Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4269

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-05-2020
Datum publicatie
18-05-2020
Zaaknummer
8196201 / CV EXPL 19-51786
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Heeft personeel ook recht op bonus bij negatief resultaat? Uitleg van bonusregeling in handboek a.h.v. CAO-norm, maar bijzondere omstandigheden rechtvaardigen om ook te kijken naar kenbare bedoeling van partijen. Glijdende schaal CAO-norm en Haviltex.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0577
JAR 2020/158 met annotatie van Koot-van der Putte, E.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8196201 / CV EXPL 19-51786

uitspraak: 15 mei 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV),

gevestigd te Utrecht,

2. [eiser 1],

wonende te [woonplaats eiser 1] ,

3. [eiser 2],

wonende te [woonplaats eiser 2] ,

4. [eiser 3],

wonende te [woonplaats eiser 3] ,

5. [eiser 4],

wonende te [woonplaats eiser 4] ,

eisers,

gemachtigde: mr. A.A.M. Broos te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Santon Group B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Santon Circuit Breaker Services B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Santon Holland B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Santon International B.V.,

alle gevestigd te Rotterdam,

gedaagden,

gemachtigde: mr. K. Collée te Zoetermeer.

Partijen worden hierna aangeduid als “FNV c.s.” respectievelijk “Santon c.s.”.

FNV c.s. zullen hierna afzonderlijk “FNV”, “ [eiser 1] ”, “ [eiser 2] ”, “ [eiser 3] ” en “ [eiser 4] ” worden genoemd. Santon c.s. zullen hierna afzonderlijk “Santon Group”, “Santon Services”, “Santon Holland” en “Santon International” worden genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

  • -

    de dagvaarding van 12 november 2019, met 31 producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met 8 producties;

  • -

    het tussenvonnis van 29 januari 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de brief van FNV c.s. van 18 februari 2020, met een aanvullende productie;

  • -

    de op 10 maart 2020 gehouden mondelinge behandeling.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

[eiser 1] is per 1 februari 2011 in dienst bij Santon Group, laatstelijk in de functie van Hoofd Technische Dienst. Zijn loon bedraagt thans € 4.063,47 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.2

[eiser 2] is per 1 december 2016 bij Santon Services in dienst, laatstelijk in de functie van Verkoopmedewerker Binnendienst. Zijn loon bedraagt thans € 2.923,80 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.3

[eiser 3] is per 1 mei 2013 bij Santon Holland in dienst, laatstelijk in de functie van Allround Productiemedewerker. Zijn loon bedraagt thans € 2.315,37 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.4

[eiser 4] is per 1 augustus 1985 bij Santon International in dienst, laatstelijk in de functie van Allround Productiemedewerker. Zijn loon bedraagt thans € 2.820,90 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.5

Op de arbeidsovereenkomsten van [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] (hierna: “de Werknemers”) is de cao Metaal & Techniek, Technisch Installatiebedrijf (hierna: “de CAO”) van toepassing. FNV is partij bij de CAO.

2.6

In de arbeidsovereenkomsten van de Werknemers is verder opgenomen dat een bonusregeling en de personeelsregelingen van toepassing zijn. Santon c.s. hanteren gezamenlijk het Handboek Arbeidsvoorwaarden Santon (hierna: “het Handboek”), waarin onder meer de bonusregeling is vastgelegd. In 2005 is de bonusregeling in het Handboek, met instemming van de ondernemingsraad en in overleg met FNV, herzien.

De nieuwe bonusregeling is geregeld in artikel 1.8 van het Handboek en luidt, voor zover relevant, als volgt:

“(…)

Uitgangspunt is een eenvoudige en transparante systematiek. Deze is gekoppeld aan de jaarlijkse individuele beoordeling en aan het resultaat van de onderneming. In onderstaande matrix is een en ander schematisch weergegeven.

