Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5156

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
C/10/596833 / FA RK 20-3546
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Opnemen in een accommodatie was voorwaardelijk aangevraagd maar de rechtbank achtte het niet voorzienbaar dat opname nodig zal zijn. Slechts het toedienen van medicatie is opgelegd als vorm van verplichte zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596833 / FA RK 20-3546

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. M.C. Bekkering te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 19 mei 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door N. Reedeker, psychiater, van 1 mei 2020;

  • -

    de zorgkaart van 1 april 2020;

  • -

    het zorgplan van 25 maart 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 de moeder van betrokkene;

 [naam verpleegkundige] , ambulant verpleegkundige, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Wanneer betrokkene goed is ingesteld op medicatie is er sprake van een stabiel toestandsbeeld. Door het ontbreken van ziektebesef en -inzicht is het echter al meerdere keren voorgekomen dat betrokkene, wanneer hij de kans krijgt, stopt met de medicatie waardoor er een decompensatie optreedt. Een decompensatie uit zich middels grootheidswanen, seksueel ontremd gedrag (naar moeder) en agressief gedrag (met name naar zijn familieleden). Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene, na het aflopen van de voorwaardelijke machtiging die hij had, direct is gestopt met de medicatie. Inmiddels gebruikt betrokkene al enkele weken geen medicatie meer en lijkt zijn toestandsbeeld tot op heden stabiel. Volgens de behandelaar kan dat worden verklaard omdat betrokkene de medicatie langdurig heeft gebruikt en de bloedspiegel ervan langzaam afbouwt. Betrokkene is echter in het afgelopen jaar driemaal opgenomen geweest in verband met een decompensatie na het stoppen van de medicatie. Het is van belang om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen omdat decompensaties tot cognitieve schade kunnen lijden en ander ernstig nadeel met zich brengen.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene stabiel te houden, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene toont geen ziektebesef en -inzicht waardoor hij meerdere malen heeft aangegeven te zullen stoppen met de medicatie wanneer hij de kans krijgt. In het verleden is gebleken dat betrokkene dat ook daadwerkelijk doet als er geen verplichting meer is de medicatie te nemen. Om die reden is verplichte zorg nodig. De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van onderhavig verzoek omdat er momenteel sprake is van een stabiel toestandsbeeld, terwijl betrokkene al enkele tijd geen medicatie meer gebruikt. Betrokkene woont bij zijn moeder in huis, wanneer het toestandsbeeld verandert zal de moeder van betrokkene dit dus direct merken. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Het feit dat betrokkene momenteel bij moeder inwoont zorgt voor een prikkelarme omgeving. Tijdens de zitting heeft betrokkene gezegd dat hij op zichzelf wil gaan wonen en een opleiding wil gaan volgen. Dit zal prikkels meebrengen. Gelet op het verleden is het daarom van belang dat betrokkene goed is ingesteld op medicatie teneinde decompensaties, en daarmee cognitieve schade, in de toekomst te voorkomen. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie ter behandeling van een psychische stoornis.

De overige verzochte vormen van verplichte zorg; opnemen in een accommodatie, beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, zal de rechtbank afwijzen. Deze vormen van verplichte zorg worden niet noodzakelijk geacht omdat niet (afdoende) is gemotiveerd dat het voorzienbaar is dat deze vormen van zorg nodig zullen zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de heropnames in het verleden werden veroorzaakt doordat betrokkene stopte met het innemen van de medicatie. Zolang betrokkene de medicatie blijft nemen is het te verwachten dat hij stabiel blijft en dat decompensatie uitblijft. Dit betekent dat, nu het gebruik van medicatie als verplichte zorg in deze zorgmachtiging zal worden opgenomen, opname in een accommodatie, alsmede de overige verzochte vormen van verplichte zorg die daarmee samenhangen, op dit moment niet noodzakelijk zijn. Het is bovendien niet voorzienbaar dat deze op korte termijn nodig zullen zijn. De rechtbank overweegt daarbij dat het op grond van de hiervoor genoemde verplichting om medicatie te nemen mogelijk is om betrokkene te dwingen de medicatie te nemen en hem daarvoor, zo nodig over te brengen naar een polikliniek. Nu de rechtbank alleen ambulante verplichte zorg oplegt, zal het zorgplan daarmee in overeenstemming moeten worden gebracht.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 december 2020.

Deze beschikking is op 4 juni 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 11 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.