt] ,

hierna: cliënt,

wonende aan de [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,

thans verblijvende in Verpleeghuis Laurens, locatie Antonius Binnenweg te Rotterdam,

advocaat mr. S.C. Dikkers te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 16 juni 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de beschikking van de burgemeester van 15 juni 2020;

 de verklaring van [naam arts] , arts, van 15 juni 2020;

 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d.

24 januari 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde en [naam stagiair] , stagiair verpleegkundige, beiden verbonden aan Verpleeghuis Laurens.

2. Beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 37 Wzd in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.

2.2.

Op 15 juni 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Rotterdam ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen.

2.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er

sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Cliënt is vanuit het ziekenhuis, waar hij opgenomen is geweest vanwege een urineweginfectie, naar de observatieafdeling van het verpleeghuis gegaan vanwege verwardheid. In verband met agressief gedrag is een last tot inbewaringstelling genomen. Cliënt woonde alleen en kreeg vier keer per dag thuiszorg. Ook kreeg hij zorg van zijn partner en dochter. Dit is echter niet genoeg om ernstig nadeel te voorkomen. Cliënt verwaarloost zichzelf, neemt zijn medicatie niet op tijd in en kan thuis niet goed (genoeg) verzorgd worden. Goede verzorging is belangrijk omdat cliënt een blaaskatheter heeft. Cliënt is al meerdere keren opgenomen geweest vanwege urineweginfecties en nierfalen. De dochter en partner van cliënt hebben aangegeven de zorg niet meer aan te kunnen en overbelast te zijn.

De specialist ouderengeneeskunde geeft tijdens de zitting aan dat cliënt ook in de instelling continue zorg en toezicht nodig heeft.

2.5.

Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is

voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van zijn verblijf in de accommodatie.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes weken. In deze periode zal worden onderzocht of betrokkene nog verantwoord en met voldoende zorg thuis kan wonen.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juli 2020.

Deze beschikking is op 18 juni 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 18 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.