Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4882

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-05-2020
Datum publicatie
05-06-2020
Zaaknummer
8248448
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

koop via internet, retourzending

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8248448 \ CV EXPL 20-646

uitspraak: 29 mei 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

Zalando Payments GmbH,

gevestigd te Berlijn, Duitsland,

eiseres,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso te Eindhoven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “Zalando” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • -

    het exploot van dagvaarding van 9 december 2019, met producties;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde] op de rolzitting van 16 januari 2020, bij welke gelegenheid [gedaagde] een schriftelijke reactie met producties in het geding heeft gebracht;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    het schriftelijke verweer van [gedaagde] op de rolzitting van 30 april 2020;

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

[gedaagde] heeft op 21 maart 2019 een zevental T-shirts besteld via de website van Zalando SE onder bestelnummer [bestelnummer 1] . Van deze bestelling maakte deel uit het T-shirt met artikelomschrijving ‘GROVES – T-shirt print – true navy’ (hierna: het T-shirt).

2.2.

Op 23 maart 2019 heeft Zalando SE per e-mail aan [gedaagde] medegedeeld dat het T-shirt op dat moment helaas niet geleverd kon worden en de bestelling, voor zover deze zag op het

T-shirt, geannuleerd was. De overige artikelen zijn door [gedaagde] ontvangen.

2.3.

[gedaagde] heeft op 24 maart 2019 alsnog het T-shirt besteld via de website van Zalando SE onder bestelnummer [bestelnummer 2] . [gedaagde] heeft het T-shirt vervolgens ontvangen.

2.4.

Zalando SE heeft, ten aanzien van de bestelling van het T-shirt onder bestelnummer [bestelnummer 2] , op 26 maart 2019 een factuur van € 34,95 aan [gedaagde] gezonden. [gedaagde] heeft deze factuur niet voldaan.

2.5.

Op 11 mei 2019 heeft Zalando SE per e-mail - voor zover thans van belang - het volgende aan [gedaagde] medegedeeld:

“(…) Uw retourzending van de bestelling [bestelnummer 1] is op 11.05.2019 met de onderstaande artikelen bij ons aangekomen.

(…)

T-shirt print – black

T-shirt print – white (…)”

2.6.

Op 16 mei 2019 heeft Zalando SE een e-mail aan [gedaagde] gezonden met de volgende inhoud:

“(…) Uw retourzending van de bestelling [bestelnummer 1] is op 15.05.2019 met de onderstaande artikelen bij ons aangekomen.

(…)

T-shirt basic – red (…)”

2.7.

De incassogemachtigde van Zalando SE heeft bij brief van 12 september 2019 [gedaagde] aangemaand om binnen een termijn van veertien dagen, nadat de brief bij [gedaagde] is bezorgd, het factuurbedrag van € 34,95 te voldoen, bij gebreke waarvan de vordering verhoogd zal worden met een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

2.8.

Zalando SE heeft haar vordering op [gedaagde] aan Zalando Payments GmbH gecedeerd.

3. Het geschil

3.1.

Zalando heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 34,95 aan hoofdsom, € 0,42 aan verschenen rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten.

3.2.

Aan haar vordering legt Zalando - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [gedaagde] op 24 maart 2019 een T-shirt met artikelomschrijving ‘GROVES – T-shirt print – true navy’ heeft besteld bij Zalando, waarvoor op 26 maart 2019 een factuur ten bedrage van € 34,95 aan [gedaagde] is gezonden. Deze factuur is door [gedaagde] , ondanks aanmaning, onbetaald gelaten.

3.3.

[gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd dat hij het T-shirt, tezamen met (enkele artikelen van) de eerste bestelling van 21 maart 2019, aan Zalando retour heeft gezonden. [gedaagde] heeft telefonisch contact opgenomen met Zalando en heeft een tweetal e-mails verzonden. [gedaagde] wil niet betalen voor iets dat hij niet heeft afgenomen van Zalando. Zowel vóór als na onderhavige bestelling heeft [gedaagde] nooit een factuur van Zalando onbetaald gelaten.

3.4.

Op hetgeen partijen verder hebben aangevoerd, zal - voor zover relevant - hierna nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Nu Zalando in het buitenland is gevestigd, zal ambtshalve worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is.

[gedaagde] heeft zijn woonplaats in Nederland. Nederland is een lidstaat van de Europese Unie. Op grond van artikel 4 van de EEX Verordening (EU) Nr. 1215/2012 dient [gedaagde] opgeroepen te worden voor een gerecht van de lidstaat waarin hij woont. Dat betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Gelet op de woonplaats van [gedaagde] is de kantonrechter in Rotterdam bevoegd van de vordering kennis te nemen.

