Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5489

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
C/10/598108 / FA RK 20-4143
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/598108 / FA RK 20-4143

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 12 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene],

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene], [woonplaats betrokkene],

thans verblijvende in Yulius, locatie de Gantel te Sliedrecht,

advocaat mr. R.L.I. Jansen te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 11 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 11 juni 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1], psychiater, van 11 juni 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 [naam psychiater 2], psychiater, verbonden aan .

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op het ontstaan van ernstig lichamelijk letsel en ernstige psychische schade. Betrokkene is in eerste instantie vrijwillig opgenomen naar aanleiding van spanningen in de thuissituatie. Betrokkene is vervolgens tegen het advies van de instelling in met verlof gegaan en naar huis gegaan. Eenmaal thuis zijn de spanningen wederom hoog opgelopen en is er sprake geweest van verbale en fysieke agressie van betrokkene jegens zijn familieleden. Hierna is betrokkene terug naar de accommodatie gebracht en is onderhavige machtiging aangevraagd. De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van onderhavig verzoek. Het is niet onderbouwd dat betrokkene een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving is want het zijn slechts verhalen van zijn familieleden. De rechtbank gaat hieraan voorbij. De vader van betrokkene is op de spoedeisende hulp opgenomen naar aanleiding van intoxicatie, die veroorzaakt zou zijn door betrokkene. Daarnaast is in de medische verklaring opgenomen dat betrokkene familieleden geslagen heeft en uitspraken doet mensen te zullen vermoorden. Wanneer de machtiging niet wordt verleend zal betrokkene direct teruggaan naar diezelfde omgeving waar het twee keer achter elkaar in korte tijd mis is gegaan. Het is noodzakelijk om het toestandsbeeld van betrokkene te stabiliseren door hem klinisch in te stellen op medicatie.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van de verzochte vorm van verplichte zorg het onderzoek aan kleding of lichaam. De behandelaar verzoekt deze vorm tijdens de zitting omdat niet is uitgesloten dat de psychose door het gebruik van cannabis is geluxeerd. De advocaat meent dat dit vermoeden niet onderbouwd is en dat er middels de huisregels voldoende controle kan plaatsvinden. De rechtbank gaat hierin met de advocaat mee en wijst deze vorm van zorg af. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten, uitoefenen van toezicht op betrokkene, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.5.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juli 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 12 juni 2020 mondeling gegeven door mr. M.C. van der Kolk, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 17 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.