Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4590

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-04-2020
Datum publicatie
26-05-2020
Zaaknummer
C/10/594503 / FA RK 20-2441
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging, artikel 6:4 Wvggz. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt onvoldoende dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594503 / FA RK 20-2441

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en thans verblijvende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 6 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door drs. J. Roos, psychiater, van 10 maart 2020;

 de niet-ingevulde zorgkaart van 3 maart 2020;

 het zorgplan van 2 maart 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de tijdelijke regeling F&J rechtbanken in verband met het coronavirus) telefonisch gehoord:

 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

 A. van der Kolk, FACT-verpleegkundige, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend. Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene op 17 februari met een crisismaatregel in Antes, locatie Poortugaal is opgenomen. Zij is daar vervolgens tot 11 maart op vrijwillige basis gebleven. Vanaf dat moment verblijft zij thuis. De reden van opname was het vermoeden van een katatoon beeld, maar dit vermoeden is tijdens de opname niet bevestigd. Hoewel de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat er psychotische symptomen zijn gezien tijdens de opname, blijkt uit het zorgplan dat er tijdens de opname geen sprake was van een psychotisch beeld. Ook werden er geen tekenen van een manie of depressie gezien. De rechtbank is daarom van oordeel dat zowel uit de stukken als de mondelinge behandeling onvoldoende blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis.

2.3.

Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 24 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 6 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.