Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4491

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-05-2020
Datum publicatie
20-05-2020
Zaaknummer
C/10/592053 / JE RK 20-538
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Ondertoezichtstelling. Gewezen t.t.v. corona-maatregelen.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/592053 / JE RK 20-538

datum uitspraak: 11 mei 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2007 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen [naam kind 1] ,

[naam kind 2] ,

geboren op [geboortedatum kind 2] 2008 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen [naam kind 2] ,

[naam kind 3] ,

geboren op [geboortedatum kind 3] 2017 te [geboorteplaats kind 3] , hierna te noemen [naam kind 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 21 februari 2020, ingekomen bij de griffie op [geboortedatum kind 1] 2020.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter de betrokkenen op 11 mei 2020 telefonisch gehoord.

Gehoord zijn, in aanwezigheid van de griffier:

- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam vertegenwoordigster 2] .

De ouders bleken op het aangekondigde tijdstip, ondanks meerdere contactpogingen, op de opgegeven telefoonnummers niet bereikbaar.

[naam kind 1] en [naam kind 2] zijn in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] wonen bij de ouders.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn grote zorgen gemeld over het gezin. De ouders staan niet open voor hulpverlening. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om zicht te krijgen op de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen en om te zorgen dat zij de nodige hulpverlening krijgen.

Het standpunt van de GI

De GI heeft zich aangesloten bij het verzoek van de Raad.

De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat in deze zaak telefonisch horen voldoende is om tot een goed oordeel te komen over het verzoek en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen betrokkenen naar voren hebben gebracht is gebleken dat [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Eerder is het jeugdondersteuningsteam (JOT) betrokken geweest. Het JOT heeft zorgen geuit over onder meer relatieproblemen, softdrugsgebruik en forse schulden bij de ouders en een vervuilde en onveilige opvoedomgeving. Daarnaast zou er sprake zijn van kindeigen problematiek bij [naam kind 1] in de vorm van ADHD en dyslexie en zou [naam kind 2] zelfbepalend gedrag vertonen. Het JOT is sinds de melding bij de Raad niet meer betrokken en heeft de inzet van MPG+ geadviseerd, maar de ouders accepteren geen enkele vorm van hulpverlening. De ouders hebben ook geen medewerking verleend aan het raadsonderzoek. Zij bieden geen zicht op de opvoedsituatie, waardoor er ook geen zicht is op de ontwikkeling en veiligheid van [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] . Gelet op de zorgen acht de kinderrechter de betrokkenheid van een jeugdbeschermer door middel van een ondertoezichtstelling noodzakelijk om zicht te krijgen op de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen en om de hulpverlening in te zetten die de kinderen nodig hebben.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing
De kinderrechter:

stelt [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot 11 mei 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2020 door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 mei 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.