Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4481

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-05-2020
Datum publicatie
05-06-2020
Zaaknummer
C/10/575688 / HA ZA 19-538
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop nieuwe elektrische auto. Non-conformiteit nu actieradius achterblijft en laadcapaciteit onvoldoende is? Toepasselijkheid BOVAG algemene voorwaarden. Beroep op non-conformiteit en aansprakelijkheid uitgesloten. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar? Toch tekortkoming? Vorderingen tegen dealer afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2020/258
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/575688 / HA ZA 19-538

Vonnis in hoofdzaak van 20 mei 2020

in de zaak van

[naam eiser] H.O.D.N. [handelsnaam],

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser,

advocaat mr. J.P. van Veenendaal te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BREELAND BV,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. S. Velthuizen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [naam eiser] en Breeland genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 3 juni 2019, met verwijzing naar 26 producties, waarvan 20 producties aan de dagvaarding zijn gehecht;

  • -

    de conclusie van antwoord d.d. 4 september 2019, met 7 producties;

  • -

    de akte overleggen producties van [naam eiser] d.d. 9 september 2019 met 2 producties;

  • -

    de brief van de rechtbank d.d. 25 september 2019, waarbij de comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van de rechtbank d.d. 18 oktober 2019 met daarin opgenomen de zittingsagenda;

  • -

    de akte van eiswijziging/eisvermeerdering d.d. 3 december 2019 met 1 productie;

  • -

    de akte van toelichting en indienen bijbehorende stukken aan de zijde van [naam eiser] d.d. 3 december 2019, met 5 producties;

  • -

    het proces-verbaal van de op 3 december 2019 gehouden comparitie van partijen, waarvan de pleitnota van mr. Van Veenendaal onderdeel vanuit maakt;

  • -

    de brief van de rechtbank d.d. 20 december 2019 met als bijlage een nieuw voorblad van het proces-verbaal;

  • -

    de akte van uitlaten partijen en verzoek aan de rechtbank d.d. 29 januari 2020 van [naam eiser] ;

  • -

    de twee door mr. Velthuizen ingediende B-16 formulieren d.d. 28 januari 2020;

  • -

    de e-mail van de rechtbank d.d. 5 februari 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Op 13 maart 2018 heeft [naam eiser] de showroom van Breeland in Rotterdam bezocht. Na een gesprek tussen partijen is dezelfde dag tussen partijen een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een elektrische auto, een Jaguar I-Pace EV400 Aut. HSE (hierna: de Jaguar), voor een koopsom van € 106.947,09. Levering van de Jaguar heeft op 8 november 2018 plaats gevonden.

2.2.

[naam eiser] drijft als ICT-consultant een eenmanszaak onder de naam [handelsnaam] te [woonplaats eiser] . De Jaguar is aangeschaft voor het verrichten van zijn bedrijfsmatige activiteiten. De koopovereenkomst vermeldt de naam [handelsnaam] als koper, terwijl de factuur eveneens is gericht aan [handelsnaam] en van de rekening van [handelsnaam] aan Breeland is voldaan.

2.3.. [naam eiser] heeft op 13 maart 2018 een document getekend, waarin staat opgenomen:

Algemeen:

Op al onze transacties zijn de Algemene Voorwaarden Bovag-Afdeling NDA van toepassing. Koper verklaart deze algemene voorwaarden als bijlage te hebben ontvangen en van de inhoud daarvan voorafgaand aan de ondertekening kennis te hebben genomen.

Paraaf klant ………

(rechtbank: voorzien van handgeschreven paraaf van [naam eiser] )

(..)

Handtekening klant

(rechtbank: voorzien van handtekening [naam eiser] )

2.4.

In artikel 14 lid 3 en 4 van de Algemene Voorwaarden Bovag-Afdeling NDA (hierna: Bovag-voorwaarden) staat vermeld:

3. In artikel 15 staan garantievoorwaarden en dat is de basis om verkoper/reparateur aan te kunnen spreken. Na en naast deze garantievoorwaarden heeft de koper/opdrachtgever niet de rechten die de wet geeft aan kopers (en opdrachtgevers) die handelen voor doeleinden die buiten hun bedrijf- of beroepsactiviteit vallen. Een voorbeeld van een degelijk recht dat de koper/opdrachtgever dus niet heeft, is het recht uit boek 7 BW dat een zaak bij

aflevering aan de koopovereenkomst beantwoordt.

4. Iedere andere vordering van schadevergoeding, op welke basis dan ook, is uitgesloten.

2.5.

Breeland hanteert een verkoopfolder, afkomstig van Jaguar Land Rover Limited, getiteld:

DE VOLLEDIG ELEKTRISCHE NEW JAGUAR I-PACE.

In deze verkoopfolder is - voor zover relevant - opgenomen:

“TECHNISCHE GEGEVENS

(..)

Actieradius (WLTP) 480

(..)

WLTP – kWh/100km 21,2

(..)

ALGEMENE VOORWAARDEN

(..)

De vermelde waarden zijn officiële EU-meetwaarden. Uitsluitend voor

vergelijkingsdoeleinden. Waarden onder ‘real-world’-omstandigheden kunnen verschillen.

(..)

WLTP (Worldwide harmonised Light vehicle Test Procedure) is het nieuwe proces dat is ingegaan in 2017. Hiermee worden brandstof- en energieverbruik, actieradius en emissies van personenauto’s in Europa gemeten.”

2.6.

