Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5094

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-06-2020
Datum publicatie
11-06-2020
Zaaknummer
C/10/596845 / FA RK 20-3551
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 6:4 WvGGZ. Zorgmachtiging. Toewijzing zes maanden. Schizofrenie met chronisch psychotisch toestandsbeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596845 / FA RK 20-3551

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , Somalië,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. J.A. van Gemeren te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 20 mei 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door C. van Tuijl, psychiater, van 12 maart 2020;

  • -

    het zorgplan van 24 februari 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

 W. van der Meer, sociaal psychiatrisch verpleegkundige , verbonden aan Antes GGZ, locatie Poortmolen.

1.3.

De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang alsmede de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie. Er is tevens sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld, ook bij medicatiegebruik. Betrokkene is in 2014 ruim een jaar klinisch behandeld geweest naar aanleiding van een brandstichting gepleegd tijdens een psychotische episode. Betrokkene hoort de hele dag zeven verschillende stemmen en zij kan daardoor slecht slapen en is altijd moe. Betrokkene is niet actief en zij gaat zeer weinig naar buiten. Daarnaast maakt haar woning een verwaarloosde en vervuilde indruk. Betrokkene kampt tevens met diabetes en ijzeranemie. Gezien het chronische karakter en de afwezigheid van ziektebesef- en inzicht is het dwingende kader noodzakelijk om verdere decompensatie en verwaarlozing te voorkomen.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De behandelaar verklaart ter zitting dat betrokkene chronisch psychotisch is en zij slaapt niet omdat zij ‘s nachts wordt lastig gevallen door stemmen die zij hoort. Betrokkene is weleens op eigen initiatief met haar medicatie gestopt waardoor zij decompenseert. Betrokkene verwaarloost zichzelf maar zij neemt op dit moment wel haar medicatie en zij laat de zorg toe. Het blijft een lastige situatie om betrokkene ertoe te bewegen iets te ondernemen. Om die reden is verplichte zorg nodig

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Daarbij is besproken dat er alleen een opname volgt, met de daarbij behorende beperkingen, wanneer er sprake is van een crisissituatie. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles;

  • -

    het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 december 2020.

Deze beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 9 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.