Niet gesteld of gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gedaan. Er is sprake van een internationale cessie waarop artikel 14 van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) van toepassing is. Daarin is in lid 2 bepaald dat de betrekking tussen de cessionaris en de schuldenaar wordt beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. In dit geval is dat Nederlands recht.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat het door [gedaagde] bestelde T-shirt bij de eerste bestelling van 21 maart 2019 (bestelnummer [bestelnummer 1] ) niet geleverd kon worden en dat deze bij de tweede bestelling van 24 maart 2019 (bestelnummer [bestelnummer 2] ) wel aan [gedaagde] is geleverd.

4.3.

Het geschil tussen partijen betreft de vraag of [gedaagde] gehouden is tot betaling van de factuur van 26 maart 2019 met betrekking tot het geleverde T-shirt. [gedaagde] heeft gesteld dat hij het T-shirt - tezamen met (enkele artikelen van) de eerste bestelling - heeft geretourneerd aan Zalando, hetgeen Zalando heeft betwist.

4.4.

Tegenover de betwisting door Zalando rust op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op [gedaagde] de bewijslast van de door hem gestelde retourzending van het T-shirt aan Zalando.

4.5.

[gedaagde] heeft in dit kader een tweetal e-mails in het geding gebracht, gedateerd 11 mei 2019 en 16 mei 2019. Deze e-mails zien echter beide op de eerste bestelling van 21 maart 2019, nu daarin expliciet bestelnummer [bestelnummer 1] wordt genoemd. De in die e-mails genoemde geretourneerde artikelen betreffen het ‘T-shirt print – black’, het ‘T-shirt print – white’ en het ‘T-shirt basic – red’. Het T-shirt, welke thans in het geding is, wordt niet in de e-mails vermeld. Deze e-mails kunnen derhalve niet als bewijs dienen dat [gedaagde] het T-shirt heeft geretourneerd aan Zalando. Ook uit de overige door [gedaagde] overgelegde producties volgt niet dat [gedaagde] het T-shirt retour heeft gezonden aan Zalando.

4.6.

Ten aanzien van de stelling van [gedaagde] dat hij een tweetal e-mails aan Zalando heeft verzonden, heeft Zalando gesteld dat deze zijn verzonden naar een no-reply-adres. Deze stelling vindt steun in de door [gedaagde] overgelegde producties, met name de e-mail van 16 mei 2019, waarin geheel onderaan is vermeld: “(…) Dit is een automatisch gegenereerde e-mail. U kunt hier niet op antwoorden. (…)”. [gedaagde] moet er dan ook bekend mee worden verondersteld dat aan het betreffende e-mailadres gerichte e-mails niet door Zalando ontvangen of gelezen worden. Dat [gedaagde] Zalando ook telefonisch heeft benaderd en dat door Zalando zou zijn aangegeven dat het uitgezocht c.q. opgelost zou worden, is door Zalando niet betwist. Dat neemt echter niet weg dat Zalando ook in dat geval een bewijs van retourzending van [gedaagde] nodig gehad zou hebben om te kunnen verifiëren of het T-shirt daadwerkelijk is geretourneerd. [gedaagde] is echter tot op heden niet in staat gebleken een dergelijk bewijs te verstrekken.

4.7.

Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat, nu [gedaagde] niet heeft aangetoond dat het T-shirt aan Zalando is geretourneerd, het er voor gehouden moet worden dat [gedaagde] het T-shirt zonder protest heeft behouden en hij dientengevolge de factuur van 26 maart 2019 dient te voldoen. De gevorderde hoofdsom van € 34,95 zal dan ook worden toegewezen.

4.8.

Het gevorderde bedrag van € 0,42 aan verschenen wettelijke rente tot 9 december 2019 zal, als op de wet gegrond en door [gedaagde] niet weersproken, worden toegewezen.

4.9.

Zalando maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De namens Zalando aan [gedaagde] gezonden aanmaning van 12 september 2019 voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 40,00 wordt dan ook toegewezen.

4.10.

Hetgeen partijen voor het overige nog naar voren hebben gebracht, kan niet tot een ander oordeel leiden.

4.11.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Zalando tegen kwijting te betalen € 34,95 aan hoofdsom, € 0,42 aan tot 9 december 2019 verschenen rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 34,95 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zalando vastgesteld op € 209,18 aan verschotten (waarvan € 124,00 aan griffierecht en

€ 85,18 aan dagvaardingskosten) en € 72,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44487