Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5178

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-04-2020
Datum publicatie
15-06-2020
Zaaknummer
7898992
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing, onredelijk beding, vergoeding cadeaukaart afwijzen, richtsnoeren NMA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/185
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7898992 \ CV EXPL 19-29694

uitspraak: 24 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nutsservices B.V.,

woonplaats: Amsterdam,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 4 juli 2019,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V. te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

1. Het verloop van de procedure

Eiseres heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen € 364,48 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.

Gedaagde heeft schriftelijk op de eis geantwoord.

Eiseres heeft een conclusie van repliek ingediend en daarbij producties overgelegd.

Gedaagde heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid te zijn gesteld, niet gereageerd op de conclusie van repliek.

Bij vonnis van 10 januari 2020 is eiseres in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen te verschaffen. Bij brief van 27 januari 2020 heeft eiseres verwezen naar de informatie die bij repliek is gegeven.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis vervolgens nader bepaald op heden.

2. De beoordeling

Gedaagde erkent dat zij de verbruikskosten dient te voldoen maar heeft daarbij wel het volgende aangevoerd. Zij is bij de Mediamarkt door een medewerker van Budgetenergie benaderd die haar overgehaald heeft om over te stappen. Echter, uiteindelijk bleek de berekening die de betreffende medewerker ter plaatse had gemaakt niet overeen te komen met wat gedaagde uiteindelijk diende te betalen. Door de cadeaukaart aan te bieden, heeft de betreffende medewerker gedaagde kunnen overhalen en voelt zij zich nu beetgenomen. Om die reden weigert gedaagde de gevorderde vergoeding voor de cadeaukaart te betalen. Indien Budgetenergie zich aan haar afspraak had gehouden en de waarheid had gesproken dan had het niet zover hoeven komen, aldus gedaagde.

Eiseres heeft in reactie hierop gesteld dat het een en ander destijds duidelijk aan gedaagde is uitgelegd waarna de overeenkomst vervolgens is afgesloten. Hierbij is de overeenkomst en alle overige informatie waaronder de algemene voorwaarden op papier aan gedaagde ter beschikking gesteld, aldus eiseres. Daarbij is aan gedaagde kenbaar gemaakt dat zij deze overeenkomst eventueel binnen veertien dagen zou kunnen herroepen waar gedaagde bij het sluiten van de overeenkomst nadrukkelijk op is gewezen, maar nu gedaagde dat niet heeft gedaan is de overeenkomst definitief geworden. Op 3 oktober 2018 is de overeenkomst door gedaagde beëindigd en zij heeft de voorschotnota’s voor september, oktober 2018 en de eindnota onbetaald gelaten. Verder stelt eiseres zich op het standpunt dat het terecht is dat gedaagde € 100,00 moet betalen voor het verzilveren van de cadeaukaart nu zij de overeenkomst voortijdig heeft beëindigd. Gedaagde heeft dit alles, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet weersproken.

De kantonrechter leidt uit de door eiseres overgelegde facturen bij de conclusie van repliek af dat de vordering van eiseres bestaat uit een opzegvergoeding van € 250,00, een vergoeding van de cadeaukaart van € 100,00 en € 6,01 ter zake van verbruikte energie, een bedrag van € 356,01 dus. Daarnaast vordert eiseres een bedrag van € 53,40 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 5,07 aan rente. Hierop heeft eiseres € 50,00 in mindering gebracht, aangezien gedaagde dit bedrag aan haar gemachtigde heeft voldaan.

De verbruikte energie wordt door gedaagde niet betwist. Ook bestaat geen aanleiding aan te nemen dat er tussen partijen geen geldige overeenkomst is gesloten. Het bedrag van € 6,01 is gedaagde dan ook verschuldigd en kan worden toegewezen.

Ten aanzien van de vergoeding van de cadeaukaart van € 100,00 overweegt de kantonrechter als volgt.

Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EG dient de kantonrechter te beoordelen of een beding uit de algemene voorwaarden van eiseres onredelijk bezwarend is indien (een deel van) de vordering hierop gebaseerd is. Een beding dat ten doel of tot gevolg heeft de consument die zijn verbintenis niet nakomt een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen, kan worden aangemerkt als een onredelijk bezwarend beding. Gelet op artikel 4 lid 2 van de Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders van de NMA is een vergoeding van meer dan 50 euro voor een welkomstcadeau niet redelijk. Omdat de hoogte van de gevorderde vergoeding voor de cadeaukaart meer dan € 50,00 bedraagt, acht de kantonrechter het betreffende beding in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend. Het gevorderde bedrag van € 100,00 aan vergoeding voor de cadeaukaart zal dan ook worden afgewezen.

Ten aanzien van de opzegvergoeding van € 250,00 oordeelt de kantonrechter als volgt. De dagvaarding vermeldt geen grondslag voor deze vordering. Bij repliek heeft eiseres gesteld dat de opzegboete verschuldigd is omdat de overeenkomst die voor drie jaar was aangegaan voortijdig is beëindigd, zoals is afgesproken in de overeenkomst. Dit is vermeld bij overige kosten bij de tarieven, aldus eiseres.

Dit is door gedaagde niet betwist en de vergoeding is ook overeenkomstig het bepaalde in de Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders van de NMA. Deze vergoeding is gedaagde dan ook verschuldigd.

Eiseres maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Nu gebleken is dat eiseres in haar aanmaning uitgegaan is van een hoger bedrag aan hoofdsom dan op dat moment was verschuldigd zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.

De vordering tot vergoeding van de vervallen rente zal worden afgewezen, nu eiseres bij dagvaarding van een onjuist bedrag aan hoofdsom is uitgegaan. Eiseres heeft hiermee over een te hoog bedrag aan hoofdsom vervallen rente berekend. De rente zal om die reden vanaf 30 dagen na de eindnota (20-11-2018) worden toegewezen zoals hierna vermeld.

Bovenstaande betekent dat gedaagde een bedrag van € 256,01 verschuldigd is. Dit bedrag dient nog verminderd te worden met € 50,00 welk bedrag door gedaagde aan de gemachtigde is voldaan. Er zal dan ook een bedrag van € 206,01 worden toegewezen.

De kantonrechter ziet aanleiding om in dit geval de kosten van de procedure te compenseren zoals hierna vermeld, omdat gedaagde weliswaar een bedrag onbetaald heeft gelaten, maar eiseres van haar kant niet heeft voldaan aan artikel 21 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering nu in de dagvaarding de voor de beslissing van belang zijnde feiten niet volledig zijn aangevoerd. Eiseres vorderde namelijk een opzegvergoeding van € 250,00 én een vergoeding van € 100,00 voor een cadeaukaart van gedaagde. Dat de vordering mede uit dergelijke vergoedingen bestaat is door eiseres niet tot uitdrukking gebracht in haar dagvaarding. Zij heeft hierin slechts opgenomen dat het gaat om termijnbedragen en een eindnota. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de door partijen gemaakte proceskosten voor hun eigen rekening dienen te blijven, zodat deze worden gecompenseerd.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 206,01, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 20 november 2018 tot de dag van algehele voldoening;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Verkerk en in het openbaar uitgesproken door mr. M.C. van der Kolk.

793