Op de website van Jaguar Land Rover Nederland is ten aanzien van het model I-Pace onder meer opgenomen:

De feitelijke laadtijden kunnen variëren al naar gelang de omgevingsomstandigheden en de beschikbare laadinstallatie.

(..)

WLTP (Worldwide harmonised Light vehicle Test Procedure) is het nieuwe proces dat is ingegaan in 2017. Hiermee worden brandstof- en energieverbruik, actieradius en emissies van personenauto’s in Europa gemeten. Deze is ontwikkeld om resultaten te verkrijgen die het brandstofgebruik onder werkelijke rijomstandigheden beter benaderen. Er worden auto’s getest die zijn uitgerust met opties en er gelden een zwaardere testprocedure en rijprofiel.

Officiële EU-testcijfers uit fabrieksmetingen volgens EU-wetgeving. Uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden. Waarden onder ‘real world’-omstandigheden en algehele EV-presentatiedata kunnen verschillen al naar gelang de rij- en omgevingsomstandigheden.”

2.7.

Jaguar Land Rover Nederland hanteert een “Reference Guide” voor “Electric Vehicles”, die aan [naam eiser] ter beschikking is gesteld en waarin onder meer staat opgenomen:

In samenwerking met Eneco bieden we de klanten van Jaguar Land Rover verschillende laadpunten en installatiepakketten met bijbehorende diensten.

2.8.

Op 2 november 2018 om 12.14 uur heeft [naam eiser] een e-mail gestuurd aan de heer [naam 1] van Breeland waarin staat:

Dag [naam 1] ,

Zie in bijlage twee foto’s van de 20KW DC oplader bij mijn thuis voor de I-Pace. (..)”

2.9.

Op 2 november 2018 om 13.02 uur heeft de heer [naam 1] hierop geantwoord:

Gaaf zeg!

(..)”

2.10.

Op 22 december 2018 heeft de raadsman van [naam eiser] een e-mail gestuurd aan Breeland waarin onder meer staat opgenomen:

Deze auto zou als kenmerk moeten hebben dat het bereik (op 1 volle accu) minimaal 470 km bedraagt. Tevens zou deze auto geen gebreken bij het opladen moeten hebben, aangezien het een splinternieuwe auto betreft.

Cliënt heeft eerder een bericht aan Jaguar gestuurd met hierin beschreven de gebreken en de problemen die cliënt met de auto ervaart ( bijlage 2 ). Van cliënt heb ik tevens begrepen dat de auto eerder bij u is nagekeken maar dat dit volgens cliënt niets heeft opgeleverd. Client lijdt door alle gebreken ook schade in de vorm van tijdverlies (dus extra kosten).

Aangezien u de verkoper bent (de contractspartij) van de auto en de auto nog steeds niet voldoet aan de eisen waaraan de auto moet voldoen stel ik u hierbij in gebreke.

Ik stel u namens cliënt in de gelegenheid om de gebreken binnen 14 dagen (vanaf heden) te herstellen. Client wenst dat de auto minimaal 370 km bereik heeft en de auto laadt ingevolge de geadverteerde laadsnelheid. Daarnaast wenst cliënt dat de software issues worden opgelost/hersteld aangezien deze het totale plezier van de auto ook ontnemen.

Ik verneem graag uw reactie binnen 5 dagen vanaf heden.

2.11.

Op 2 januari 2019 heeft de raadsman van Breeland een e-mail aan de raadsman van [naam eiser] gezonden waarin onder meer is geschreven:

Trechter

Allereerst trechter ik graag het (mogelijke) geschil.

(..)

Waar het uw cliënt om gaat – zo heeft hij telefonisch mijn cliënt laten weten –

is de actieradius en laadsnelheid.

Actieradius en laadsnelheid.

Van belang is dat uit de WLTP (Worldwide Harmonised Light Vehicle Procedure) volgt dat de actieradius van het betreffende voertuig 470 kilometer is. Het gaat om een internationaal gestandaardiseerde test. Cliënte is verplicht om die test uit te laten voeren en daarvan de resultaten te delen. Het gaat hier dan ook niet om “reclame”(o.i.d.), maar om uitvoering van voorschriften.

De WLTP is de uitkomst van een test met verschillende snelheden en verschillende fasen onder vooraf vastgestelde omstandigheden, zodat voertuigen met elkaar vergeleken kunnen worden. Een test die vergelijking mogelijk maakt en een indruk geeft. Er is geen sprake van een garantie/toezegging o.i.d. dat deze actieradius kan worden behaald onder alle omstandigheden.

Het voorgaande betekent dat de actieradius hoger kan zijn onder bepaalde omstandigheden (bijv. verkeer in de stad in de zomer) of lager onder andere omstandigheden (bijv. verkeer op de snelweg in de winter). De actieradius wordt bepaald door velerlei omstandigheden die gepaard gaan met het gebruik van het voertuig. Denk daarbij aan instellingen, terrein, route, weersomstandigheden, de wijze waarop de bestuurder het voertuig bedient etc.

(..)

Voor de laadsnelheid geldt een vergelijkbare argumentatie. De laadsnelheid wordt door velerlei omstandigheden bepaald, zoals de laadpaal en de conditie daarvan, het geleverde vermogen, de weersomstandigheden etc.

(..)

Kortom: er is geen sprake van non-conformiteit en niet van een gebrek. Er valt dan ook niets te repareren.

(..)

Cliënte verneemt uiteraard graag welke vragen er nog bij uw cliënt zouden bestaan, maar dan bij voorkeur zonder dat deze communicatie via advocaten verloopt.

3. Het geschil

3.1.

