Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5107

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
7972472 CV EXPL 19-5338
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding overeenkomst tot bouwen website.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7972472 CV EXPL 19-5338

uitspraak: 11 juni 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

[eiseres 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats eiseres 1] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. C. Koot (ARAG),

tegen:

[gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. drs. C.J.M. van der Steen (DAS).

Partijen zullen hierna [eiseres 1] en [gedaagde] worden genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 augustus 2019, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;

- het vonnis van 17 oktober 2019, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

- de brief van 15 januari 2020 namens [gedaagde] , met producties;

- het verhandelde ter zitting van 16 januari 2020, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden;

- de akte na comparitie van [eiseres 1] ;

- de akte na comparitie van [gedaagde] ;

- de antwoordakte van [eiseres 1] ;

- de antwoordakte van [gedaagde] .

1.2.

De uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Op 8 mei 2018 is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen conform een door [gedaagde] aan [eiseres 1] uitgebrachte offerte, waarbij [gedaagde] zich ertoe heeft verplicht voor [eiseres 1] een website inclusief webwinkel te bouwen voor een bedrag van € 16.117,20 inclusief btw. Onderdeel van de overeenkomst vormde de ontwikkeling en installatie van een (maatwerk) importsysteem.

2.2.

Op een vraag van [eiseres 1] naar de levertijd van de website heeft [gedaagde] op 3 mei 2018 per e-mail geantwoord: “Ik verwacht ongeveer 2-3 maanden”.

2.3.

Partijen zijn overeengekomen dat [eiseres 1] 35% dient te betalen bij opdrachtverstrekking, 35% bij oplevering van de testomgeving en 30% bij oplevering van de website. [eiseres 1] heeft twee deelfacturen van in totaal € 11.282,04 inclusief btw voldaan.

2.4.

In augustus 2018 is de testomgeving opgeleverd. In verband met klachten van [eiseres 1] over de werking van de website en omdat de oplevering van de website op zich liet wachten heeft op 11 februari 2019 een gesprek plaatsgevonden tussen partijen teneinde de oplevering van de website te bespoedigen.

2.5.

Bij e-mailbericht van 16 april 2019 heeft [eiseres 1] [gedaagde] in gebreke gesteld ten aanzien van de levering van de website. Daarbij heeft [eiseres 1] melding gemaakt van de volgende gebreken: “Zo kan er niet worden geshopt, loopt er veel vast met wat rond klikken, werkt de winkel wagen niet, functioneert de deelbetaling niet, samen met zeer veel punten die nog niet klaar zijn. Zelfs de zeer veel besproken en uitvoerig toegelichte import tool die leidend is gemaakt bij dit project functioneert nog steeds niet.”. [eiseres 1] heeft [gedaagde] een termijn van 14 dagen gegeven om de in voormelde e-mail genoemde gebreken te herstellen en de website alsnog volledig en goed werkend op te leveren.

2.6.

[gedaagde] heeft [eiseres 1] bij e-mail van 30 april 2019 bericht, voor zover hier van belang:

Hierbij de oplevering van de punten uit de offerte. Per punt is een video gemaakt. Zie:

(…)

We zijn niet akkoord gegaan met een deadline of uiterste opleverdatum maar hebben de afgelopen 2 weken benut om de site naar de nieuwste Magento versie te upgraden, ook alle modules.

Over de import: die is geautomatiseerd, daarbij kun je het beste max 1 import per uur doen en na een import even wachten (ongeveer een uur) en dan de resultaten online bekijken.

2.7.

[eiseres 1] heeft de overeenkomst bij e-mailbericht van 3 mei 2019 buitengerechtelijk ontbonden. Tevens heeft zij [gedaagde] verzocht het al betaalde bedrag van € 11.282,04 terug te betalen.

2.8.

Bij factuur van 15 januari 2020 ten bedrage van € 4.835,16 inclusief btw heeft [gedaagde] aan [eiseres 1] de slottermijn van 30% van de overeengekomen prijs in rekening gebracht.

2.9.

[eiseres 1] heeft sinds oktober 2019 een nieuwe, door een derde gebouwde website.

3. Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres 1] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen partijen op 3 mei 2019 is ontbonden en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 11.282,04 aan hoofdsom en € 887,82 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 11.282,04 vanaf 3 mei 2019, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres 1] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen. [eiseres 1] stelt dat de website niet is opgeleverd binnen de overeengekomen leveringstermijn. Daarnaast vertoont de website gebreken. [gedaagde] is niet binnen de gestelde termijn overgegaan tot deugdelijk herstel van de gebreken, zodat zij in verzuim verkeert. [eiseres 1] heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Als gevolg daarvan is [gedaagde] gehouden om het door [eiseres 1] betaalde bedrag van € 11.282,04 terug te betalen.

