Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4575

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-04-2020
Datum publicatie
25-05-2020
Zaaknummer
C/10/594497 / FA RK 20-2439
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging aansluitend op voortgezette crisismaatregel, artikel 7:11 Wvggz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594497 / FA RK 20-2439

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 april 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Yulius, locatie de Gantel te Sliedrecht,

advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 6 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door drs, A. van Bodegraven, psychiater, van 31 maart 2020;

 de zorgkaart van 30 maart 2020;

 het zorgplan van 2 april 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de tijdelijke regeling F&J rechtbanken in verband met het coronavirus) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 drs. M. Kleinjan, psychiater, en drs. B. Dedeoglu, arts in opleiding tot specialist, beiden verbonden aan Yulius, locatie de Gantel.

1.3.

De officier is niet telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 16 maart 2020, is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 6 april 2020, is onderhavig verzoek ingediend.

2.1.2.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend. Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis. Vermoed wordt dat er sprake is van een schizofrene ontwikkeling. Gedurende de opname moet worden bezien hoe dit beeld zich ontwikkelt, aldus de arts tijdens de mondelinge behandeling.

2.1.4.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en woonde voor aanvang van de opname in een begeleide woonvoorziening. Daar waren er in toenemende mate aanwijzingen voor een psychose bij betrokkene. Er was sprake van verbale agressie en betrokkene heeft begeleiders en medebewoners in de begeleide woonvoorziening bedreigd met de dood. Voorts was er sprake van achterdocht en terugtrekgedrag. Dit heeft geleid tot de huidige opname. Bij aanvang van de opname heeft er een fysieke escalatie plaatsgevonden bij het toedienen van medicatie, waardoor betrokkene kortdurig in een extra beveiligde kamer is geplaatst. Ten tijde van de mondelinge behandeling werkt betrokkene wel mee aan de inname van medicatie, hoewel hij – vanwege een gebrek aan ziektebesef – het belang van medicatie niet inziet. De medicatie heeft geleid tot een voorzichtige verbetering in het toestandsbeeld, hoewel dit volgens de arts nog erg pril is. Betrokkene zal de komende periode verder ingesteld worden op medicatie, zodat er kan worden toegewerkt naar een depot in de thuissituatie.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene heeft geen ziektebesef en –inzicht, waardoor de intrinsieke motivatie om medicatie in te nemen ontbreekt. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, voor de duur van zes maanden;

 het beperken van de bewegingsvrijheid, voor de duur van drie maanden;

 het opnemen in een accommodatie, voor de duur van drie maanden.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding en het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

Gelet op de verklaring van de arts dat de vrijheden van betrokkene worden uitgebreid en op termijn naar zijn ontslag wordt toegewerkt, ziet de rechtbank aanleiding om de vormen van verplichte zorg (met uitzondering van het toedienen van medicatie) toe te wijzen voor een kortere duur, te weten drie maanden.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 oktober 2020.

Deze beschikking is op 16 april 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 21 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.