Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5197

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-05-2020
Datum publicatie
15-06-2020
Zaaknummer
KTN-8385346_27052020
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbinding areidsovereenkomst; diefstal van bedrijfseigendommen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0676
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8385346 \ HA VERZ 20-32

uitspraak: 27 mei 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERSAFE NETHERLANDS B.V. (voorheen INTERSAFE GROENEVELD B.V.),
gevestigd te Dordrecht,

verzoekster en verweerster,

gemachtigde: mr. C.P. Kuijer,

tegen

[verweerster en verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster en verzoekster,

gemachtigde: mr. M.H.J. Provó Kluit.

Partijen worden hierna aangeduid als “Intersafe” en “ [verweerster en verzoekster] ”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:

  • -

    het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 11 maart 2020, met producties;

  • -

    het bericht van Intersafe dat zij instemt met schriftelijk voort procederen zonder mondelinge behandeling;

  • -

    het bericht van [verweerster en verzoekster] dat hij instemt met schriftelijk voort procederen zonder mondelinge behandeling;

  • -

    het verweerschrift, met producties;

  • -

    de nagezonden productie van de zijde van Intersafe.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten:

  1. [verweerster en verzoekster] , geboren op [geboortedatum] , is op 8 april 2000 in dienst getreden bij Intersafe, laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van [naam functie] , waarbij hij leiding geeft aan een groep van 17 magazijnmedewerkers.

  2. Naar aanleiding van door Intersafe geconstateerde voorraadverschillen in kabelhaspels met laskabel, messing en/of koperen onderdelen en pallets met veiligheids-handschoenen, heeft Intersafe intern onderzoek gedaan. Daaruit is haar gebleken dat de voorraadverschillen geen gevolg kunnen zijn van fouten in de procedures en/of het administratieve systeem, zoals dat binnen het magazijn van Intersafe wordt gehanteerd.

  3. Op 4 december 2019 heeft Intersafe het bureau Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna: Hoffmann) ingeschakeld en opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de vermissing van materialen uit het magazijn. Hoffmann heeft in overleg met Intersafe in het magazijn 3 camera’s geplaatst.

4. [verweerster en verzoekster] heeft toegang tot het magazijn via een tag en sleutels en is bekend met de code van de alarminstallatie, waarmee hij het alarm kan in- en uitschakelen. De in- en uitschakeling van het alarm wordt geregistreerd en gerapporteerd door de beveiligingsdienst G4S. [verweerster en verzoekster] heeft zich diverse keren buiten werktijd toegang tot het magazijn verschaft, waarbij er ook sprake was van een moment waarop hij wegens arbeidsongeschiktheid niet in staat was om te werken.

5. Op vrijdag 6 maart 2020 is [verweerster en verzoekster] in een gesprek met de heren [naam persoon 1] en [naam persoon 2] , medewerkers van Hoffmann, geconfronteerd met het feit dat er aan de hand van geconstateerde voorraadverschillen in het magazijn van Intersafe een onderzoek is ingesteld naar het verdwijnen van goederen en is hij geconfronteerd met de bevindingen van Hoffmann.

6. In de op 6 maart 2020 door Hoffmann opgestelde en vervolgens door [verweerster en verzoekster] ondertekende verklaring is (onder meer) het volgende opgenomen:
“Ik heb het gedaan. Schrijf maar op. Ik heb het gedaan omdat mijn leven op zijn kop staat, door die scheiding. Ik heb amper geld voor dat spul gehad. Dat viel erg tegen. Het is gewoon gebeurd. Ik weet dat ik nu mijn baan kwijt ben. Ja, ik heb die kabelhaspels gestolen.