[naam eiser] vordert na wijziging/vermeerdering van eis samengevat - bij vonnis, voor

zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. een verklaring voor recht inhoudende dat sprake is van non-conformiteit van de auto en/of dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de overeenkomst;

2. de overeenkomst tussen partijen te ontbinden en Breeland te veroordelen tot terugbetaling van het bedrag van € 106.947,09 wat [naam eiser] aan Breeland ingevolge de overeenkomst heeft betaald voor de Jaguar-Pace, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover;

3. Breeland te veroordelen tot betaling aan [naam eiser] van alle extra kosten ad € 47.191,86 die [naam eiser] heeft gemaakt onder andere door de toerekenbare tekortkomingen van Breeland bestaande uit de punten genoemd in punt 2 van de vordering (op pagina 9 van de

dagvaarding);

4. Breeland te veroordelen tot betaling van de proceskosten binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en voor het geval voldoening hiervan niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf bedoelde termijn;

5. Voor het geval de rechtbank meent dat nakoming van de overeenkomst met [naam eiser] door Breeland nog mogelijk is, vordert [naam eiser] nakoming van de overeenkomst en herstel van alle gebreken van de auto (binnen 14 dagen na het vonnis), bij gebreke waarvan een dwangsom van € 1.000,00 per dag door Breeland aan [naam eiser] is verschuldigd.

3.2.

De hoogte van de vordering van [naam eiser] met betrekking tot de gestelde extra kosten bedraagt volgens het oorspronkelijke petitum een bedrag van € 44.439,18. Het totaal van de bedragen die staan genoemd onder punt 2 op pagina 9 van de dagvaarding waar [naam eiser] naar verwijst bedraagt echter € 46.829,18. In dit bedrag is blijkens het gestelde onder punt 2, vijfde gedachtestreepje, op pagina 9 van de dagvaarding reeds een bedrag van € 2.500,00 aan gestelde advocaatkosten begrepen. Na eisvermeerdering bij akte van 3 december 2019 vordert [naam eiser] een bedrag van € 5.252,68 aan gemaakte advocaatkosten. Naar de rechtbank begrijpt is dit het totaal van de advocaatkosten van [naam eiser] tot het moment dat de voornoemde akte werd genomen en is het bedrag van € 2.500,00 daar reeds in begrepen. Dat maakt dat de vordering van [naam eiser] ten aanzien van de gestelde extra kosten is vermeerderd met een bedrag van € 2.752,68 (€ 5.252,68 - € 2.500,00). De rechtbank gaat er op grond van het voorgaande derhalve vanuit dat het in het oorspronkelijke petitum gevorderde bedrag van € 44.439,18 bij eisvermeerdering is verhoogd tot € 47.191,86 (zijnde € 44.439,18 + € 2.752,68).

3.3.

[naam eiser] legt aan zijn vorderingen -kort gezegd- ten grondslag dat Breeland jegens

hem toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de

tussen partijen gesloten overeenkomst, door hem een auto te leveren die niet aan de

koopovereenkomst beantwoordt. Deze beantwoordt niet aan de koopovereenkomst nu de

auto niet de eigenschappen bezit die hij als koper op grond van de overeenkomst mocht

verwachten (non-conformiteit). Kort samengevat voldoet de Jaguar niet aan de door [naam eiser]

verwachte actieradius van tenminste 350 km, treden tijdens het laadproces diverse gebreken

op met als gevolg dat veelvuldig het laadproces stilvalt of dat de auto niet meer geladen kan

worden, is de laadsnelheid van de accu van de auto onvoldoende, ongeacht het type oplader

dat gebruikt wordt en is sprake van meerdere digitale mankementen, die spontaan tijdens het

gebruik van de Jaguar optreden. Aangezien herstel van de Jaguar door Breeland is

geweigerd en Breeland de Jaguar ook niet tegen redelijke voorwaarden heeft willen

terugnemen, is [naam eiser] bevoegd de ontbinding van de koopovereenkomst te vorderen met

terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van alle extra kosten en uitgaven die zijn

gedaan.

3.4.

Breeland heeft de vorderingen van [naam eiser] gemotiveerd bestreden en geconcludeerd tot het niet ontvankelijk verklaren van [naam eiser] in zijn vorderingen, althans de vorderingen aan hem te ontzeggen, althans deze af te wijzen met veroordeling van [naam eiser] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten en in de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en -voor het geval voldoening niet binnen de gestelde termijn plaats vindt- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Kern van het geschil.

4.1.

De kern van het geschil is -kort samengevat- of de door [naam eiser] gekochte

en door Breeland aan hem geleverde Jaguar beantwoordt aan de koopovereenkomst.

Ingevolge artikel 7:17 BW beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede

gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan,

niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik

daarvan nodig zijn, en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te twijfelen, en de

eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is

voorzien.

4.2.

Breeland voert als meest verstrekkende verweer aan dat op basis van de

Bovag-voorwaarden, die op de koopovereenkomst met [naam eiser] van toepassing zijn, in

artikel 14 lid 3 een beroep door [naam eiser] op non-conformiteit en in artikel 14 lid 4 de

aansprakelijkheid van Breeland voor gevolgschade is uitgesloten. Door [naam eiser] is niet

weersproken dat deze twee bepalingen de door Breeland gestelde strekking hebben. Namens

[naam eiser] is ter zitting bovendien desgevraagd verklaard dat indien artikel 14 lid 3 van

toepassing is, “het daarmee ophoudt voor [naam eiser] ”.

Consumentenkoop?

4.3.