3.3.

[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres 1] , uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten. Zij betwist dat zij tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Volgens [gedaagde] zijn partijen geen leveringstermijn overeengekomen. Van een fatale termijn is al helemaal geen sprake. [gedaagde] betwist dat de website gebrekkig is. [gedaagde] heeft de website op 30 april 2019 goed werkend opgeleverd, inclusief de punten die in de e-mail van 16 april 2019 van [eiseres 1] zijn genoemd, aldus [gedaagde] .

in reconventie

3.4.

[eiseres 2] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerster] te veroordelen tot betaling van € 4.835,16 aan hoofdsom en € 608,52 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 4.835,16 vanaf 3 mei 2019, met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente, en de nakosten.

3.5.

[eiseres 2] legt aan haar vordering ten grondslag dat [verweerster] haar betalingsverplichtingen uit de overeenkomst dient na te komen. [eiseres 2] stelt dat zij de website op 30 april 2019 heeft opgeleverd, zodat [verweerster] de slotfactuur van 30% van de overeengekomen prijs verschuldigd is.

3.6.

[verweerster] concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres 2] in de proceskosten. Zij betwist dat zij nog enig bedrag aan [eiseres 2] verschuldigd is. [verweerster] stelt dat [eiseres 2] de website niet deugdelijk heeft opgeleverd. De website vertoont gebreken. [eiseres 2] is in verzuim geraakt, zodat [verweerster] de overeenkomst gerechtvaardigd buitengerechtelijk heeft ontbonden.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke beoordeling.

4.2.

Ter beoordeling ligt voor of [eiseres 1] in haar e-mailbericht van 3 mei 2019 de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig heeft ontbonden. In dat verband dient te worden beoordeeld of [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst met [eiseres 1] .

4.3.

De kantonrechter volgt [eiseres 1] niet in haar standpunt dat sprake is van overschrijding van een overeengekomen leveringstermijn. In de offerte is geen datum genoemd waarop de website klaar zou zijn. Wel heeft [gedaagde] bij e-mail van 3 mei 2018 aangegeven een levertijd van twee tot drie maanden te verwachten. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat [gedaagde] verplicht was de website vóór 8 augustus 2018 op te leveren, zoals [eiseres 1] heeft gesteld. Daar komt bij dat [gedaagde] terecht erop heeft gewezen dat krachtens artikel 4.3. van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden een door [gedaagde] opgegeven termijn van levering steeds een indicatieve strekking heeft, tenzij schriftelijk en uitdrukkelijk wordt aangegeven dat het een uiterste termijn betreft.

4.4.

[eiseres 1] heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de door [gedaagde] gebouwde website niet deugdelijk is. [gedaagde] heeft betwist dat de door haar gebouwde website gebreken vertoont. Ter comparitie heeft [gedaagde] betoogd dat de problemen waar [eiseres 1] naar verwijst hoofdzakelijk zijn terug te voeren op het feit dat [eiseres 1] heeft nagelaten de bij de overeenkomst inbegrepen training te volgen. Volgens [gedaagde] voert [eiseres 1] ‘content’ niet juist in en wordt de webshop onjuist getest. De kantonrechter heeft ter zitting voorshands overwogen dat hij behoefte heeft aan voorlichting door een onafhankelijke deskundige. Partijen hebben zich na de comparitie van partijen bij akte mogen uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen. Daarnaast hebben zij mogen reageren op wederzijdse producties en aktes. Op grond van de na comparitie door partijen verstrekte informatie acht de kantonrechter de benoeming van een deskundige echter niet meer opportuun.

4.5.

[eiseres 1] heeft in het kader van de door haar gestelde ondeugdelijkheid van de website onder meer het importsysteem genoemd als niet deugdelijk functionerend systeem. [eiseres 1] stelt dat de wachttijd van het importsysteem onacceptabel lang. Voor het importeren van een prijslijst geldt een wachttijd van een uur. Voor het importeren van een tweede prijslijst beveelt de importpagina van het systeem volgens [eiseres 1] zelfs een wachttijd van twee uur aan. [eiseres 1] acht dergelijke wachttijden onwerkbaar. Zij heeft erop gewezen dat zij circa 15 prijslijsten hanteert. Volgens [eiseres 1] kan de wachttijd bij het invoeren van prijswijzigingen in meerdere prijslijsten oplopen tot meerdere werkdagen. Dat belemmert naar zij stelt de import van spoedmutaties die zij met regelmaat dient in te voeren, bijvoorbeeld indien een artikel is uitverkocht.

