Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5158

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
C/10/596897 / FA RK 20-3583
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De vorm van verplichte zorg opnemen in een accommodatie is voorwaardelijk verzocht. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen daar de noodzakelijkheid van opname niet voorzienbaar is. Slechts toedienen van medicatie wordt opgelegd als vorm van verplichte zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596897 / FA RK 20-3583

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. H. Bijlsma te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 20 mei 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door J. Kruithof, psychiater, van 29 april 2020;

  • -

    de zorgkaart van 6 februari 2020;

  • -

    het zorgplan van 5 februari 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene en het bericht dat van betrokkene geen relevante politiegegevens bekend zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

 de hiervoor genoemde advocaat;

 [naam moeder] , de moeder van betrokkene;

 [naam verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist, verbonden aan Parnassia Groep.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

1.4.

De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet in staat is zich te doen horen daar hij ernstig ziek is. De moeder van betrokkene vertelt dat hij een depot heeft gekregen ten gevolge waarvan parkinsonistische verschijnselen zijn opgetreden. Hierdoor kan hij niet goed bewegen. De behandelaar van betrokkene bevestigt dit. Het is daardoor voor betrokkene niet mogelijk bij de zitting aanwezig te zijn. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat het onderhavige verzoek met betrokkene is besproken, waardoor zijn standpunt bekend is en zal worden weergegeven.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire stoornis.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige materiële en financiële schade bij betrokkene en zijn omgeving. Daarnaast bestaat het risico op psychische schade voor de moeder van betrokkene. Wanneer betrokkene manisch ontregelt, is er in toenemende mate sprake van grensoverschrijdend, impulsief, dreigend, overlast gevend gedrag. Een dergelijke manische ontregeling ontstaat wanneer betrokkene stopt met het gebruik van zijn voorgeschreven medicatie. Na het staken van de voorgeschreven medicatie slaapt betrokkene minder goed waardoor uitputting ontstaat en neemt het gebruik van cannabis en alcohol toe waardoor hij verder ontregelt. Hij geeft dan meer geld uit dan hij heeft waardoor financiële problemen ontstaan. Ook is betrokkene in het verleden met regelmaat in aanraking met de politie geweest tijdens een manische ontregeling. Door veelvuldige manische episodes is er grote kans op cognitieve achteruitgang bij betrokkene, waardoor het van belang is om ontregelingen in de toekomst te voorkomen.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene is van mening dat er niets met hem aan de hand is en dat het goed gaat als hij rustig aan doet. Hij verzet zich tegen alle vormen van verplichte zorg. Wanneer betrokkene goed is ingesteld op medicatie en er sprake is van een stabiel toestandsbeeld is er enigszins ziektebesef en -inzicht. Dit is echter zeer beperkt waardoor betrokkene bij herhaling stopt met het gebruik van de voorgeschreven medicatie.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vorm van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten opnemen in een accommodatie, beperken van de bewegingsvrijheid, uitoefenen van toezicht op betrokkene, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, controleren op de aanwezigheid van gedragbeïnvloedende middelen en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht. Betrokkene krijgt inmiddels depotmedicatie waardoor hij op dit moment gestabiliseerd is. Dit depot kan mogelijk zorgen voor een langere stabiele fase. Niet gebleken is verder dat betrokkene zijn behandelcontacten met de ambulante behandelaren niet nakomt. Gebleken is dat wanneer sprake is van een decompensatie, betrokkene zo snel ontregelt dat opname niet kan wachten. Gelet op het spoedeisende karakter van de situatie biedt artikel 8:11 Wvggz de mogelijkheid tot het verlenen van verplichte zorg waar de zorgmachtiging niet in voorziet, die noodzakelijk is ter afwending van een noodsituatie. Toewijzing van deze vorm van verplichte zorg; opnemen in een accommodatie en alle overige verzochte vormen die samenhangen met de opname, worden daarom door de rechtbank niet noodzakelijk geacht.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 december 2020.

Deze beschikking is op 4 juni 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 11 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.