Resultaat Santon Resultaat Santon Resultaat Santon

tot 5% voor van 5% tot 10% boven 10% voor

belasting voor belasting belasting

Beoordeling 5 0% 0% 0%

Beoordeling 5,5 0,5% 0,75% 1%

Beoordeling 6 1% 1,5% 2%

Beoordeling 6,5 1,5% 2,25% 3%

Beoordeling 7 2% 3% 4%

Beoordeling 7,5 2,5% 3,75% 5%

Beoordeling 8 3% 4,5% 6%

Beoordeling 8,5 3,5% 5,25% 7%

Beoordeling 9 4% 6% 8%

De genoemde percentages zijn gerelateerd aan het jaarinkomen (refertejaar januari-december) en gebaseerd op het decembersalaris. De bonus wordt uitgekeerd in april van het “nieuwe jaar” nadat de resultaten van Santon bekend zijn. (…)”

2.7

Over de jaren 2015 t/m 2017 hebben Santon c.s. een bonusuitkering gedaan aan het personeel. Daartoe zonden Santon c.s. iedere medewerker een toekenningsbrief, waarin de bonus van de desbetreffende medewerker was berekend en vastgesteld. De tekst van die brief luidde:

“(…)

Hierbij deel ik u mee, dat uw winstuitkering over (…) is berekend en bij het salaris van april zal worden uitbetaald.

De winstuitkering is als volgt berekend:

Salaris december (…) * 12,96 * percentage winstuitkering (aan de hand van beoordeling … ).

(…)”

2.8

Over 2018 hebben Santon c.s. geen bonus uitgekeerd. In de in april 2019 door hen aan het personeel toegezonden brief is daartoe het volgende vermeld:

“(…)

Ondanks dat in het afgelopen jaar iedereen hard heeft gewerkt, is de omzet achtergebleven.

Het achterblijven van de omzet is grotendeels veroorzaakt door de plotselinge afschaffing van subsidies voor solar parken door de Chinese overheid. In combinatie met een steeds meer onder druk staande marge, is het resultaat van Santon als totaal net niet dusdanig dat een winstuitkering gedaan kan worden.

Dit betekent dat ik u helaas moet meedelen dat over het jaar 2018 geen winstuitkering zal worden uitbetaald.

(…)”

2.9

Bij brieven van 12 augustus en 28 augustus 2019 aan Santon c.s. heeft FNV dringend verzocht respectievelijk gesommeerd de bonus over 2018 alsnog uit te keren conform artikel 1.8 van het Handboek.

3. De vordering en de stellingen van partijen

3.1

FNV c.s. hebben – samengevat – gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te verklaren voor recht dat de medewerkers van Santon c.s. over 2018, wanneer zij een beoordeling hebben behaald van 5,5 of hoger, minimaal recht hebben op de ‘standaard bonus’ zoals opgenomen in de eerste kolom van artikel 1.8 Handboek Santon;

  2. Santon c.s. te veroordelen tot betaling aan hun medewerkers, die over 2018 een beoordeling hadden van 5,5 of hoger, van de ‘standaard bonus’ over 2018 zoals opgenomen in de eerste kolom van artikel 1.8 Handboek Santon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente, onder verbeurte van een dwangsom;

  3. Santon Group te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van € 1.300,86 bruto aan bonus over 2018, te vermeerderen met € 650,43 bruto aan wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente;

  4. Santon Services te veroordelen tot betaling aan [eiser 2] van € 1.046,00 bruto aan bonus over 2018, te vermeerderen met € 523,00 bruto aan wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente;

  5. Santon Holland te veroordelen tot betaling aan [eiser 3] van € 714,62 bruto aan bonus over 2018, te vermeerderen met € 357,31 bruto aan wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente;

  6. Santon International te veroordelen tot betaling aan [eiser 4] van € 911,15 bruto aan bonus over 2018, te vermeerderen met € 455,58 bruto aan wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente;

  7. Santon c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 5.525,- aan buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  8. Santon c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2

Aan hun vorderingen hebben FNV c.s. ten grondslag gelegd dat Santon c.s. op grond van artikel 1.8 van het Handboek gehouden zijn de bonus over 2018 aan hun medewerkers te betalen.

Artikel 1.8 van het Handboek is een collectieve regeling die Santon c.s. met de ondernemingsraad overeen zijn gekomen. Dit artikel dient daarom te worden uitgelegd op basis van de CAO-norm. FNV c.s. menen dat medewerkers van Santon c.s. bij een beoordeling van 5,5 of hoger, op grond van de tekst van artikel 1.8 van het Handboek, minimaal recht hebben op de bonuspercentages zoals vermeld in de eerste kolom van het betreffende artikel. Zelfs wanneer het resultaat van Santon c.s. negatief zou zijn, is dit nog steeds een resultaat tot 5%. Deze uitleg past bij de in dat artikel genoemde “eenvoudige en transparante systematiek” en is redelijk nu de bonus niet enkel gerelateerd is aan het resultaat van Santon c.s., maar ook aan de prestaties van de betreffende medewerker. Nergens in het artikel is vermeld dat de bonus niet wordt uitgekeerd in geval van een negatief resultaat.

