Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4571

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-04-2020
Datum publicatie
25-05-2020
Zaaknummer
C/10/594941 / FA RK 20-2647
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, artikel 7:7 Wvggz. Betrokkene is na een korte opname weer voldoende hersteld om naar huis te gaan. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594941 / FA RK 20-2647

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Yulius, locatie Kasperspad te Dordrecht,

advocaat mr. T.M. Briggeman te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 14 april 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 14 april 2020;

 de medische verklaring opgesteld door dr. D. Bastiaansen, psychiater, van 14 april 2020;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de tijdelijke regeling F&J rechtbanken in verband met het coronavirus) telefonisch gehoord:

 betrokkene met advocaat mr. R.L.I. Jansen, namens de hierboven genoemde advocaat;

 drs. J.A.C. Oosterwijk, psychiater, verbonden aan Yulius, locatie Kasperspad.

1.3.

De officier is niet telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.

2.2.

Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg.

2.3.

Er bestaat een ernstig vermoeden dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een borderline persoonlijkheidsstoornis, alsmede dat betrokkene als gevolg hiervan onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt als bedoeld in artikel 7:1 Wvggz. Betrokkene is in het verleden meerdere keren opgenomen geweest nadat haar dwanggedachten controle over haar kregen. Op deze momenten loopt zij vaak naar het spoor, waar zij door de politie wordt gesignaleerd en zij gedwongen wordt opgenomen als crisismaatregel. Op die momenten is betrokkene niet benaderbaar en kunnen er geen afspraken met haar gemaakt worden. Voorafgaand aan de huidige opname was dit ook het geval. Zij wordt dan gesepareerd en er wordt acute medicatie toegediend. Gebleken is dat lange opnames niet doelmatig zijn bij betrokkene, aldus de psychiater tijdens de mondelinge behandeling. Zij gaat zich dan juist verzetten tegen behandeling, terwijl zij in de thuissituatie open staat voor begeleiding en behandeling. Betrokkene is na een korte opname weer voldoende hersteld om naar huis te gaan. Helaas moet betrokkene al jarenlang vechten tegen dwanggedachten. Als het beter met haar gaat, is het niet haar wens om dood te gaan. Weliswaar kan het nadeel op ieder ogenblik weer ontstaan, een langere gedwongen opname is niet de oplossing. Het is te hopen dat het nu weer een tijd beter zal gaan.

2.4.

Gezien het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 16 april 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.