Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4868

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2020
Datum publicatie
04-06-2020
Zaaknummer
C/10/592542 / FA RK 20-1441
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing zorgmachtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/592542 / FA RK 20-1441

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 maart 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. J.A. Smits te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 4 maart 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door M.J. Veldman-Hoek, psychiater, van
    3 maart 2020;

  • -

    de zorgkaart van 3 maart 2020 met bijlagen;

  • -

    het zorgplan van 2 maart 2020 met bijlagen;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur op het zorgplan, en

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond de Wvggz.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 maart 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

  • -

    betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

  • -

    V. Durgaram, arts, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van een persoon wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Wanneer het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van een persoon te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van een persoon te stabiliseren of te herstellen.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene in de voorliggende zaak lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotisch toestandsbeeld door middelengebruik.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

De arts verklaart ter zitting dat het thans beter gaat met betrokkene doordat zij nu haar medicatie inneemt. Tegelijkertijd geeft de arts aan dat betrokkene recent ongeoorloofd weg is geweest en toen drugs heeft ingenomen. Doordat betrokkene momenteel dakloos is acht de arts het aannemelijk dat betrokkene indien zij met ontslag gaat weer drugs zal gaan gebruiken. De onderhavige machtiging is volgens de arts noodzakelijk zodat ambulante zorg geregeld kan worden. Daarnaast is door de machtiging inzicht in het medicatiegebruik van betrokkene.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaat uit:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, en

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht nu de rechtbank van oordeel is, gelet op de toelichting van de arts, dat deze niet nodig zijn om het nadeel af te wenden.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2020.

Deze beschikking is op 24 maart 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier op 3 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.