Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4582

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
25-05-2020
Zaaknummer
C/10/595229 / FA RK 20-2782
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, artikel 7:7 Wvggz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/595229 / FA RK 20-2782

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 21 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. W.L. Catsman te Rotterdam.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 19 april 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 19 april 2020;

 de medische verklaring opgesteld door drs. C. van Tuijl, psychiater, van 19 april 2020;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de tijdelijke regeling F&J rechtbanken in verband met het coronavirus) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 drs. V. Durgaram, arts in opleiding tot specialist, verbonden aan Antes, locatie Albrandswaardsedijk.

1.3.

De officier is niet telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

1.4.

Ten behoeve van interne opleiding heeft de rechtbank bijzondere toestemming verleend aan mr. N. Doorduijn, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, om de behandeling telefonisch te volgen. Hiervan is op voorhand melding gemaakt en geen van de betrokkenen heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

2 Beoordeling

2.1.

Criteria crisismachtiging

2.1.1.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.

2.1.2.

Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. In de afgelopen maanden wordt er veelvuldig melding gemaakt van ontregeld gedrag, waarna behandeling en/of opname volgde. Betrokkene verbleef tot 14 april op vrijwillige basis in de accommodatie, maar is tegen het advies van de behandelaren in met ontslag gegaan. Hij is vervolgens op 19 april 2020 weer, nu gedwongen opgenomen, omdat de situatie thuis was geëscaleerd. Betrokkene had een ravage in zijn woning aangericht. Voorts heeft hij de algemene veiligheid van personen en goederen in gevaar gebracht door wateroverlast te veroorzaken en een gasleiding van/uit de muur te halen. Eerder en ook tijdens de mondelinge behandeling bagatelliseert hij de situatie en legt hij de schuld bij anderen. Er is sprake van oordeels- en kritiekstoornissen bij betrokkene en hij heeft geen ziekte-inzicht. De arts heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat een ambulante behandeling niet van de grond kwam, vermoedelijk omdat betrokkene zijn medicatie niet adequaat innam. Het wordt noodzakelijk geacht om betrokkene in een klinische setting opnieuw in te stellen op medicatie alvorens er wordt toegewerkt aan een terugkeer naar huis.

2.1.4.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manische decompensatie bij een man bekend met een bipolaire I stoornis.

2.1.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.2.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.2.3.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.2.4.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.3.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 mei 2020.

Deze beschikking is op 21 april 2020 mondeling gegeven door mr. M. van Kuilenburg, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 24 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.