Alvorens in te gaan op de mogelijke consequenties van dit verweer, gaat de rechtbank in op de vraag of Breeland een beroep toekomt op deze bepalingen. Hiervoor is allereerst van belang om de overeenkomst tussen partijen te kwalificeren. Indien sprake is van een consumentenkoop, dan volgt uit artikel 7:6 lid 1 BW dat de bepalingen omtrent consumentenkoop dwingend recht bevatten en daarvan niet ten nadele van de consument mag worden afgeweken. Dat houdt in dat de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet mogen worden beperkt of uitgesloten.

4.4.

Door Breeland is gesteld -en door [naam eiser] is niet weersproken- dat de tussen

partijen gesloten overeenkomst niet te kwalificeren is als een consumentenkoop, zodat de

rechtbank daarvan uitgaat. De rechtbank betrekt daarbij ook dat [naam eiser] de Jaguar heeft

gekocht op naam van zijn eenmanszaak [handelsnaam] , de betreffende factuur vanuit zijn

bedrijf is voldaan en hij heeft verklaard de Jaguar voor bedrijfsmatige activiteiten te zullen

gebruiken. Nu de koopovereenkomst daarom niet te kwalificeren is als een

consumentenkoop, zijn de in titel 1 afdelingen 1-7 boek 7 BW opgenomen bepalingen ter

zake consumenten op de onderhavige overeenkomst niet van toepassing. [naam eiser] mag

daarom in beginsel in de Bovag-voorwaarden afwijken van deze bepalingen, voor zover

deze voorwaarden op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijn.

Bovag-voorwaarden van toepassing?

4.5.

Breeland heeft zich beroepen op de toepasselijkheid van de Bovag-voorwaarden. [naam eiser] heeft de toepasselijkheid van deze voorwaarden niet betwist, maar ter zitting wel verklaard dat hij de voorwaarden op het moment van het sluiten van de koopovereenkomst niet heeft ontvangen. Nog daargelaten dat [naam eiser] voor ontvangst en kennisname van de algemene voorwaarden heeft getekend, zoals blijkt uit de verklaring die onderdeel uitmaakt van de koopovereenkomst van 13 maart 2018, geldt dat [naam eiser] zich niet op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden heeft beroepen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat [naam eiser] in beginsel gebonden is aan de Bovag-voorwaarden en daarmee tevens aan de in deze voorwaarden opgenomen artikelen 14 leden 3 en 4. Dat is alleen anders indien de Bovag-voorwaarden als onredelijk bezwarend moeten worden aangemerkt of dat deze bepalingen naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

Onredelijk bezwarend en reflexwerking?

4.6.

De rechtbank begrijpt uit de stellingen van [naam eiser] dat de Bovag-voorwaarden (en dus ook het daarvan onderdeel uitmakende artikel 14 leden 3 en 4) onredelijk bezwarend zijn en vernietigd moeten worden. Ter zake overweegt de rechtbank het volgende.

4.7.

Uit artikel 6:233 aanhef en onder a BW volgt dat een beding in algemene

voorwaarden vernietigbaar is indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de

overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds

kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk

bezwarend is voor de wederpartij. Op [naam eiser] rust bij toetsing aan deze norm de stelplicht

en bewijslast met betrekking tot feiten en omstandigheden waaruit kan volgen dat het

beding onredelijk bezwarend is. De reflexwerking, waar [naam eiser] zich als kleine ondernemer

op beroept, zorgt ervoor dat bij de toetsing aan de algemene regel van artikel 6:233 aanhef

en onder a BW enigszins rekening wordt gehouden met de bepalingen van (onder meer)

artikel 6:237 BW, de zogeheten grijze lijst. Deze bepalingen worden hiermee echter niet

alsnog rechtstreeks van toepassing op overeenkomsten met een kleine ondernemer.

4.8.

[naam eiser] heeft in dit verband niets anders gesteld dan dat aan hem een beroep

toekomt op de reflexwerking van artikel 6:237 BW (onder andere lid f), dat hij een klein

ICT-bedrijf is zonder personeel en het sluiten van de koopovereenkomst niet behoort tot zijn

normale bedrijfsactiviteiten.

4.9.

Deze omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aan

te nemen dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding. [naam eiser] heeft niet nader

geconcretiseerd dat, waarom en in hoeverre in dit geval de in artikel 14 leden 3 en 4 vervatte bepalingen jegens hem onredelijk bezwarend zijn. Het had op zijn weg gelegen om zijn stellingen op dit punt nader te onderbouwen. Hij had dat onder meer kunnen doen door inzicht te geven in de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen en op welke wijze daarover is onderhandeld. Ook had het op zijn weg gelegen nader te onderbouwen dat en waarom zijn belang bij het slagen van een beroep op artikel 6:233 aanhef en onder a BW zou moeten prevaleren boven het belang van Breeland bij het slagen van haar beroep op de in de voorwaarden vervatte uitsluitingen. Nu [naam eiser] niet heeft voldaan aan zijn stelplicht op dit punt, komt de rechtbank tot het oordeel dat de bepalingen in artikel 14 leden 3 en 4 van de Bovag-voorwaarden jegens [naam eiser] niet onredelijk bezwarend zijn.

4.10.

[naam eiser] heeft voorts nog gesteld dat Breeland geen geslaagd beroep kan doen op

het exoneratiebeding, nu dat in strijd is met de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 lid

2 BW. [naam eiser] stelt in zijn Akte van Toelichting niet concreet dat het “exoneratiebeding”

ook de uitsluiting van een beroep op non-conformiteit omvat, maar de rechtbank zal dat bij

de beoordeling wel als zodanig begrijpen en daarom ook artikel 14 lid 3 in haar oordeel

betrekken.

