Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:5035

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-03-2020
Datum publicatie
09-06-2020
Zaaknummer
C/10/590360 / KG ZA 20-77
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming vakantie naar buitenland verleend, tenzij er als gevolg van COVID-19 een negatief reisadvies luidt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

zaaknummer / rolnummer: C/10/590360 / KG ZA 20-77

Vonnis in kort geding van 31 maart 2020

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. A. Kaynak te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] , [adres gedaagde] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met bijlagen van 7 februari 2020;

  • -

    de brief van 6 maart 2020 van de zijde van de vrouw.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 maart 2020. Daarbij zijn verschenen:

  • -

    de vrouw, bijgestaan door haar advocaat mr. Kaynak;

  • -

    de man;

  • -

    de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam persoon] .

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende minderjarigen geboren:

[naam minderjarige 1] , op [geboortedatum minderjarige 1] 2008 te [geboorteplaats minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] , op [geboortedatum minderjarige 2] 2010 te [geboorteplaats minderjarige 2] ,

[naam minderjarige 3] , op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats minderjarige 3] ,

[naam minderjarige 4] , op [geboortedatum minderjarige 4] 2015 te [geboorteplaats minderjarige 4] .

2.2.

Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de minderjarigen.

2.3.

De minderjarigen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw.

3. Het geschil

3.1.

De vrouw vordert samengevat - en onder uitvoerbaar bij voorraadverklaring:

  • -

    haar vervangende toestemming te verlenen om in de periode van 5 augustus 2020 tot en met 26 augustus 2020 met de minderjarigen op vakantie te mogen gaan naar Turkije;

  • -

    de man onder verbeurte van een dwangsom te veroordelen om de geldige Nederlandse paspoorten en de geldige TC Kimlik van de minderjarigen tijdig aan haar af te geven;

  • -

    de man te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris van de advocaat en de griffierecht daaronder begrepen.

3.2.

De man voert gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Vervangende toestemming reizen

4.1.1.

De vrouw legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij graag met de minderjarigen op vakantie wenst te gaan naar Turkije. De minderjarigen zijn slechts eenmaal eerder op vakantie geweest en de vrouw wenst hen de komende zomer mee te nemen naar Istanbul en Alanya. Zij is al jaren aan het sparen voor een vakantie. Zij heeft de man al in een vroeg stadium geïnformeerd over de voorgenomen reis. De man verleent haar echter - zo blijkt nu - geen toestemming om met de minderjarigen op reis te gaan. Hij vindt dat de vrouw, die niet van Turkse komaf is, niets in Turkije te zoeken heeft, aldus de vrouw.

4.1.2.

De man heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling kort samengevat aangevoerd dat hij in het najaar weliswaar door de vrouw in kennis is gesteld van de reis naar Turkije, maar dat hij hierin een mededeling en geen overleg zag. De man is van mening dat het voor een vrouw alleen niet geschikt is om met kinderen op reis te gaan naar Turkije. Bovendien is het onrustig in Turkije (onder meer met de vluchtelingen problematiek) en ontbreekt het de vrouw aan financiële middelen voor een dergelijke reis, aldus de man.

4.1.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Anders dan ten tijde van de mondelinge behandeling luidt het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken naar Istanbul en Alanya in verband met Covid-19 (het Coronavirus) thans dat wordt geadviseerd alleen noodzakelijke reizen te maken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een vakantie niet valt aan te merken als een noodzakelijke reis. Indien dit reisadvies echter weer bijgesteld wordt in “geen veiligheidsrisico’s”(groen) of “let op, veiligheidsrisico’s” (geel) (zie hiervoor https://www.nederlandwereldwijd.nl/landen/turkije/reizen/reisadvies), dan ziet de rechtbank in de argumenten van de man onvoldoende aanleiding de vrouw toestemming voor de reis met de minderjarigen naar Turkije te onthouden.

De voorzieningenrechter zal de vrouw derhalve toestemming verlenen om met de minderjarigen op vakantie te gaan naar Turkije, tenzij het advies te zijner tijd luidt om alleen noodzakelijke (oranje) of geen (rood) reizen naar Istanbul en Alanya te maken.

4.2.

Afgifte Nederlandse paspoorten en Turkse identiteitsbewijzen

4.2.1.

De man heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij in het bezit is van de Nederlandse paspoorten van de minderjarigen en dat hij deze aan de vrouw kan afgeven, maar dat hij de Turkse identiteitsbewijzen (de TC Klimlik) door een verhuizing zou zijn kwijtgeraakt.

4.2.2.

Tussen partijen staat vast dat de man de identiteitsbewijzen laatstelijk in zijn bezit heeft gehad. De voorzieningenrechter zal gelet daarop de vordering van de vrouw toewijzen.

4.3.

Dwangsom

4.3.1.

De door de vrouw gevorderde dwangsom voor afgifte van de Nederlandse paspoorten zal worden toegewezen omdat de voorzieningenrechter er niet van overtuigd is dat de man hiertoe uit eigen beweging zal overgaan. De gevorderde dwangsom voor de TC Kimlik zal worden afgewezen omdat de vrouw en de minderjarigen op grond van hun Nederlandse paspoort toegang tot Turkije hebben (een visum is niet nodig).

4.4.

Proceskosten

4.4.1.

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de voorzieningenrechter dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent de vrouw vervangende toestemming om in de periode van 5 augustus 2020 tot en met 26 augustus 2020 met

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2008 te [geboorteplaats minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2010 te [geboorteplaats minderjarige 2] ,

[naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats minderjarige 3] ,

[naam minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum minderjarige 4] 2015 te [geboorteplaats minderjarige 4] ,

te reizen naar Istanbul en Alanya, tenzij het advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op dat moment luidt om alleen noodzakelijke of geen reizen naar Istanbul en Alanya te maken;

5.2.

bepaalt dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de man;

5.3.

veroordeelt de man om de Nederlandse paspoorten en de TC Kimlik van de minderjarigen aan de vrouw af te geven vóór 1 mei 2020 en veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 150,- per dag voor elke dag dat hij niet voldoet aan het bevel om de Nederlandse paspoorten aan de vrouw af te geven, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Oonincx en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2020.