Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5364

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-03-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
10/691097-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor diefstal in vereniging d.m.v. geweld, afpersing in vereniging en openlijke geweldpleging. Gevangenisstraf 8 maanden m.a.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/691097-19

Datum uitspraak: 13 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. K. Hoesenie, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering ten aanzien van de feiten 1 en 2

De onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 23 november 2019 tot en met 24 november 2019 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, aan de openbare weg, te weten de Heemraadlaan, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een OV-kaart en een bierfles, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren,

en

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een pakje sigaretten, toebehorende aan voornoemde [naam slachtoffer 2]

welke bedreiging met geweld bestond uit het

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] en

- daarbij dreigend tonen/voorhouden van een mes aan die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] en

-

- daarbij dreigend aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] toevoegen - zakelijk weergegeven - dat zij iets moesten inleveren om de OV-kaart terug te krijgen;

2.

hij in de periode van 23 november 2019 tot en met 24 november 2019 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, in een voor het publiek

toegankelijke ruimte, te weten een metrostation gelegen aan de Heemraadlaan openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het

- achtervolgen van die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] en

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] en

- daarbij schelden/schreeuwen naar/tegen die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en
[naam slachtoffer 3] en

- daarbij vervolgens meermalen, slaan/stompen op het gezicht van die [naam slachtoffer 3]

.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

2.

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan diefstal door bedreiging met geweld en afpersing. Zij hebben in een metrostation een groepje jongens lastig gevallen waarbij, onder dreiging met een mes door de verdachte, een OV-kaart en een bierfles zijn gestolen en sigaretten zijn afgegeven. De verdachte heeft verklaard dat hij zich geroepen voelde om bij een woordenwisseling, waarbij hij nota bene zelf niet betrokken was en waarbij geen wapens waren betrokken, tussenbeide te komen met een mes. Afgezien van het feit dat de verdachte zonder noemenswaardige aanleiding gebruik heeft gemaakt van een steekwapen en daarmee anderen heeft bedreigd, is het niet gebleven bij “afschrikking”, maar hebben de verdachte en een mededader bovendien van het wapen gebruik gemaakt, om zich onder dreiging daarvan spullen van anderen toe te eigenen. De rechtbank acht het zorgwekkend dat de verdachte het blijkbaar nodig vond om met een mes op zak te lopen omdat hij - naar eigen zeggen - zichzelf wilde verdedigen als dat nodig zou zijn. De dagelijkse praktijk leert dat het op straat lopen met een mes op zak al snel leidt tot het onrechtmatige gebruik daarvan, zoals ook in dit geval is gebleken.Overigens was, zoals gezegd, van verdediging in het onderhavige geval in het geheel geen sprake en heeft de verdachte het mes lichtvaardig ingezet voor strafbare doelstellingen.

De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, waarbij een jongen meermalen is geslagen. Dit is een naar feit dat de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aantast. Dat dit geweld heeft plaatsgevonden in de directe omgeving van een metrostation, maakt het des te kwalijker. Een metrostation is immers een plek waar veel mensen dagelijks moeten komen en geweld op of in de buurt daarvan heeft er ook in dit geval voor gezorgd dat derden ongewild getuige hebben moeten zijn van het niet onaanzienlijke geweld dat door de verdachte en zijn mededaders is uitgeoefend. Dit leidt tot gevoelens van onveiligheid en toenemende afkeuring in de maatschappij.

Bovendien heeft de verdachte de feiten onder invloed van alcohol gepleegd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 februari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Antes heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 februari 2020. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Er zijn geen zorgen ten aanzien van de sociaal maatschappelijke situatie van de verdachte. Postitieve factoren daarin zijn zijn werk, dat hij thuiswonend is, een steunende familie heeft, er geen sprake is van financiële problemen en dat hij geen pro-criminele houding heeft. Er zijn wel enige zorgen over het alcoholgebruik van de verdachte, mede omdat onderhavig feit een impulsieve daad onder invloed van alcohol lijkt te zijn geweest. Het recidiverisico wordt laag ingeschat. Een training ‘Alcohol en Geweld’ lijkt, gelet op de houding van de verdachte, vooralsnog niet geïndiceerd.

Omdat de verdachte op 15 februari 2020 is aangehouden wegens een verdenking van een nieuw strafbaar feit, te weten poging moord dan wel doodslag, heeft Antes per e-mail van 28 februari 2020 het rapport aangevuld. Daarin wordt geadviseerd bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat het aanvankelijke adviesrapport niet meer matcht met de huidige situatie.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport en de aanvulling daarvan.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van langere duur. Bij de bepaling daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden op te leggen, waarvan een deel voorwaardelijk. De rechtbank volgt de verdediging niet in de duur van de straf, omdat in dit geen recht zou doen aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Wel zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. Het baart de rechtbank grote zorgen dat de verdachte met een steekwapen op zak liep en dat hij daarvan lichtvaardig gebruik heeft gemaakt. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er dan ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De verdediging heeft verzocht de door de reclassering geadviseerde voorwaarden op te leggen. De rechtbank ziet hiertoe evenwel geen aanleiding, omdat deze voorwaarden zijn opgesteld naar aanleiding van de verdenking van een nieuw strafbaar feit waarover nog geoordeeld moet worden en waarvan op dit moment nog niet vast staat dat de verdachte daar ook voor veroordeeld zal worden. De rechtbank gaat - gelet hierop - uit van het eerder opgemaakte reclasseringsadvies en zal daarom geen bijzondere voorwaarden opleggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 141, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R. Brand, voorzitter,

en mrs. L. Daum en F. van Buchem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Twist, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 november 2019 tot en met 24 november 2019 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, op/aan de openbare weg, te weten de Heemraadlaan, in elk geval een openbare weg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een OV-kaart en/of een (bier)fles, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (een pakje) sigaretten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) dreigend tonen/voorhouden van een mes aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) pakken/wegnemen van voornoemde OV-kaart en/of (bier)fles uit de hand(en) en/of zak van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( daarbij) dreigend aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden: "vuile faggot" en/of "kanker faggot" en/of "Kom dan" en/of "Wat wou je dan" en/of zakelijk weergegeven -dat zij iets moesten inleveren om de OV-kaart terug te krijgen- , althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

2.

hij in of omstreeks 23 november 2019 tot en met 24 november 2019 te Spijkenisse,

gemeente Nissewaard, op/aan de openbare weg (en/of in een voor het publiek

toegankelijke ruimte), te weten (een metrostation gelegen aan) de Heemraadlaan openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het

- achtervolgen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) schelden/schreeuwen naar tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( daarbij) (vervolgens) (met kracht) meermalen, althans eenmaal slaan/stompen op/tegen het gezicht/hoofd van die [naam slachtoffer 3] en/of

- trappen en/of schoppen van die [naam slachtoffer 3] .