4.11.

Ingevolge artikel 6:248 lid 2 BW is een tussen partijen geldende regel niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. In dit kader heeft [naam eiser] niet nader geconcretiseerd dat, waarom en in hoeverre in dit geval de in artikel 14 leden 3 en 4 vervatte bepalingen in strijd zouden zijn met de redelijkheid en billijkheid. De enkele stelling van [naam eiser] dat op basis van de omstandigheden uit het arrest van de Hoge Raad inzake Saladin/HBU het “exoneratiebeding” in strijd is met artikel 6:248 lid 2 BW alsmede de blote stelling dat de rechter kijkt naar de omstandigheden van het geval is daartoe onvoldoende. Het had op de weg van [naam eiser] gelegen om die omstandigheden in deze procedure nader te duiden en te concretiseren en zo nodig nader te onderbouwen. Nu [naam eiser] dat heeft nagelaten, komt de rechtbank tot het oordeel dat [naam eiser] onvoldoende heeft gesteld voor een geslaagd beroep op artikel 6:248 lid 2 BW.

4.12.

Uit het voorgaande volgt dat Breeland zich in beginsel kan beroepen op de in de artikel 14 leden 3 en 4 opgenomen uitsluitingen. Dit kan evenwel, naar het oordeel van de rechtbank, anders komen te liggen als sprake is van een expliciete door of namens Breeland gegeven garantie op het punt van de actieradius en/of het oplaadproces (waaronder door de rechtbank ook wordt begrepen de laadsnelheid van de accu) dan wel er een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven door Breeland door in strijd met de waarheid mededelingen te doen en/of op andere wijze aan hem onjuiste informatie te verstrekken over de actieradius en/of oplaadproces. In dat geval is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Breeland zich op de uitsluiting van een beroep op non-conformiteit en in navolging daarvan op uitsluiting van aansprakelijkheid voor gevolgschade zou kunnen beroepen. De rechtbank zal eerst hier nader op ingaan en vervolgens op de door [naam eiser] gestelde (negatieve) bevindingen/digitale mankementen.

Garantie?

4.13.

Door [naam eiser] is niet gesteld dat aan hem een expliciete garantie is gegeven omtrent de actieradius en het oplaadproces van de auto, en van een door of namens Breeland gegeven garantie op deze punten is de rechtbank ook anderszins niet gebleken. De rechtbank gaat er bij haar beoordeling dan ook vanuit dat van een afgegeven garantie op deze punten geen sprake is.

Mededelingen/verkoopfolder

4.14.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of aan [naam eiser] tijdens het verkoopproces een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven ten aanzien van de actieradius en het laadproces.

4.15.

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet naar het oordeel van de rechtbank

allereerst komen vast te staan welke voorstelling van zaken aan [naam eiser] is gegeven, met andere woorden: welke informatie is aan [naam eiser] verstrekt ten aanzien van de actieradius en het laadproces van de Jaguar die, zoals hij stelt, achteraf onjuist bleek te zijn. Op [naam eiser] rust, als de partij die zich op de rechtsgevolgen beroept, de stelplicht en bewijslast ter zake. Hij zal dus, om te beginnen, moeten stellen door wie aan de zijde van Breeland in het verkoopproces welke informatie aan hem is gegeven over de actieradius en het laadproces van de Jaguar en dat deze informatie achteraf onjuist blijkt te zijn. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Actieradius

4.16.

[naam eiser] stelt, onder verwijzing naar de verkoopfolder, dat de Jaguar het gestelde bereik niet haalt, maar laat na om aan te geven wat dat bereik dan volgens hem zou moeten zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat hij doelt op de vermelding op pagina 15 onder het item “Actieradius (WLTP) 480” en dat daarmee wordt bedoeld dat met de Jaguar een actieradius van 480 km kan worden behaald, gemeten naar de standaard van WLTP.

Ook heeft [naam eiser] in dit verband gesteld dat hij in het verkoopgesprek met de heer [naam 1] op 13 maart 2018 heeft aangegeven met de auto naar Zuid-Limburg te willen kunnen rijden, waarvoor een afstand geldt van 230 km. Daarbij ging hij uit van de verwachting dat een actieradius van 350 km zeker kon worden bereikt, zodat hij de auto dan ergens op de terugweg eenmaal zou moeten opladen. Hij heeft tevens verklaard dat hem niet is gezegd dat onder meer de wielen die hij had uitgekozen een grote impact zouden hebben op de actieradius. De rechtbank overweegt als volgt.

4.17.

Op pagina 17 van de folder staat onder meer vermeld:

“De vermelde waarden zijn officiële EU-meetwaarden. Uitsluitend voor

vergelijkingsdoeleinden. Waarden onder ‘real-world’-omstandigheden kunnen verschillen.

(..)

WLTP (Worldwide harmonised Light vehicle Test Procedure) is het nieuwe proces dat is ingegaan in 2017. Hiermee worden brandstof- en energieverbruik, actieradius en emissies van personenauto’s gemeten.”

Ook op de site van de importeur van de Jaguar I-Pace, Jaguar Land Rover

Nederland staat een soortgelijke tekst, namelijk:

Officiële EU-testcijfers uit fabrieksmetingen volgens EU-wetgeving. Uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden. Waarden onder ‘real world’-omstandigheden en algehele EV-presentatiedata kunnen verschillen al naar gelang de rij- en omgevingsomstandigheden.

