Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5460

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
C/10/596889 / FA RK 20-3575
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 6:4 Wvggz. Toewijzing zorgmachtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596889 / FA RK 20-3575

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de Albrandswaardsedijk 74, 3172 AA te Poortugaal,

thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. T.T.M.L. Boersema te Apeldoorn.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 20 mei 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 13 mei 2020;

  • -

    de zorgkaart van 24 maart 2020;

  • -

    het zorgplan van 23 maart 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 [naam verpleegkundige] , verpleegkundig specialist, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een autisforme stoornis en een verstandelijke beperking met een gevoeligheid tot het ontwikkelen van psychosen, vaak bij gebruik van cannabis.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

In het verleden is betrokkene meerdere malen in aanraking gekomen met justitie. Betrokkene is zonder het gebruik van medicatie en met het gebruik van cannabis zeer achterdochtig. Dit uit zich in agitatie en fysieke agressie. Betrokkene is op dit moment opgenomen bij Antes en krijgt daar dwangbehandeling met antipsychotica. Betrokkene heeft zich sinds de start van de dwangbehandeling goed gedragen en er hebben zich geen agressie-incidenten meer voorgedaan. Betrokkene heeft geen ziektebesef en geen ziekte-inzicht. Hij wil graag naar een eigen woning, gaan werken en stoppen met de depotmedicatie. In het verleden zijn er, na het stoppen met de medicatie, agressieve impulsdoorbraken geweest. Het toedienen van depotmedicatie is doelmatig gebleken. Het gevaar dat voortkomt uit achterdocht en de beperkte impulsbeheersing is hiermee af te wenden. De verpleegkundig specialist verklaart ter zitting dat ze willen toewerken naar een forensisch wonen vorm, maar dit duurt langer dan ze gewenst hadden.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

  • -

    het opnemen in een accommodatie;

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 december 2020.

Deze beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven door mr. N. Doorduijn, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 8 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.