Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4560

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-04-2020
Datum publicatie
25-05-2020
Zaaknummer
C/10/593945 / FA RK 20-2130
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf, artikel 24 Wzd. De rechtbank anticipeert op de aangekondigde spoedige wijziging van het Besluit zorg en dwang en verstaat dat het syndroom van Korsakov in het onderhavige geval gelijk wordt gesteld met een psychogeriatrische aandoening en een verstandelijke handicap als bedoeld in artikel 1 lid 4 Wzd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/593945 / FA RK 20-2130

Opvolgende rechterlijke machtiging

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 10 april 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt],

hierna: cliënt,

wonende aan de [adres cliënt], [woonplaats cliënt],

thans verblijvende in verpleeghuis Aafje, locatie Smeetsland te Rotterdam,

advocaat mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[naam belanghebbende], mentor en bewindvoerder.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 27 maart 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 20 oktober 2015;

 de verklaring van drs. J.P. Scholten, specialist ouderengeneeskunde, van 13 februari 2020;

 de verklaring van de zorgaanbieder Aafje van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 3 maart 2020;

 het zorgplan van 14 februari 2020;

 een afschrift van de beschikking van deze rechtbank van 16 juli 2019 waarbij het mentorschap is ingesteld en de mentor is benoemd.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;

 drs. L. den Braber, specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Aafje;

 [naam belanghebbende], mentor en bewindvoerder van cliënt.

2. Beoordeling

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 31 oktober 2019 heeft de rechtbank op voet van artikel 15 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) een machtiging verleend tot voortgezet verblijf van cliënt in een psychiatrisch ziekenhuis tot en met 18 april 2020. Met ingang van 1 januari 2020 is de Wzd – samen met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) – in werking getreden, ter opvolging van de Wet Bopz. Gelet op deze overgang is het overgangsrecht van toepassing. Op grond van artikel 76 lid 2 Wzd wordt een krachtens de Wet Bopz verleende machtiging tot voortgezet verblijf gelijkgesteld met een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in artikel 24 Wzd.

2.2.

De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van een cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan, leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf of voortzetting van het verblijf noodzakelijk om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.3.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat cliënt in de voorliggende zaak lijdt aan een psychische stoornis, te weten het syndroom van Korsakov en hersenschade als gevolg van een beroerte. Dat heeft tot gevolg dat betrokkene als gevolg van de aard van haar stoornis onder de reikwijdte valt van de Wvggz, en niet de Wzd.

2.4.

Gelet op artikel 1 lid 4 Wzd kunnen bij AMvB ziekten en aandoeningen worden aangewezen die voor de toepassing van de Wzd en de daarop berustende bepalingen worden gelijkgesteld met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking indien:

  1. deze ziekten en aandoeningen dezelfde gedragsproblemen of regieverlies als een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap kunnen veroorzaken;

  2. de benodigde zorg in verband het deze gedragsproblemen of regieverlies vergelijkbaar is met de zorg die nodig is bij een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap;

  3. deze gedragsproblemen kunnen of dit regieverlies kan leiden tot ernstig nadeel.

2.5.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft bij brief van 20 september 2019 aan de Tweede Kamer laten weten in 2020 met een aanpassing van het Besluit zorg en dwang te zullen komen waarmee enkele aandoeningen (de ziekte van Huntington, het syndroom van Korsakov en niet-aangeboren hersenletsel) gelijkgesteld zullen worden met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking, zodat cliënten met dergelijke verschijnselen opgenomen kunnen worden in een Wzd-instelling (Kamerstukken II 2019/20, 35370, 1). De aangekondigde AMvB is nog niet vastgesteld. Er zijn nu cliënten met bovengenoemde aandoeningen die in Wzd-instellingen verblijven, waaronder onderhavige cliënt. Dit is voor de praktijk een onwerkbare situatie en strookt niet met de doelstellingen van de Wzd (en de Wvggz), te weten het bieden van behandeling en het afwentelen van ernstig nadeel. De rechtbank anticipeert daarom op de aangekondigde spoedige wijziging van het Besluit zorg en dwang en verstaat dat het syndroom van Korsakov, de ziekte van Huntington en niet-aangeboren hersenletsel in het onderhavige geval wordt gelijkgesteld met een psychogeriatrische aandoening en een verstandelijke handicap als bedoeld in artikel 1 lid 4 Wzd.

2.6.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. De cognitieve functies bij cliënt zijn als gevolg van het syndroom van Korsakov en de beroerte achteruit gegaan. Er is sprake van organisatie- en planningsstoornissen. Daarnaast is cliënt slecht ter been en valgevaarlijk, waardoor zij hulp nodig heeft bij haar dagelijkse verzorging. Cliënt overschat zichzelf, hetgeen leidt tot onbegrip en agitatie. Hoewel de woning van cliënt voorafgaand aan de opname vervuild was, is cliënt van oordeel dat zij weer thuis zou kunnen wonen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan zou zij graag in een service-appartement willen wonen. De mentor van cliënt heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij samen met cliënt naar meerdere accommodaties heeft gekeken, maar dat deze of niet de zorg konden bieden die cliënt nodig heeft of door haar niet goed werden bevonden.

2.7.

De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wensen. Cliënt is niet in staat voor zichzelf te zorgen en heeft 24-uurs zorg nodig.

2.8.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt put haar professionele omgeving uit, waardoor thuis wonen met behulp van thuiszorg niet mogelijk is. Diverse medewerkers zijn uitgevallen doordat zij over hun grenzen heen gingen om cliënt tegemoet te komen.

2.9.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen voortzetting van het verblijf. Cliënt heeft een beperkt ziektebesef en tijdens de mondelinge behandeling heeft zij meermaals aangegeven het niet eens te zijn met het verblijf in de huidige accommodatie.

2.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in de Wzd. Tijdens de mondelinge behandeling is door de specialist oudergeneeskunde gevraagd om de rechterlijke machtiging voor een langere periode dan één jaar af te geven om rust te geven en om de mentor de ruimte te geven haar huis te verkopen. De rechtbank overweegt dat het CIZ een machtiging heeft verzocht voor de periode van één jaar en de rechtbank zal de machtiging daarom voor die periode toewijzen.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 april 2021.

Deze beschikking is op 10 april 2020 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.