Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5595

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
26-06-2020
Zaaknummer
C/10/597981 / JE RK 20-1614
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wijziging zorgregeling. Artikel 1:377g BW. Al jaren sprake van heftige conflictueuze relatie tussen de ouders. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2020:5596

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens : C/10/597981 / JE RK 20-1614

datum uitspraak: 16 juni 2020

beschikking wijziging zorgregeling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2006 te [geboorteplaats minderjarige 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2008 te [geboorteplaats minderjarige 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam stiefmoeder] ,

hierna te noemen de stiefmoeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 2 juni 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de vader en de stiefmoeder.

Bij beschikking van 2 juni 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 17 november 2020, waarbij is bepaald dat terzake de zorgregeling vandaag uitspraak gedaan zal worden.

De op dit moment geldende zorgregeling, vastgesteld in 2016, houdt voor zover van belang in dat de kinderen iedere dinsdag na school tot 18:00 uur bij de moeder zijn, alsmede iedere vrijdag na school tot zaterdag 20:00 uur. Daarnaast dienen de vakanties bij helfte te worden verdeeld.

De verzoeken

De bijzondere curator heeft (in een eerder stadium), en de moeder heeft recent verzocht de door de kinderrechter op 20 december 2016 vastgestelde zorgregeling te wijzigen. Voorafgaande aan en ter zitting van 2 juni 2020 hebben alle betrokkenen, ook [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , hun visie op de zorgregeling gegeven.

De beoordeling

De kinderrechter stelt op basis van de stukken en wat tijdens de zitting van 2 juni 2020 is besproken vast, overeenkomstig de observatie van de GI, dat al jaren sprake is van een zeer heftige conflictueuze relatie tussen de ouders. In de afgelopen jaren heeft onder meer uitgebreid forensisch psychologisch onderzoek (hierna: het PO) plaats gehad en is een bijzondere curator voor [voornaam minderjarige 1] ingezet. Ook deze interventies hebben niet geleid tot de noodzakelijke rust voor de kinderen. Het is voor de GI (en andere hulpverlenende instanties) niet mogelijk gebleken om de ouders te stimuleren met elkaar op een positieve manier contact te hebben over de ontwikkeling van de kinderen en de zorgregeling met de moeder. In het PO (gedateerd 29 juni 2019) is benoemd dat er sprake is van twee partijen, zijnde de ex-partners die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden, waarvan de kinderen het slachtoffer zijn. De GI is van mening dat de conflictueuze relatie tussen de ouders nauwelijks te doorbreken lijkt.

Halverwege 2019 is in het PO benoemd dat de geldende zorgregeling het welzijn van de kinderen allerminst bevordert. Een goede zorgregeling is een regeling waarbij de kinderen onbelemmerd contact kunnen hebben met beide ouders en zij zich hierover niet hoeven te verantwoorden tegenover de andere ouder. De vader moet de kinderen de emotionele ruimte geven het contact met de moeder opnieuw in te vullen; de moeder moet de kinderen de ruimte geven een relatie met de vader te hebben.

Inmiddels is een jaar verstreken sinds het PO. De kinderen blijven langdurig en vasthoudend aangeven dat zij de moeder niet of slechts minimaal willen bezoeken. De GI constateert dat de vijandige houding van de kinderen richting de moeder zich lijkt te versterken. De enige optie lijkt, aldus de GI, om tegemoet te komen aan de wensen van de kinderen en de vader om de bezoeken op de woensdagmiddag te laten plaats vinden van 17.00 tot 19.00 uur.

Desgevraagd heeft de GI laten weten het niet in het belang van de kinderen te vinden hen (deels) afzonderlijk van elkaar naar de moeder te laten gaan.

De (voormalige) bijzondere curator van [voornaam minderjarige 1] heeft in een eerder stadium kenbaar gemaakt dat het belangrijk is naar [voornaam minderjarige 1] te luisteren en haar de rust te gunnen die zij vraagt.

De kinderrechter kan op grond van artikel 377g van het Burgerlijk Wetboek ambtshalve een beslissing geven ter zake de zorgregeling. De kinderrechter kan daarnaast een zorgregeling onder meer wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Ook is in deze kwestie relevant dat op grond van het verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het kind de eerste overweging vormen.

Alle relevante omstandigheden meewegend is de kinderrechter van oordeel dat op dit moment de volgende zorgregeling het meest aan de belangen van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tegemoet komt. Daarbij zijn de wensen van de kinderen en de ouders meegewogen, alsmede het uitgangspunt dat het voor de (identiteits)ontwikkeling van kinderen belangrijk is dat zij met beide ouders regelmatig contact hebben.

De kinderrechter wijzigt de zorgregeling als volgt: de kinderen zullen, vooralsnog tot 1 december 2020, bij de moeder zijn:

- elke woensdag van 17.00 tot 19.00 uur;

- in de zomervakantie twee weken aaneengesloten of twee aparte weken;

- de helft van alle overige vakanties.

Daarbij geldt het volgende:

A: Het is de verantwoordelijkheid van de ouders samen om af te spreken welke weken in de zomervakantie de kinderen bij de moeder zullen zijn en welke dagen in de overige vakanties zij bij de moeder zullen zijn. Indien het de ouders niet lukt hier tijdig afspraken over te maken, zal de GI hierover de beslissing nemen waarbij de omgang niet minder dan voornoemde twee (aaneengesloten of aparte) weken in de zomervakantie zal zijn en niet minder dan de helft van alle overige vakanties.

B: De ouders kunnen, in goed onderling overleg, de voornoemde omgang op de woensdag van 17.00 tot 19.00 uur, als dat beter uitkomt, verplaatsen naar een andere dag in de week. Indien zij op dit punt niet tot een vergelijk komen, zal de GI hierover de beslissing nemen, waarbij de omgang niet minder dan voornoemde twee aaneengesloten uren per week zal zijn.

C: Mochten de ouders verschil van mening krijgen over enige uitvoering of invulling van deze zorgregeling, dan zal de GI hierover een beslissing nemen.

De kinderrechter wijst de ouders nog uitdrukkelijk op het vermelde op pagina 35 van het PO van beide kinderen. Als de ouders de situatie zoals deze nu is, laten voortbestaan kan dit bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot ernstige psychische problemen leiden, zoals depressie, verminderd gevoel van eigenwaarde, verliezen van contact met eigen gevoelens en een verminderd vertrouwen in anderen. Het is de verantwoordelijkheid van beide ouders om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hiertegen te beschermen en hun emotioneel gezien de ruimte te geven een verbinding te hebben en onbelemmerd contact te hebben met beide ouders.

De beslissing

De kinderrechter:

wijzigt de zorgregeling en bepaalt deze als volgt:

de kinderen zullen, met inachtneming van het hiervoor onder A., B. en C. bepaalde, bij de moeder zijn:

- elke woensdag van 17.00 tot 19.00 uur;

- in de zomervakantie twee weken aaneengesloten of twee aparte weken;

- de helft van alle overige vakanties.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing op het overige verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de belanghebbenden en hun (eventuele) advocaten in deze zaak zal plaatsvinden op 27 oktober 2020 van 15.30 uur tot 16.30 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbenden en hun (eventuele) advocaten;

gelast de oproeping van de minderjarigen tegen voornoemde datum en tijdstip;

verzoekt de GI (en indien gewenst de ouders) (met afschrift aan de andere belanghebbenden) uiterlijk een week voor voornoemde zitting de rechtbank de informeren over de stand van zaken op dat moment en de verdere processuele wensen.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2020 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.