Daarnaast betwisten FNV c.s. de door Santon c.s. gestelde tegenvallende resultaten over 2018. In 2018 hebben de medewerkers regelmatig in ploegendiensten gewerkt om te kunnen voldoen aan de vraag en FNV c.s. hebben geen inzage gehad in de bedrijfseconomische gegevens van Santon c.s.

3.3

Het verweer van Santon c.s. strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van FNV c.s. in de kosten van de procedure.

Artikel 1.8 van het Handboek is een bonusregeling en dient te worden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-norm. Dat brengt met zich dat ook moet worden gekeken naar de bedoelingen van partijen. Met de bonusregeling hebben Santon c.s. beoogd een bonus c.q. winstuitkering te verstrekken als de onderneming een positief resultaat behaalt, waarbij de hoogte van de bonus afhankelijk is van het persoonlijk functioneren. Onder de bonusregeling van vóór 2005 was de bonus afhankelijk gesteld van de behaalde winst. De nieuwe bonusregeling borduurde daarop voort met de enkele bedoeling om de regeling eenvoudiger te maken. In het Handboek en de toekenningsbrieven wordt gesproken over een “winstuitkering”. Santon c.s. hebben aan de regeling ook in die zin uitvoering gegeven. Toen de onderneming in 2012 en 2014 verlies draaide, is er geen bonus uitgekeerd.

Mocht de CAO-norm van toepassing zijn, dan voeren Santon c.s. aan dat acht moet worden geslagen op de elders in het Handboek gebruikte formuleringen en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. De uitleg van FNV c.s. leidt tot een onredelijk effect en zou de continuïteit van de onderneming in gevaar kunnen brengen. Verder mag betekenis worden gehecht aan de jaarlijkse toekennings-brieven van Santon c.s. aan het personeel. Uit deze brieven, die als objectief kenbaar zijn aan te merken, kan de bedoeling van de bonusregeling worden afgeleid.

In het geval de kantonrechter van oordeel is dat ook bij een negatief resultaat een bonus moet worden uitgekeerd, voeren Santon c.s. aan dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Voor toewijzing van de gevorderde wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten bestaat geen grond, aldus Santon c.s.

4. De beoordeling

4.1

In geschil is de vraag hoe artikel 1.8 van het Handboek moet worden uitgelegd.

Daar waar FNV c.s. menen dat bij de uitleg van het artikel de CAO-norm moet worden gehanteerd, stellen Santon c.s. zich op het standpunt dat de Haviltex-norm moet worden toegepast.

4.2

De Haviltex-norm houdt in dat het bij de uitleg van een schriftelijk contract aankomt op hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid, en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit dit een en ander volgt dat redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen (vgl. HR 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9430, Steinbusch/Van Alphen).

De rechtspraak waarin de CAO-norm is ontwikkeld en toegepast, ziet op gevallen waarin de door de rechter uit te leggen bepaling van de overeenkomst mede de rechtspositie van derden beïnvloedt. Daar waar de norm aanvankelijk in het leven werd geroepen voor de uitleg van bepalingen in cao’s, is de reikwijdte ervan in de loop van de tijd uitgebreid naar andere regelingen, zoals een sociaal plan en een pensioenreglement. De norm houdt in dat de bewoordingen van de desbetreffende bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst waarin de bepaling staat, van doorslaggevende betekenis zijn. Ook kan acht worden geslagen op de elders in de tekst of in een eventuele schriftelijke toelichting gebruikte formuleringen en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. De bestaansgrond van de CAO-norm is gelegen in de bescherming van derden tegen een uitleg van een bepaling in een overeenkomst waarbij betekenis wordt toegekend aan de voor hen niet kenbare partijbedoeling en in de noodzaak van een eenvormige uitleg voor alle door die overeenkomst gebonden partijen (vgl. HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687, r.o. 3.5 FNV/Condor).