4.18.

Gelet op de hiervoor weergegeven passages uit de verkoopfolder en de tekst op de site van Jaguar Nederland, mocht [naam eiser] niet verwachten dat de Jaguar over een actieradius van 480 km zou beschikken. Uitdrukkelijk is immers vermeld dat de opgegeven waarden in werkelijkheid anders kunnen zijn, zoals door Breeland ook is aangevoerd. Dat [naam eiser] deze verwachting ook niet werkelijk had blijkt uit zijn verklaring ter gelegenheid van de

mondelinge behandeling inhoudende dat hij al ervaring had met een hybride auto en wist dat de actieradius altijd minder is dan waarmee wordt geadverteerd en dat hij daarom uitging van een actieradius van 350 km.

4.19.

Ook in de brief van de raadsman van [naam eiser] aan Breeland van 22 december 2018

wordt de wens uitgesproken dat de auto een minimaal bereik van 370 km zou moeten

hebben, wat niet overeenstemt met het aantal van 480 km in de folder en overigens ook niet

met het door hem verwachte aantal van 350 km. Hieruit volgt dat [naam eiser] , anders dan hij bij

dagvaarding heeft gesteld, bij de aankoop van de Jaguar niet is afgegaan op hetgeen in de

verkoopfolder is opgenomen omtrent de actieradius.

4.20.

Met betrekking tot de onder r.o. 4.16 weergegeven verklaring van [naam eiser] over zijn rit naar Zuid-Limburg overweegt de rechtbank als volgt. Voor zover aangenomen zou moeten worden dat dit ook daadwerkelijk onderwerp is geweest van het verkoopgesprek, hetgeen door Breeland is betwist, gaat dit uitsluitend over een mededeling van de kant van [naam eiser] en niet over een mededeling van of namens Breeland. Dat had evenwel anders kunnen zijn als [naam eiser] tevens had gesteld dat hij heeft gevraagd of dit tot de mogelijkheden behoorde en van de kant van Breeland daar bevestigend op was geantwoord. [naam eiser] heeft dit echter niet gesteld en het is ook niet uit zijn verklaring gebleken.

4.21.

In het licht van hetgeen de rechtbank in r.o. 4.12 heeft overwogen kan de enkele stelling van [naam eiser] dat hij niet door Breeland is geïnformeerd over de invloed van de door hem bestelde grotere wielen op de actieradius, [naam eiser] niet baten. Het lag op de weg van [naam eiser] om aan deze stelling veel meer handen en voeten te geven. Nu hij dit niet heeft gedaan, zal deze stelling worden gepasseerd.

4.22.

Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank in r.o. 4.15 heeft overwogen over de op [naam eiser] rustende stelplicht en bewijslast, komt de rechtbank tot het oordeel dat door [naam eiser] niet of onvoldoende is gesteld welke informatie en door wie is gegeven over de actieradius en dat deze informatie achteraf onjuist bleek te zijn.

Laadproces

4.23.

[naam eiser] heeft over de vraag welke voorstelling van zaken door Breeland

aan hem is gegeven omtrent het laadproces (waaronder naar de rechtbank begrijpt ook de

oplaadsnelheid moet worden begrepen) het volgende gesteld. Tijdens het verkoopgesprek is

hem geen specifieke lader aan- en/of afgeraden. Hij heeft voorts de heer [naam 1] bericht

dat hij bij aankoop van de auto een zogenaamde DC-thuisoplader van het merk Setec had

aangeschaft en ging gebruiken, waarop de reactie van de heer [naam 1] volgde dat hij deze

“gaaf” vond. Voorts heeft [naam eiser] gesteld dat hem een oplaadsnelheid van 100Kw is

beloofd en het opladen langer duurt dan beloofd. Toen hij de auto kocht is hem gezegd dat

de accu binnen 45 minuten voor 80% opgeladen zou zijn. De rechtbank overweegt als volgt.

4.24.

Breeland heeft in reactie op de stelling van [naam eiser] dat hem geen oplader is aan-

en/of afgeraden aangevoerd, met verwijzing naar de ter beschikking gestelde Reference

Guide, dat bij aankoop te kennen is gegeven dat wordt samengewerkt met Eneco en de door

Eneco geselecteerde goedgekeurde laadoplossingen worden aanbevolen. Dit is door [naam eiser]

niet betwist. Tevens volgt uit de verklaring van de heer [naam 2] van Breeland bij

gelegenheid van de mondelinge behandeling dat Jaguar een voorkeur heeft voor een lader

van Eneco. Uit het voorgaande volgt dat Breeland de stelling van [naam eiser] op dit punt

voldoende gemotiveerd heeft betwist en aldus niet is komen vast te staan dat [naam eiser] geen

specifieke oplader is aan- en/of afgeraden.

4.25.

Met betrekking tot de reactie van de heer [naam 1] van Breeland op de door [naam eiser] aangeschafte thuisoplader van het merk Setec overweegt de rechtbank dat [naam eiser] niet nader heeft verklaard hoe deze reactie moet worden geduid. Voor zover [naam eiser] daarmee echter heeft bedoeld dat hij hieruit mocht begrijpen dat met het gebruik van deze oplader het opladen probleemloos zou verlopen, volgt de rechtbank dit standpunt niet. Breeland heeft terecht aangevoerd dat de opmerking “Gaaf zeg” nog geen garantie is dat de specifieke oplader die [naam eiser] heeft aangeschaft ook zonder meer geschikt is. In dit verband laat de rechtbank ook meewegen dat de koopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen op 13 maart 2018. [naam eiser] heeft echter op 2 november 2018 de heer [naam 1] per e-mail bericht over de hem aangeschafte thuisoplader. Dezelfde dag heeft de heer [naam 1] hierop met zijn opmerking “Gaaf zeg” gereageerd. Hieruit volgt dat ten tijde van de aankoop van de Jaguar op 13 maart 2018, voor zover al enige betekenis aan de opmerking moet worden gegeven, deze in elk geval geen onderdeel was van mededelingen van de kant van Breeland die [naam eiser] tot koop van de Jaguar heeft doen besluiten en is deze opmerking in zoverre irrelevant.

