Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4437

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
19-05-2020
Zaaknummer
10/996599-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak terrorismefinanciering. Verdachte ontkent. Geen bewijs dat de tussenpersoon aan wie het geld is getransfereerd alleen maar werkt als bankier voor IS. Ook overigens geen bewijs dat het geld bij IS terecht is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996599-16

Datum uitspraak: 19 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [postcode] [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. M.C. Levy, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.M. Dingley heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van

3 jaar.

4. Waardering van het bewijs

Feiten en tenlastelegging

Vast staat dat de verdachte via Western Union op 3 mei 2014 een bedrag van 500 euro naar [naam persoon] en op 12 mei 2014 een bedrag van 1.000 euro heeft overgemaakt naar [naam 2 persoon] .

Ter zitting zijn de officier van justitie en de raadsvrouw ervan uitgegaan – wordt althans niet betwist – dat dit een persoon is die ook bekend staat als [naam 3 persoon] .

Vast staat ook dat in meer strafzaken is bewezen dat personen in Nederland via deze [naam persoon] geld hebben overgemaakt naar personen die lid waren van de terroristische organisatie Islamitische Staat (hierna: IS).

De verdachte is voor deze money transfers, kortgezegd, onder 1. vervolgd voor het een ander verschaffen van middelen dan wel het voorhanden hebben van voorwerpen, die dienden om geldelijke steun te verlenen aan een terroristisch misdrijf (artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht). Onder 2. is hij voor dezelfde money transfers vervolgd voor overtreding van de Sanctiewet.

Verklaring van de verdachte

De verdachte heeft verklaard dat hij het geld heeft overgemaakt op verzoek van een prediker die hij in een chatroom op Paltalk had ontmoet. Deze beweerde het geld nodig te hebben voor hulp aan vluchtelingen op de grens tussen Syrië en Jordanië. De verdachte heeft verklaard dat de prediker heeft laten weten dat hij het geld had ontvangen.

De verdachte heeft ter zitting ook verklaard dat hij een twitteraccount had onder de naam “ [naam account] ”.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de beide ten laste gelegde feiten. Zij heeft daartoe feiten opgesomd en geconcludeerd dat deze feiten “duidelijk maken dat (de) verdachte stortingen heeft gedaan aan een persoon, die nadrukkelijk in verband is gebracht als bankier voor IS, terwijl (de) verdachte via het aan hem te koppelen twitteraccount vele signalen heeft afgegeven waaruit blijkt dat (de) verdachte sympathie heeft voor IS en een kritische/anti-Westerse houding er op nahoudt”.

Oordeel van de rechtbank

Uit het feit dat [naam persoon] fungeert als tussenpersoon voor het overmaken van geld aan strijders van IS kan niet worden afgeleid dat al het geld dat naar [naam persoon] wordt gestuurd bij (een strijder van) IS terecht komt. Dat een zoekslag van de FIOD op internet naar een relatie tussen [naam persoon] en liefdadigheidswerk niets heeft opgeleverd doet daar niets aan af. Er is op basis van de verklaring van de verdachte slechts een bewijsmiddel, inhoudende dat het geld bij de prediker terecht is gekomen. Maar wie die prediker is en of hij bij IS hoort, is niet gebleken. Er is derhalve geen bewijs dat de verdachte IS of een andere terroristische organisatie geld heeft verschaft.

Er is ook geen bewijs voor het voorhanden hebben van voorwerpen ten behoeve van het financieren van terrorisme. De tweets die de verdachte heeft gestuurd mogen dan te denken geven over zijn sympathieën, maar daaruit valt niet af te leiden dat het geld dat hij voorhanden heeft gehad diende om geldelijke steun te verlenen aan een terroristisch misdrijf.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten.

5. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. L. Amperse en S.E.C. Debets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.G. Kuijs, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2020.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 1 juni 2014 te Eindhoven en/of elders in Nederland en/of Turkije en/of Syrië en/of Irak,

tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een ander opzettelijk middelen of inlichtingen heeft verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen heeft verzameld, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of aan (een) ander(en) heeft verschaft,

die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienden om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten:

- deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a Wetboek van Strafrecht) en/of

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk (art.157 en/of 176a jo art. 83 Wetboek van Strafrecht) en/of

opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot het in artikel 157 van het Wetboek

van Strafrecht omschreven misdrijf (zoals bedoeld in artikel 176b jo 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (art.288a en/of 289 jo art. 83 Wetboek van Strafrecht) en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot de in artikelen 288a en/of 289 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven (zoals bedoeld in artikel 289a jo 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht) (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) alstoen aldaar

(telkens) (een) geldbedrag(en) van:

- 500 euro (op 3 mei 2014)(DOC-005-01), en/of

- 1000 euro (op 12 mei 2014)(DOC-005-02),

althans (een) geldbedrag(en), (via (een) money transfer(s)) aan een (tussen)perso(o)n(en) in Turkije, verzonden en/of doen toekomen en/of naar Turkije verzonden,

welk(e) geldbedrag(en) (deels) diende om geldelijke steun te verlenen aan:

- ( een) terroristische organisatie(s), te weten Islamic State of Iraq en/of ISI en/of Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al Nusra en/of Al Nusrah Front en/of Al Nusrah

Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida en/of Al-Qaida in Iraq, dan wel een strijdgroep die hieraan is gelieerd, althans een gewapende Jihadistische strijdgroep, dan wel

- aan de gewapende Jihadstrijd en/of (een) strijder(s) van die gewapende Jihadstrijd in Syrië en/of Irak,

welke strijdgroep(en)/organisatie(s) en/of strijder(s) tot oogmerk had(den)/heeft/hebben het plegen van terroristische misdrijven, en/of aldus diende om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan de gewapende strijd in Syrië en/of in Irak, in elk geval om geldelijke steun

en/of middelen te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf dan wel een van de hiervoor specifiek genoemde misdrijven;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 1 juni 2014 te Eindhoven en/of elders in Nederland en/of Turkije en/of Syrië en/of Irak,

tezamen en in vereniging, met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk

in strijd met het krachtens artikel 2 en/of 3 van de Sanctiewet 1977 vastgestelde verbod van artikel 2 en/of artikel 2a van de Sanctieregeling Al-Qaida 2011 juncto artikel 2 en/of artikel 4 van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van de Europese unie van 27 mei 2002 (jo artikel 1 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 van de Commissie en/of jo artikel

Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014 van de Commissie en/of jo artikel

Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 630/2014 van de Commissie)

heeft/hebben gehandeld door:

aan of ten behoeve van Islamic State of Iraq en/of ISI en/of Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al Nusra en/of Al Nusrah Front en/of Al Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida en/of Al-Qaida in Iraq, zijnde (een) (rechts)perso(o)n(en), groep(en) of entiteit(en) als bedoeld in de bij Verordening nr. 881/2002 (EU)

(en/of Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 en/of Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 583/2014 en/of Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 630/2014) behorende lijst(en) en/of als bedoeld in de lijst, vastgesteld door het comité, bedoeld in paragraaf 6 van Resolutie 1267 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties),

direct of indirect tegoeden en/of economische middelen ter beschikking te stellen (waardoor voornoemde groep(en) of entiteit(en) tegoeden, goederen of diensten kunnen verwerven) en/of bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de bepalingen van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 881/2002 te omzeilen, doordat hij

( a) voor en/of aan en/of ten behoeve van Islamic State of Iraq en/of ISI en/of Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al Nusra en/of Al Nusrah Front en/of Al Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida en/of Al-Qaida in Iraq,

(telkens) direct of indirect een geldbedrag(en) van:

- 500 euro (op 3 mei 2014)(DOC-005-01), en/of

- 1000 euro (op 12 mei 2014)(DOC-005-02),

- althans een geldbedrag,

(via een money transfer(s)) ter beschikking heeft/hebben gesteld

en/of

( b) op andere wijze (in)direct tegoeden en/of financiële activa en/of economische middelen ter beschikking heeft gesteld aan Islamic State of Iraq en/of ISI en/of Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al Nusra en/of Al Nusrah Front en/of Al Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida en/of Al-Qaida in Iraq.