Wat ik voor het materiaal gekregen heb? Een paar duizend euro. Ik had het nodig, omdat alles van mij afgenomen was. Ik heb er keihard voor gevochten, ik reed op mijn scooter door regen en sneeuw naar het werk, terwijl ik betaalde voor de auto van mijn vrouw. Er knakte iets in mij door het probleem met mijn vrouw. […]

Wat ik gedaan heb is fout. Het is teleurstellend. Ik heb het altijd alleen gedaan. Wat ik heb meegenomen en weggebracht? Pallets met handschoenen en pallets met haspels en kabels. Hoeveel ik heb meegenomen? Ik denk totaal misschien wel 20 pallets, maar dat weet ik niet meer. Ik heb ze niet geteld. Ik heb de opbrengst voor mezelf gebruikt. Wanneer ik voor het eerst een pallet meenam? Ik denk ongeveer acht maanden geleden. Dat was toen er iets bij mij knakte. Ja, ik deed het ‘s ochtends vroeg, voor werktijd.

Of ik ook andere spullen dan kabels en haspels heb weggenomen? Nee, dat is niet het geval,.

Hoe ik de spullen meenam? Ik huurde een busje. Ik laadde de spullen in het busje. Dat deed ik met een heftruck van Intersafe. Ik deed dat als het bedrijf gesloten was. Het begon toen ik ziek werd. Ja, ik heb spullen meegenomen toen ik ziek was. Er knakte toen gewoon iets in mijn hoofd. Ik ging toen naar het bedrijf en nam spullen mee.

Wanneer ik het voor het laatst spullen heb meegenomen? Dat was twee weken geleden. Dat was met die handschoenen.

Ik heb de kabels verkocht aan ijzerhandelaren. Dat waren diverse ijzerhandelaren. De handschoenen heb ik aan een opkoper verkocht.”

7. Intersafe heeft [verweerster en verzoekster] op 6 maart 2020 direct geschorst en hem de toegang tot zijn werkzaamheden en het bedrijfspand ontzegd met de mededeling dat zij op grond van ernstig verwijtbaar handelen zo spoedig mogelijk de kantonrechter zou verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Intersafe heeft dit per brief van dezelfde datum schriftelijk bevestigd.

3. Het geschil

In het verzoek

3.1

Intersafe heeft verzocht om bij beschikking:

  1. de arbeidsovereenkomst tussen Intersafe en [verweerster en verzoekster] te ontbinden;

  2. te bepalen dat [verweerster en verzoekster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten en derhalve geen recht heeft op een transitievergoeding ten laste van Intersafe;

  3. bij het bepalen van de einddatum geen rekening te houden met de opzegtermijn en de arbeidsovereenkomst dadelijk te ontbinden, nu de ontbinding net gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster en verzoekster] ;

  4. [verweerster en verzoekster] te veroordelen tot betaling van € 142.500,-- ter vergoeding van de schade, bestaande uit schade wegens het verdwijnen van de materialen € 134.000,- en de kosten van Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. van € 12.517,21 exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop de beschikking wordt gewezen tot de dag van de algehele voldoening.

  5. [verweerster en verzoekster] te veroordelen in de kosten van deze procedure en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Intersafe aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. [verweerster en verzoekster] heeft acht pallets met 13 kabelhaspels met een totale waarde van € 26.000,- en circa 12 pallets met veiligheidshandschoenen met een totale waarde van ongeveer € 108.000,- – en mogelijk nog meer spullen – uit het magazijn van Intersafe ontvreemd en deze verkocht aan derden voor eigen gewin. Deze gedragingen zijn, zeker gelet op zijn voorbeeldfunctie als [naam functie] , te kwalificeren als verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Subsidiair hebben deze gedragingen geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW. Voorts is [verweerster en verzoekster] gehouden tot vergoeding van de als gevolg van zijn handelen door Intersafe geleden schade, bestaande uit € 134.000,- terzake de waarde aan ontvreemde goederen en € 12.517,21 exclusief btw aan onderzoekskosten van Hoffmann.

3.3

[verweerster en verzoekster] heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke afwijzing van het verzoek en afwijzing van de gevorderde schadebedragen. Op hetgeen hij in dit kader heeft aangevoerd, zal – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan.