Wat betreft de verhouding tussen de twee normen heeft de Hoge Raad (vgl. FNV/Condor en HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, DSM/Fox) bepaald dat tussen de Haviltexnorm en de CAO-norm geen tegenstelling bestaat, maar een vloeiende overgang, en dat de rechtspraak over uitleg als gemeenschappelijke grondslag heeft dat bij de uitleg van een schriftelijk contract telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Aldus is sprake van een glijdende schaal: naarmate een overeenkomst naar haar aard meer is bestemd de rechtspositie van derden te beïnvloeden, wint een uitleg van de tekst naar objectieve maatstaven aan belang.

4.3

De bonusregeling van Santon c.s. is tot stand gekomen met instemming van de ondernemingsraad en in overleg met FNV. Daarnaast geldt dat de regeling bedrijfsbreed wordt toegepast, namelijk op alle CAO-medewerkers en boven CAO-medewerkers indien geen andere, individuele bonusregeling is afgesproken. Dat maakt dat een eenvormige uitleg van de regeling voor alle betrokkenen (zowel de partijen die betrokken waren bij de totstandkoming van de regeling als derden, zijnde het personeel van Santon c.s.) noodzakelijk is. Om deze redenen dient bij de uitleg van de bonusregeling de CAO-norm als uitgangspunt te worden genomen. Tegelijkertijd wordt in aanmerking genomen dat het hier gaat om een bonusregeling die op belangrijke punten afwijkt van een cao. Zo geldt de bonusregeling alleen binnen een concern, terwijl bij een cao doorgaans talloze, van elkaar onafhankelijke ondernemingen in een bedrijfstak daaraan gebonden zijn. Daarnaast is de bonusregeling, anders dan bij een cao die tot stand komt na onderhandelingen en FNV als contractspartij optreedt, vastgesteld door Santon c.s. De ondernemingsraad en FNV waren daar weliswaar bij betrokken, maar strikt genomen zijn zij geen contractspartijen. Daar waar het instemmingsrecht van de ondernemingsraad met een belonings- of functiewaarderingssysteem wettelijk is geregeld in artikel 27 lid 1 sub c WOR, ontbeert FNV op dat punt een wettelijke basis. Verder is niet duidelijk wat en hoe groot de rol van FNV bij de totstandkoming precies is geweest.

Onder deze bijzondere omstandigheden en gelet op vorenomschreven glijdende schaal, ziet de kantonrechter aanleiding om, in afwijking van de CAO-norm, bij de hierna volgende uitleg niet alleen de bewoordingen van de bepaling (in het licht van de gehele tekst) en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de verschillende tekstinterpretaties zouden kunnen leiden, te betrekken, maar ook de bedoeling van de ondernemingsraad en Santon c.s. die blijkt uit stukken, die worden geacht voor alle betrokkenen (zijnde de ondernemingsraad, Santon c.s. en het algehele personeel dat valt onder de bonusregeling), kenbaar te zijn. Die stukken komen aan de orde onder 4.5 en 4.6. Het gaat daarbij niet om de kenbaarheid van die stukken bij de Werknemers afzonderlijk, maar om de kenbaarheid bij het algehele personeel ten tijde van het uitbrengen van de stukken. Dat sommigen van de Werknemers niet bekend waren met die stukken, omdat zij op dat moment nog niet in dienst waren, is derhalve niet relevant.

4.4

Het geschil spitst zich toe op de uitleg van de bewoordingen “Resultaat Santon tot 5% voor belasting” in de in artikel 1.8 van het Handboek weergegeven kolom. Aan FNV c.s. kan worden toegegeven dat, indien dezie bepaling enkel taalkundig wordt benaderd, een negatief resultaat ook besloten lijkt te liggen in deze categorie, doordat er strikt genomen geen minimum is vermeld en het resultaat van de onderneming verder niet nader is omschreven of beperkt. Apert evident is het echter niet.

Overwogen wordt nog dat, hoewel in artikel 1.8 alleen wordt gesproken over een bonus, in de inhoudsopgave van het Handboek is vermeld “1.8 Standaardbonus en winstuitkering”. Waarom het woord “winstuitkering” vervolgens niet terugkomt in het bewuste artikel, is niet duidelijk, maar de titel in de inhoudsopgave biedt in ieder geval geen steun aan het standpunt van FNV c.s.