4.6.

[gedaagde] heeft tegengeworpen dat partijen over de duur van de import niets zijn overeengekomen. Volgens [gedaagde] gaat de import in de praktijk sneller dan één á twee uur en verloopt de import op een voor [eiseres 1] werkbare wijze.

4.7.

Dat de import in de praktijk sneller gaat dan één á twee uur is door [gedaagde] niet onderbouwd. Vast staat dat [gedaagde] in haar e-mail van 30 april 2019 heeft aangegeven dat het het beste is om maximaal één import per uur te doen en na een import ongeveer een uur te wachten. Niet is weersproken dat de importpagina van de website als veiligheidsmarge voor de invoer van een tweede lijst een wachttijd van twee uur vermeldt. Het wordt er dan ook voor gehouden dat voor een import een wachttijd geldt van één á twee uur. [eiseres 1] heeft onbetwist gesteld dat haar vorige, sterk verouderde, website circa vijf seconden nodig had voor een import en dat haar huidige website slechts enkele seconden doet over een import. Ook is niet weersproken dat een import van enkele seconden gangbaar is voor een webshop. Gelet daarop dient een wachttijd van één á twee uur per import naar het oordeel van de kantonrechter te worden beschouwd als een structureel gebrek van het importsysteem. Dit leidt tot de conclusie dat het importsysteem niet de eigenschappen had die [eiseres 1] daarvan mocht verwachten. Aan het voorgaande doet niet af het verweer van [gedaagde] dat partijen over de duur van de import niets zijn overeengekomen. Te meer niet nu in de offerte onder het geoffreerde importsysteem vermeld staat dat het “gemakkelijker (is) om prijzen in de shop te wijzigen”. Naar het oordeel van de kantonrechter betreft het importsysteem een essentiële functie van de webshop. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, die ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.

4.8.

Daarnaast is er sprake van verzuim. [gedaagde] is bij e-mailbericht van 16 april 2019 door [eiseres 1] in gebreke gesteld, waarbij [gedaagde] een termijn van veertien dagen is gegeven om onder meer de niet-functionerende ‘import tool’ te herstellen. [gedaagde] heeft het probleem niet verholpen.

4.9.

[eiseres 1] heeft dan ook terecht de ontbinding van de overeenkomst ingeroepen bij e-mailbericht van 3 mei 2019. De verzochte verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is ontbonden zal daarom worden toegewezen.

4.10.

Door die rechtsgeldige ontbinding ontstaan voor partijen verbintenissen tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. De aard van de prestatie die [gedaagde] heeft verricht (het verlenen van diensten) sluit uit dat deze ongedaan kan worden gemaakt. In dat geval wordt de restitutieverplichting vervangen door een waardevergoedingsverplichting. Heeft de prestatie niet aan de verbintenis beantwoord, dan wordt deze vergoeding beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op het tijdstip van de ontvangst in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad (artikel 6:272 lid 2 BW). [eiseres 1] stelt dat het door [gedaagde] verrichte werk voor haar geen enkele waarde heeft gehad. Volgens [eiseres 1] is het doorgronden en afbouwen van de website door een derde naar alle waarschijnlijkheid kostbaarder dan de bouw van een nieuwe website. [gedaagde] heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die tot het oordeel kunnen leiden dat de door haar verrichte werkzaamheden wel enige waarde voor [eiseres 1] hebben gehad. Dit brengt mee dat [eiseres 1] niet is gehouden tot betaling aan [gedaagde] van enig bedrag uit hoofde van een ongedaanmakingsverbintenis. [gedaagde] dient dus het volledige door [eiseres 1] aan [gedaagde] betaalde bedrag van € 11.282,04 terug te betalen, vermeerderd met de gevorderde en niet betwiste wettelijke rente.

4.11.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, dat overeenkomt met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief, zal worden toegewezen. [eiseres 1] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.

4.12.

Uit hetgeen hierboven is overwogen volgt dat [eiseres 1] niets meer is verschuldigd aan [gedaagde] . Dit betekent dat de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen.

4.13.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij, zowel in conventie als in reconventie, in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen op 3 mei 2019 is ontbonden;

veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres 1] te betalen een bedrag van € 12.169,86, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 11.282,04 vanaf 3 mei 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres 1] vastgesteld op:

  • -

    € 576,97 aan verschotten;

  • -

    € 1.080,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten x tarief € 360,-);

  • -

    voornoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

en indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 120,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook is [gedaagde] de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiseres 2] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op € 300,- (2 punten x factor 0,5 x tarief € 300,-) aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

546