In het tegenverzoek

3.4

[verweerster en verzoekster] heeft verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de jegens [verweerster en verzoekster] geldende opzegtermijn van vier maanden, met aftrek van de duur van deze procedure, in acht te nemen;

  2. de niet deugdelijk onderbouwde schadevergoeding ad € 142.500,00 af te wijzen;

  3. Intersafe te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon c.a. over de periode 1 april 2020 tot 1 augustus 2020, althans tot einde dienstverband, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente, te betalen aan [verweerster en verzoekster] binnen 14 dagen na de datum van beschikking;

  4. Intersafe te veroordelen tot betaling van de 20 overuren ad € 362,20 bruto (20 overuren x uurloon € 18,11), te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging wegens te late betaling en wettelijke rente vanaf 25 maart 2020, te betalen aan [verweerster en verzoekster] binnen 14 dagen na de datum van beschikking;

  5. Intersafe te veroordelen tot betaling van de opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen ad € 2.707,81 bruto, te betalen aan [verweerster en verzoekster] binnen 14 dagen

na de datum van beschikking;

Intersafe te veroordelen tot betaling van 8% vakantietoeslag over de periode 1 juni 2019 tot 1 augustus 2020, althans tot einde dienstverband, te betalen aan [verweerster en verzoekster] binnen 14 dagen na de datum van beschikking;

Intersafe te veroordelen tot afgifte van een deugdelijke salarisspecificatie en afrekening van het dienstverband;

Intersafe te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van beschikking tot aan de dag der algehele voldoening;

Intersafe te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure alsmede de nakosten.

3.5

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [verweerster en verzoekster] aan zijn verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Gelet op de duur van de arbeidsovereenkomst dient bij de ontbinding de jegens [verweerster en verzoekster] geldende opzegtermijn van vier maanden, met aftrek van de duur van deze procedure, in acht te worden genomen. Intersafe is op grond van de arbeidsovereenkomst gehouden tot betaling van het loon tot en met de einddatum van de arbeidsovereenkomst en betaling van de door [verweerster en verzoekster] gemaakte overuren, opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen en het door hem opgebouwde vakantiegeld. Daarnaast is Intersafe als gevolg van de te late betaling van voornoemde loonposten gehouden tot betaling van de wettelijke verhoging. Voorts is Intersafe gehouden tot afgifte van een deugdelijke salarisspecificatie en afrekening van het dienstverband. De schade is door Intersafe niet deugdelijk onderbouwd en derhalve niet toewijsbaar.

3.6

Intersafe heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Op hetgeen zij in dit kader heeft aangevoerd, zal – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil
In het verzoek

4.1

Hoewel [verweerster en verzoekster] de omvang van het aantal ontvreemde goederen heeft betwist, heeft hij niet weersproken dat hij op verschillende momenten pallets met goederen uit het magazijn van Intersafe heeft ontvreemd. Nu daarmee vast staat dat [verweerster en verzoekster] meerdere malen grote aantallen zaken van Intersafe heeft ontvreemd en in beginsel reeds een enkele diefstal door een werknemer als ernstig verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:699 lid 3 sub e BW moet worden aangemerkt waarbij [verweerster en verzoekster] bovendien een voorbeeldfunctie heeft als teamleider, zal de door Intersafe gevorderde ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de primaire grond worden toegewezen.

4.2

Nu de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster en verzoekster] zal, op grond van het bepaalde in artikel 7:671b lid 8 sub b BW, bij het bepalen van de einddatum geen rekening worden gehouden met de opzegtermijn. De arbeidsovereenkomst zal dan ook worden ontbonden met ingang van 1 juni 2020.
Om dezelfde reden zal op grond van het bepaalde in artikel 7:673 lid 7 sub c BW geen transitievergoeding worden toegekend.

