Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4492

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-05-2020
Datum publicatie
20-05-2020
Zaaknummer
C/10/592080 / JE RK 20-542 & C/10/595872 / JE RK 20-1215
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Gewezen t.t.v. corona-maatregelen.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/592080 / JE RK 20-542 & C/10/595872 / JE RK 20-1215

datum uitspraak: 11 mei 2020

beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2003 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 4 maart 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 29 april 2020, ingekomen bij de griffie op 4 mei 2020;

- het e-mailbericht met bijlage van de gemachtigde van de ouders, mr. J. Moerings, van 7 mei 2020.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter de betrokkenen op 11 mei 2020 telefonisch gehoord.

Gehoord zijn, in aanwezigheid van de griffier:

- de minderjarige [naam kind] , die voorafgaand aan de telefonische behandeling apart is gehoord,

- de moeder,

- de vader, bijgestaan door mr. J. Moerings,

- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam vertegenwoordigster 2] .

Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Turkse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam tolk] , tolk in de Turkse taal.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] verblijft in een crisisopvang van Enver.

Bij beschikking van 24 februari 2020 is [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld tot 24 mei 2020.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 maart 2020 de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 24 mei 2020.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verzocht voor de duur van zes maanden.

De Raad heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Sinds februari 2019 is er hulpverlening betrokken bij [naam kind] , maar zonder het gewenste resultaat. Inmiddels is de situatie zodanig geëscaleerd dat een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] nodig waren om haar veiligheid te waarborgen. [naam kind] zit knel met haar emoties en zelfontwikkeling en ervaart in de thuissituatie onvoldoende ruimte en veiligheid. Sinds de uithuisplaatsing gaat het beter met [naam kind] , maar zij wil geen contact met haar ouders. [naam kind] en de ouders hebben ondersteuning nodig om tot bepaalde inzichten te komen, elkaar te leren begrijpen en te werken aan contactherstel.

Het standpunt van de GI

De GI heeft zich aangesloten bij het verzoek van de Raad. [naam kind] ervaart nog steeds mentale onveiligheid. De GI werkt aan contactherstel tussen [naam kind] en de ouders, maar eerst moet [naam kind] tot rust komen en haar behandeling volgen. Er is tijd nodig om de ouders aan te kunnen laten sluiten bij de ontwikkeling en behoeften van [naam kind] en om [naam kind] openheid te laten geven over haar problematiek. [naam kind] wordt begeleid door een psycholoog en het gezin staat op de wachtlijst voor Functional Family Therapy (FFT).

Het standpunt van belanghebbenden

Namens en door de ouders is naar voren gebracht dat zij zich zorgen maken over [naam kind] . Als een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor [naam kind] , dan kunnen de ouders hiermee instemmen. Zij hebben wel behoefte aan duidelijkheid over het vervolgtraject, hoe zij [naam kind] kunnen helpen en welke behandeling er nodig is. De ouders begrijpen niet waar het gedrag van [naam kind] vandaan komt en [naam kind] vindt het moeilijk om erover te praten. De ouders willen het beste voor hun dochter, maar vinden het daarbij wel belangrijk dat tot de kern van het probleem gekomen kan worden en dat zij zelf ook betrokken worden bij de behandeling.

De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat in deze zaak telefonisch horen voldoende is om tot een goed oordeel te komen over het verzoek en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen door betrokkenen naar voren is gebracht is gebleken dat [naam kind] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn al langere tijd zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van [naam kind] . Zij heeft moeite met haar identiteitsontwikkeling en vindt onvoldoende steun bij haar ouders. [naam kind] geeft daarnaast geen openheid over haar problematiek, waardoor de ouders niet begrijpen wat er met haar aan de hand is. Dit heeft ertoe geleid dat [naam kind] in de thuissituatie onvoldoende ruimte en veiligheid voelde om zich te ontwikkelen en er conflicten ontstonden. Op 24 februari 2020 is [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld en met een spoedmachtiging in een crisisopvang geplaatst. In de ontstane situatie is duidelijk dat [naam kind] en de ouders er samen, zonder tussenkomst van een jeugdbeschermer, niet uit zullen komen. [naam kind] wil op dit moment geen contact met haar ouders. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de patstelling die is ontstaan te doorbreken. Hiertoe is hulpverlening voor [naam kind] nodig met betrekking tot haar persoonlijke problematiek. Daarnaast hebben de ouders begeleiding nodig om te kunnen leren hoe zij beter met [naam kind] kunnen omgaan. De komende periode dient te worden onderzocht of contactherstel mogelijk is en waar het perspectief van [naam kind] ligt.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [naam kind] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b BW.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot 11 mei 2021;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 11 november 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2020 door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 mei 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.