4.26.

[naam eiser] heeft voorts gesteld dat hem een oplaadsnelheid van 100Kw is beloofd. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet komen vast te staan wat, door wie en wanneer aan [naam eiser] beloofd zou zijn, nog daargelaten dat ook niet nader is geconcretiseerd hoe het getal van 100Kw moet worden geduid. Voor zover verder aangenomen moet worden dat [naam eiser] ook in dit verband een beroep doet op de verkoopfolder, overweegt de rechtbank dat door [naam eiser] niets is gesteld over hetgeen daarin over het laadproces zou staan. De rechtbank begrijpt weliswaar dat in de folder een waarde “WLTP – kWh/100km 21,2” is vermeld, maar de rechtbank kan, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet duiden of dit betrekking heeft op het laadproces en zo ja, welke betekenis daaraan moet worden toegekend. Maar zelfs als hieruit de door [naam eiser] gestelde conclusies zouden kunnen worden getrokken, geldt dat uit de verkoopfolder en de tekst op de site volgt dat deze waardes alleen voor vergelijkingsdoeleinden zijn.

4.27.

Met betrekking tot de blote en niet nader onderbouwde stelling van [naam eiser] dat

hem gezegd of beloofd is dat de accu binnen 45 minuten op 80% zou zijn geladen,

overweegt de rechtbank dat Breeland dit gemotiveerd heeft betwist. [naam eiser] heeft zijn

stellingen op dit punt niet nader geconcretiseerd en ook geen concreet bewijs daarvan

aangeboden. Ook is niet anderszins gebleken dat een dergelijke mededeling aan hem is

gedaan of dat zulks uit de verkoopfolder zou moeten volgen. Daarmee is naar het oordeel

van de rechtbank niet komen vast te staan dat een dergelijke mededeling door of namens

Breeland aan [naam eiser] is gedaan.

4.28.

Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank in r.o. 4.15 heeft overwogen over de

op [naam eiser] rustende stelplicht en bewijslast, komt de rechtbank tot het oordeel dat door

[naam eiser] niet of onvoldoende is gesteld welke informatie er door wie is gegeven over het

laadproces (en de oplaadsnelheid) van de Jaguar en dat deze informatie achteraf onjuist

bleek te zijn.

Beroep op uitsluiting niet onaanvaardbaar.

4.29.

Op grond van hetgeen hierboven is overwogen komt de rechtbank tot het

oordeel dat een beroep door Breeland op artikel 14 leden 3 en 4 van de Bovag-voorwaarden

naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is.

Tekortkoming?

4.30.

Evenmin is komen vast te staan dat Breeland met betrekking tot de actieradius en het laadproces van de Jaguar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de koopovereenkomst, nu [naam eiser] aan die tekortkomingen dezelfde feiten ten grondslag legt als die aan de non-conformiteit.

4.31.

Samengevat komt de rechtbank daarom, voor zover het betreft de actieradius en het

laadproces, tot het oordeel dat de gevorderde verklaring voor recht en de daarop gegronde

vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst dienen te worden afgewezen. De

nevenvorderingen moeten dit lot delen. Ook de (voorwaardelijke) vordering tot nakoming en herstel van alle gebreken, voor zover het betreft de actieradius en het laadproces, dient op basis van hetgeen hierboven is overwogen, te worden afgewezen.

(Negatieve) bevindingen/digitale mankementen

4.32.

Uit de dagvaarding volgt dat [naam eiser] mede de volgende (negatieve) bevindingen (hierna: gebreken) aan zijn vorderingen ten grondslag heeft gelegd:

a. Gebruiker is spontaan gewist en moet opnieuw worden aangemaakt, incl. alle instellingen;

b. Schermhelderheid instelling vergeet hij vaak. Begint dan heel erg fel;

c. Navigatie op display bij stuur komt soms niet op. Ook wel eens gehad dat deze over de snelheidsmeter kwam. Laatste is opgelost door een update bij de dealer, eerste is nog steeds;

d. Instelling dat er moet worden voorverwarmd vergeet hij ook geregeld;

e. Radio speelt soms door terwijl auto uit staat en op slot zit;

f. Helderheid van HUD (HeadUp Display) verspringt soms spontaan waardoor deze in het donker heel erg fel is. Dit neemt na verloop van tijd weer af;

g. Scherm is soms uit en gaat niet aan. Geeft dan gekleurde schuine strepen over het display. Twee keer gehad en alleen de auto uit en aanzetten verhielp het probleem;

h. Nog NOOIT een software update over the air ontvangen, lijkt mij wel alle reden toe;

i. Gek dat de ECO-modus niet standaard kan worden geselecteerd;

j. Gek dat de afstand van de ACC altijd opnieuw moet worden geconfigureerd naar je favoriete positie;

k. Het opzetten van je eigen startpagina resulteert in heel vreemd gedrag dus ik stopte met het proberen te configureren;

l. Het profiel voor slimme instellingen ontbrak spontaan. Ik moest het opnieuw installeren;

m. Soms geeft de telefoonoptie op het onderste display niet de bijbehorende namen weer, maar meestal wel;

n. De rijbaan assistent houdt de auto niet midden op de rijbaan. Het eerder trekt vaak naar rechts;

o. Wanneer je op het gas drukt tijdens de rijstrook assistent (tijdens het groene stuur), stopt de automatische besturing, wat erg vervelend is;

p. Wanneer in het instellingenmenu op het dashboard (via het stuurwiel) en de auto wordt gewaarschuwd door rijstrookvertragingswaarschuwing, is het menu waar je in was verdwenen en moet je de menustructuur helemaal opnieuw openen.

