Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5159

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
C/10/596890 / FA RK 20-3576
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De vorm van verplichte zorg opnemen in een accommodatie is voorwaardelijk verzocht. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen daar de noodzakelijkheid van opname niet voorzienbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596890 / FA RK 20-3576

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene]

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. S.R. Kwee te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 20 mei 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door R. Karemaker, psychiater, van 11 mei 2020;

  • -

    de zorgkaart;

  • -

    het zorgplan van 14 april 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene en het bericht dat van betrokkene geen relevante politiegegevens bekend zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 [naam ambulant verpleegkundige] , ambulant verpleegkundige, verbonden aan.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizoaffectieve stoornis van een bipolair type.

2.2.

Wanneer er bij betrokkene sprake is van een psychotische episode vertoont hij, voortkomend uit zijn psychische stoornis, gedrag wat ernstig nadeel oplevert. Hij wordt dan achterdochtig en raakt overtuigd van complottheorieën. Betrokkene wordt dan angstig en verward waardoor er slecht contact met hem valt te maken. Wanneer betrokkene goed is ingesteld op de voorgeschreven medicatie, is er sprake van een stabiel toestandsbeeld. Dankzij aansluitende machtigingen de afgelopen jaren is er inmiddels al anderhalf jaar lang sprake van een stabiel toestandsbeeld bij betrokkene.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene stabiel te houden, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens de mondelinge behandeling zegt betrokkene meerdere keren dat er niets met hem aan de hand is en dat hij in de psychiatrie is beland door een verkeerde diagnose. De behandelaar van betrokkene vertelt dat betrokkene geen ziektebesef en -inzicht heeft, waardoor hij zonder machtiging zal stoppen met het gebruik van de benodigde medicatie. De advocaat van betrokkene betwist dit en bepleit primair afwijzing van het verzoek. In verband met het coronavirus zijn huisbezoeken al enige tijd niet mogelijk. Gedurende die periode is betrokkene, zonder toezicht, de voorgeschreven medicatie blijven gebruiken. Er is daardoor geen sprake van verzet zoals de wet dat vereist. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Betrokkene geeft duidelijk aan dat er niets met hem aan de hand is en dat hij vanwege een verkeerde diagnose in de psychiatrie is beland, waardoor het voorzienbaar is dat hij zonder machtiging zal stoppen met het gebruik van medicatie. Dat betrokkene zich niet verzet tegen de behandeling acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk. Betrokkene heeft de afgelopen maanden weliswaar zijn medicatie ingenomen, ook nu er minder toezicht was, maar dit gebeurde onder de lopende voorwaardelijke machtiging op grond van de Wet bopz. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

Subsidiair bepleit de advocaat van betrokkene dat de verzochte vormen van verplichte zorg die zien op opname afgewezen dienen te worden daar de noodzakelijkheid daarvan niet voorzienbaar is. De rechtbank gaat daarin mee met de advocaat en wijst af te volgende vormen van verplichte zorg: opnemen in een accommodatie, beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het beperken op het recht ontvangen van bezoek. De noodzakelijkheid hiervan is niet (afdoende) gemotiveerd waardoor niet is komen vast te staan dat dit nodig is om het ernstig nadeel af te wenden. Volgens het zorgplan krijgt betrokkene sinds juni 2019 de voorgeschreven medicatie onder toezicht, waardoor hij sindsdien stabiel is. De noodzaak tot opname is op dit moment dan ook niet voorzienbaar.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 december 2020.

Deze beschikking is op 4 juni 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 11 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.