Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5463

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
C/10/596617 / FA RK 20-3467
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 26 Wzd. Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596617 / FA RK 20-3467

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 juni 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] ,

hierna: cliënt,

wonende aan de [adres cliënt] , [postcode cliënt] te [woonplaats cliënt] ,

thans verblijvende in Rivas Zorggroep, Verpleeghuis Waalburcht te Papendrecht

advocaat mr. P.C. van Houten te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 14 mei 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 27 december 2019;

 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam arts] , arts, van 8 mei 2020;

 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 8 mei 2020;

 het zorgplan van 8 mei 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;

 [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, en [naam zorgregisseur] , zorgregisseur, beiden verbonden aan Rivas Zorggroep.

2. Beoordeling

2.1.

De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten, Alzheimer dementie van het gemengde type.

2.3.

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Voorts is er sprake van een ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van cliënt. Bij cliënt is sprake van een geheugenstoornis. Zij is gedesorganiseerd in plaats en tijd, ze weet haar eigen adres niet meer. Cliënt heeft wisselend hallucinaties en wanen. Cliënt heeft sturing en hulp nodig bij het wassen, kleden, medicatie innemen en eten. Zij heeft 24-uurs zorg en begeleiding nodig.

2.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.5.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.6.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Uit de verklaring van de zorgaanbieder blijkt dat cliënt meerdere malen gereed stond om te vertrekken naar huis en dat ze al eens de politie heeft gebeld om aan te geven dat ze werd vastgehouden tegen haar wil. Ter zitting zei zij dat ze het goed vindt te blijven, maar even later zei ze dat ze terug wil naar huis.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 december 2020.

Deze beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven door mr. N. Doorduijn, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 8 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.