4.3

De aard van de onderhavige verzoekschriftprocedure leent zich in beginsel niet voor behandeling van vorderingen waarvoor de dagvaardingsprocedure is voorgeschreven. Bij voldoende samenhangende en/of eenvoudige vorderingen kan de kantonrechter omwille van praktische of proceseconomische redenen dergelijke vorderingen gelijktijdig behandelen.

4.4

De door Intersafe gevorderde schade wegens het verdwijnen van de materialen houdt echter onvoldoende direct verband met het ontbindingsverzoek en deze vordering is door [verweerster en verzoekster] bovendien uitdrukkelijk betwist. Gelet op de aard van de onderhavige procedure kan deze vordering dan ook niet eenvoudig worden beoordeeld. Deze vordering zal in deze procedure dan ook niet worden behandeld en wordt derhalve afgewezen.

4.5

Met betrekking tot de door Intersafe gevorderde onderzoekskosten van Hoffmann geldt dat deze in voldoende mate samenhangen met het ontbindingsverzoek zodat deze vordering in deze procedure wel kan worden behandeld. Omdat [verweerster en verzoekster] nog onvoldoende op (de hoogte van) deze kosten heeft kunnen reageren, zal hij nog in de gelegenheid worden gesteld zich hierover bij akte uit te laten. Intersafe zal vervolgens nog een termijn worden gegeven om hierop te reageren.

4.6

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van de procedure aangehouden.
In het tegenverzoek

4.7

Intersafe heeft [verweerster en verzoekster] op 6 maart 2020 geschorst in afwachting van de beslissing van de kantonrechter in het ontbindingsverzoek. Dat [verweerster en verzoekster] als gevolg van deze schorsing geen werkzaamheden kan verrichten valt in de risicosfeer van Intersafe als werkgever en komt dan ook voor haar rekening. Intersafe is dan ook op grond van het bepaalde in artikel 7:628 lid 1 BW gehouden tot doorbetaling van het loon tot aan de datum van ontbinding. De omstandigheid dat de behandeling van het verzoek als gevolg van het uitbreken van het corona-virus mogelijk vertraging op zou kunnen leveren is niet aan te merken als een exceptionele omstandigheid die voor rekening en risico van [verweerster en verzoekster] dient te komen. Het door [verweerster en verzoekster] gevorderde loon over de periode van 1 april 2020 tot aan de datum van ontbinding van de overeenkomst zal dan ook worden toegewezen.

4.8

Ten aanzien van de door [verweerster en verzoekster] gevorderde overuren en opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen, heeft Intersafe nog onvoldoende kunnen reageren. Zij zal daarom nog in de gelegenheid worden gesteld zich op hierover bij akte uit te laten. [verweerster en verzoekster] zal vervolgens nog een termijn worden gegeven hierop te reageren.

4.9

Het door [verweerster en verzoekster] opgebouwde vakantiegeld van 8% is Intersafe verschuldigd op het gebruikelijke tijdstip en zal dan ook bij eindbeschikking worden toegewezen.

4.10

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van de procedure aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter:


in het verzoek:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van maandag 1 juni 2020, waarbij geen rekening is gehouden met de wettelijke opzegtermijn;

bepaalt dat [verweerster en verzoekster] geen recht heeft op een transitievergoeding;

bepaalt dat [verweerster en verzoekster] zich ten aanzien van de gevorderde kosten van Hoffmann van € 12.517,21 exclusief btw uiterlijk op donderdag 11 juni 2020 bij akte mag uitlaten.

houdt iedere verdere beslissing in dit stadium van de procedure aan;

in het tegenverzoek:

wijst de gevorderde schadevergoeding van € 134.000,- ter zake verdwenen materialen af;

bepaalt dat [verweerster en verzoekster] zich ten aanzien van gevorderde overuren en opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen op donderdag 11 juni 2020 bij akte mag uitlaten;

houdt iedere verdere beslissing in dit stadium van de procedure aan.


Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

590