Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5470

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
C/10/597600 / FA RK 20-3910
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

voortzetting crisismaatregel, art. 7:7 Wvggz, afwijzing geen sprake van onmiddelijk dreigend ernstig nadeel, zorgmachtiging kan worden afgewacht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/597600 / FA RK 20-3910

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

verblijvende in Parnassia Groep aan de Poortmolen 121, 2906 RN te Capelle aan den IJssel,

advocaat mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 3 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 3 juni 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 2 juni 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene in het bijzijn van [naam arts] , arts, en [naam psychiater 2] , psychiater;

 de hiervoor genoemde advocaat van betrokkene.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Betrokkene is gediagnosticeerd met een bipolaire stemmingsstoornis en beleeft momenteel een manische episode. Volgens de medische verklaring heeft de ambulant behandelaar meegedeeld dat er klachten zijn van buurtbewoners over overlast mede door het excessief verzamelen van spullen ook door ’s nachts gillen en slaan op schuttingen. Familieleden van betrokkene worden via de voicemail bedreigd en hebben sinds januari geen contact meer met betrokkene. Ook zijn er klachten van personeel van Parnassia Groep aan de locatie Poortmolen die worden bedreigd. Er loopt een aanvraag voor een zorgmachtiging.

De woning van betrokkene blijkt vol te staan met spullen en rariteiten. Betrokkene deed de deur niet open voor de politie en verzet zich in eerste instantie tegen de opname nadat volgens een politiemutatie: “de deur is eruit geramd door de politie”. Ook stond betrokkene aanvankelijk te tieren achter een de deur die deels gebarricadeerd leek. Daarna is er, zo melden de politiemutaties, geen sprake meer van verzet zodra de politie het huis van betrokkene is binnengekomen.

Tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan dat de spullen in zijn huis afkomstig zijn uit een opslagplaats, en dat een nieuwe opslagplaats wordt gevonden. Betrokkene is een verzamelaar. Blijkens de stukken en ter mondelinge behandeling toegelicht was het oorspronkelijke plan om een zorgmachtiging aan te vragen voor betrokkene. Voor een voorzetting van de crisismaatregel moet onder meer volgens de wet sprake zijn van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en een crisissituatie die dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht, zoals omschreven in artikel 7:1 lid 1 sub a jo. 7:1 lid 1 sub b Wvggz. Volgens de stukken zou er sprake zijn van een plotselinge escalatie. Waaruit deze escalatie dan feitelijk zou bestaan wordt in de stukken niet onderbouwd. Ook tijdens de mondelinge behandeling bleef een nadere onderbouwing uit. Met de advocaat is de rechtbank daarom van oordeel dat er geen sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en een crisissituatie die dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht, zoals omschreven in artikel 7:1 lid 1 sub a jo. 7:1 lid 1 sub b Wvggz.

2.2.

Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 4 juni 2020 mondeling gegeven door mr. H.C.A. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. Wapenaar, griffier, en op 15 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.