Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4799

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-05-2020
Datum publicatie
02-06-2020
Zaaknummer
C/10/596192 / FA RK 20-3265
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging. Geen ziektebesef en -inzicht. Betrokkene neemt zijn medicatie niet vrijwillig in en wenst hiermee te stoppen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596192 / FA RK 20-3265

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 mei 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. K. Lammers-Roselaar te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 8 mei 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door M.J. van Bennekom, psychiater, van 24 april 2020;

 de zorgkaart;

 het zorgplan van 28 april 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de strafvorderlijke- en justitiële gegevens;

 het bericht dat er geen relevante politiegegevens voor betrokkene zijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 mei 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam spv-er] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan het FACT team van Antes.

1.2.

De officier is telefonisch niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene heeft in de afgelopen jaren meerdere psychotische episoden doorgemaakt. Wanneer betrokkene ontregelt is er sprake van achterdocht, hallucinaties en verward denken. Vanuit deze achterdocht is betrokkene in het verleden agressief naar derden geweest. Zo heeft hij gezwaaid met een mes, gedreigd personen in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam te vermoorden en heeft hij twee vrouwen in de metro op het hoofd geslagen. Betrokkene zou op dit moment graag willen stoppen met het innemen van zijn medicatie of de dosering van zijn medicatie willen verlagen, omdat hij last heeft van de bijwerkingen. De behandelaar verklaart dat een verlaging van de dosering niet mogelijk is. Een verlaging van de dosering is eerder geprobeerd, maar betrokkene is toen snel gedecompenseerd. Ook is betrokkene het niet eens met de gestelde diagnose. Het ontbreekt bij betrokkene volledig aan ziektebesef en -inzicht. Als gevolg hiervan is hij bovendien niet in staat om afdoende voor zijn fysieke gezondheid te zorgen. Hij weigert iedere vorm van behandeling voor zijn hypertensie en (te hoog) cholesterol, omdat deze klachten niet aan hem te wijten zouden zijn maar aan de medicatie. Wanneer de rechterlijke machtiging niet wordt afgegeven zullen deze klachten ook verdwijnen omdat hij dan kan stoppen met de medicatie, aldus betrokkene.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren en om deze reden is verplichte zorg nodig. Tijdens de zitting verklaart betrokkene meerdere keren dat hij de medicatie niet vrijwillig inneemt en dat hij hiermee wenst te stoppen.

2.2.3.

De rechtbank gaat ervan uit dat de wetgever heeft beoogd dat zorgverlening ter voorkoming van ernstig nadeel mogelijk moet zijn. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg opgenomen worden in de zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval dient te worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt.

2.2.4.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onderstaande vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden.

‘Reguliere verplichte zorg’
De rechtbank acht de volgende vormen van reguliere verplichte zorg noodzakelijk gedurende zes maanden:

 het toedienen van medicatie, verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.

De in het zorgplan genoemde zorg zal naar het oordeel van de rechtbank het ernstig nadeel niet volledig kunnen wegnemen. Om die reden zal de rechtbank bepalen dat er tevens een andere vorm van reguliere verplichte zorg dienen te worden verleend, te weten het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Uit de stukken en de toelichting daarop blijkt genoegzaam dat ook het periodiek blijven onderhouden van contact met het FACT team noodzakelijk is voor een succesvolle ambulante behandeling. De rechtbank wijst deze vorm van zorg eveneens toe voor de duur van zes maanden en bepaalt dat het zorgplan moet worden gewijzigd zodat het in overeenstemming is met het bovenstaande.

‘Verplichte zorg in crisissituaties’
In crisissituaties mag binnen de komende zes maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg voor de duur van maximaal zes weken:

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het opnemen in een accommodatie.

Bij betrokkene wordt een crisissituatie als volgt gedefinieerd. Bij betrokkene is er sprake van een crisissituatie wanneer hij weigert zijn medicatie in te nemen en er een toename van zijn psychotische belevingen wordt waargenomen. De afgelopen jaren is betrokkene meerdere keren gedecompenseerd nadat hij stopte met zijn medicatie. Het is dan van belang om in te kunnen grijpen met een klinische opname waar betrokkene tot rust kan komen en adequaat kan worden ingesteld op medicatie. Deze vormen van verplichte zorg zullen slechts mogen worden toegepast indien op dat moment de overige vormen van verplichte zorg niet langer toereikend zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

Als het gaat om opneming geruime tijd nadat de zorgmachtiging is verleend, moet aan die vrijheidsbeneming een recente medische beoordeling ten grondslag liggen. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens verlangt altijd een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek bij vrijheidsbeneming als deze. (zie de nadere uitleg in ondermeer EHRM 24 september 1992, Herczegfalvy v. Austria, 10533/83, r.o. 63 en EHRM 5 oktober 2000, Varbanov v. Bulgaria, 31365/96, r.o. 47). In de praktijk betekent dit dat bij een vrijheidsbeneming van betrokkene na drie maanden vanaf heden de zorgaanbieder opnieuw invoering dient te geven aan een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. Dat mag door de geneesheer-directeur plaatsvinden, op voorwaarde dat hij niet bij de behandeling betrokken is.

2.2.5.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Voor verplichte zorg waarin deze zorgmachtiging niet voorziet, kan dit slechts in noodsituaties worden toegepast. Dit gaat om incidentele verplichte zorg onder strikte voorwaarden als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.

2.2.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van 6 maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat het zorgplan overeenkomstig rechtsoverweging 2.2.4. dient te worden aangepast;

3.4.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2020.

Deze beschikking is op 18 mei 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 25 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.