Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5135

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-06-2020
Datum publicatie
11-06-2020
Zaaknummer
C/10/597851 / FA RK 20-4026
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/597851 / FA RK 20-4026

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , Litouwen,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in het Albert Schweizer Ziekenhuis, locatie Dordwijk te Dordrecht,

advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 6 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 6 juni 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door M.A. Ahiyevets, psychiater, van 6 juni 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

 A. de Pender, psychiater, verbonden aan Albert Schweizer Ziekenhuis.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, bedreiging van de veiligheid van betrokkene, al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en er bestaat gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Betrokkene is met een crisismaatregel opgenomen nadat zij naakt op straat is aangetroffen, waarbij zij onder de blauwe plekken zat en verward gedrag vertoonde. Betrokkene is ervan overtuigd dat de maffia achter haar familie aanzit en dat iedereen daardoor gevaar loopt. Ze moet zo snel mogelijk weg uit het ziekenhuis om haar familie te kunnen beschermen.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische stoornis. Het is ongebruikelijk dat een dergelijke psychotische stoornis pas op latere leeftijd ontstaat, zoals bij betrokkene het geval is. Bij aanvang van de opname was het natriumgehalte in het bloed van betrokkene erg laag, waardoor het vermoeden bestaat dat er een somatische oorzaak aan de psychotische ontregeling ten grondslag ligt. Doordat betrokkene nog zo sterk verward is, is het momenteel lastig om lichamelijk onderzoek bij haar te kunnen verrichten. Het is van belang om de opname te verlengen zodat goed onderzocht kan worden wat er aan de hand is en om betrokkene de behandeling en begeleiding te kunnen geven die op dit moment noodzakelijk zijn.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten insluiten en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.5.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg en zij ontkent dat er sprake is van een psychose. Wel erkent zij dat sprake zou zijn van een depressie en van paniekaanvallen. Ook is betrokkene van mening dat er geen sprake is van ernstig nadeel en daarom is betrokkene van mening dat onderhavig verzoek dient te worden afgewezen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juni 2020.

Deze beschikking is op 9 juni 2020 mondeling gegeven door mr. S.W. Kuip, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 11 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.