4.33.

De vraag ligt voor of deze door [naam eiser] gestelde gebreken een zelfstandige grond

vormen om over te gaan tot de gevorderde verklaring voor recht dat sprake is van non-

conformiteit en/of een toerekenbare tekortkoming in de overeenkomst alsmede over te gaan

tot de gevorderde ontbinding van de koopovereenkomst. Dat geldt evenzeer voor de

(voorwaardelijke) vordering tot nakoming en herstel van alle gebreken.

4.34.

[naam eiser] heeft ter onderbouwing van zijn stellingen op dit punt zijn e-mail van 21

januari 2019 aan zijn raadsman overgelegd, waarin de items, zoals hierboven genoemd

onder a-h reeds in dezelfde bewoordingen staan genoemd, zonder nadere onderbouwing of

verklaring. De items i-p worden in deze e-mail in het geheel niet genoemd. Andere stukken

waaruit een nadere onderbouwing zou moeten volgen, zijn door [naam eiser] niet overgelegd.

4.35.

In de e-mail van de raadsman van [naam eiser] van 22 december 2018 aan Breeland waarbij deze in gebreke wordt gesteld, wordt verwezen naar een bijlage 2 voor de gebreken. Nu deze bijlage 2 niet is overgelegd, kan de rechtbank niet nagaan welke gebreken daarin worden genoemd en of zij worden onderbouwd.

4.36.

Daarnaast heeft [naam eiser] zich in zijn algemeenheid beroepen op het rapport van de

heer [naam 3] van 4 maart 2019. Weliswaar blijkt hieruit dat de heer [naam 3] tijdens een rit eenmaal heeft ervaren dat de radio niet ging spelen, maar tevens blijkt hieruit dat daarna alles weer naar behoren werkte. Over de andere gestelde gebreken wordt in het geheel niets vermeld.

4.37.

Breeland heeft gemotiveerd betwist dat deze gebreken, voor zover deze overigens

niet (deels) eerder te beschouwen zijn als “aanbevelingen/wensen” van [naam eiser] dan als een gebrek, een normaal gebruik van de Jaguar in de weg zouden staan. Daarbij heeft Breeland ook aangevoerd dat [naam eiser] niet -daadwerkelijk- eerder bij Breeland over deze zaken heeft

geklaagd of herstel daarvan heeft gevorderd. Mede in het licht van deze gemotiveerde

betwisting had het op de weg van [naam eiser] gelegen om zijn stellingen nader te onderbouwen,

hetgeen hij heeft nagelaten.

4.38.

Uit het voorgaande volgt dat de stelling van [naam eiser] dat de Jaguar de door hem genoemde gebreken heeft, als onvoldoende onderbouwd zal worden gepasseerd. Dit betekent dat ook voor wat betreft deze gestelde gebreken de gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen, evenals de vordering tot ontbinding en de (voorwaardelijke) vordering tot nakoming en herstel van alle gebreken.

Fabrieksgarantie?

4.39.

Breeland heeft ter zitting nog verklaard dat [naam eiser] de zogenaamde Sole-

Remedy-garantie op de Jaguar heeft gekregen, die afkomstig is van de fabrikant. Deze

garantie houdt -kort samengevat- in dat door de fabrikant een garantie is afgegeven voor

gebreken aan de auto, zoals productiefouten. Op de auto zit een garantie van 3 jaar met een

maximum van 100.000 km. De garantiebepalingen die, zoals Breeland heeft verklaard, bij

het onderhoudsboekje zitten, zijn niet overgelegd. Nu [naam eiser] zich ten aanzien van de

gebreken ook niet op deze garantie heeft beroepen of nakoming daarvan heeft gevorderd of anderszins heeft gesteld hoe deze garantiebepalingen zich verhouden tot de betreffende bepalingen in de Bovag-voorwaarden, laat de rechtbank de mogelijke rol van deze garantiebepalingen in het kader van het voorgaande buiten beschouwing.

Dwaling

4.40.

Indien en voor zover [naam eiser] nog een beroep doet op dwaling, omdat hij, zoals hij

heeft verklaard, bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst niet zou hebben

gesloten, faalt dat bij gebrek aan voldoende onderbouwing en in het licht van hetgeen

hiervoor is overwogen.

Conclusie

4.41.

De slotsom is dat alle vorderingen van [naam eiser] zullen worden afgewezen. [naam eiser] zal daarbij als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Breeland worden begroot op:

- Griffierecht € 4.030,00

- Salaris advocaat € 3.414,00 (2 punten x tarief € 1.707,00) +

- Totaal: € 7.444,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [naam eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Breeland tot op heden begroot op € 7.444,40, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [naam eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [naam eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over deze kosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr B.J.R van Tongeren en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman, rolrechter, op 20 mei 2020.

3217/1582/2294