4.5

Bekijkt men de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden, dan ligt het naar het oordeel van de kantonrechter meer voor de hand dat er alleen een bonus wordt uitgekeerd indien sprake is van een positief resultaat. Een bonus is immers, anders dan een periodieke salarisverhoging, een extra beloning voor prestaties die hebben bijgedragen aan een positief resultaat. Naar Santon c.s. terecht hebben gesteld, zou het uitkeren van een jaarlijkse bonus terwijl sprake is van een negatief resultaat de onderneming in een nog slechtere positie brengen en daarmee de continuïteit in gevaar kunnen brengen. Natuurlijk kunnen daar afwijkende afspraken over worden gemaakt, maar dan ligt het voor de hand om dat expliciet vast te leggen.

De formulering van artikel 1.8 van het Handboek is op dat punt niet duidelijk genoeg.

Daarnaast speelt mee dat in de oude bonusregeling van Santon c.s. (van vóór medio 2005) het bonusbudget afhankelijk was gesteld van de netto winstmarge van Santon c.s. Indien er een bonusbudget beschikbaar was, werd de verdeling daarvan vervolgens gerelateerd aan het beoordelingsniveau van een medewerker. Santon c.s. hebben gesteld dat de huidige bonusregeling voortborduurde op de oude bonusregeling met de bedoeling een eenvoudige en transparante systematiek in te voeren. Dat blijkt ook uit de brief van Santon c.s. van
30 juni 2005 met bijlagen die zij naar al het personeel hebben gestuurd om hen te berichten over het nieuwe beoordelingssysteem. Nu de ondernemingsraad bestaat uit leden die tevens medewerkers zijn van Santon c.s. en die in die hoedanigheid voormelde brief hebben ontvangen, wordt de ondernemingsraad geacht tevens bekend te zijn met die brief. Daarmee is die brief aan te merken als kenbaar voor alle betrokkenen, zodat deze wordt betrokken bij de beoordeling. Indien de in die brief aangekondigde wijziging mede had ingehouden dat er ook een bonus zou worden uitgekeerd bij een negatief resultaat, zou dat een aanzienlijke verruiming van de voorwaarden zijn en ligt het voor de hand dat Santon c.s. dat expliciet in die brief zouden hebben genoemd. Daarover is niets vermeld. Sterker nog, in die brief is bij de toelichting van de jaarlijkse bonus de matrix afgebeeld (een wat eenvoudigere versie dan in het Handboek) met in de derde kolom “Winst Santon boven 10% voor belasting”. Het is daarom niet aannemelijk te achten dat Santon c.s. hebben beoogd ook bij een negatief resultaat een bonus uit te keren. Gesteld noch gebleken is ook van enige gedraging vanuit de ondernemingsraad waaruit blijkt dat de ondernemingsraad die bedoeling of verwachting wel had.

4.6

Voorts wordt betekenis gehecht aan de wijze waarop Santon c.s. uitvoering hebben gegeven aan de bonusregeling, voor zover dat blijkt uit de kenbare praktijk. Vaststaat dat Santon c.s. elk jaar een toekenningsbrief aan het personeel heeft gestuurd met daarin de mededeling of en zo ja, welk bonusbedrag is toegekend aan de desbetreffende medewerker. De ondernemingsraad is bekend met deze toekenningsbrieven. In die brieven is consequent, door de jaren heen, steeds melding gemaakt van een winstuitkering. Daarnaast geldt dat in de jaren 2012 en 2014 geen bonusuitkering plaatsvond vanwege de financiële slechte resultaten van Santon c.s. Ook daarvan is het personeel schriftelijk op de hoogte gesteld. De ondernemingsraad noch enige werknemer van Santon c.s. hebben hiertegen bezwaren gemaakt of de wijze van berekening van de bonus aangekaart.

4.7

Ter zitting hebben FNV c.s. gesteld dat dhr. [naam persoon] (hierna: “ [naam persoon] ”), bestuurder van Santon c.s., tijdens een overleg met de ondernemingsraad in 2009 had verklaard dat de uitleg dat bij een individuele beoordeling van minimaal 5,5 een bonus is verschuldigd, de juiste is. Die stelling is evenwel door Santon c.s. gemotiveerd betwist. Volgens Santon c.s. had [naam persoon] enkel te kennen gegeven dat, in de situatie dat het resultaat van Santon c.s. slechts een klein beetje negatief zou zijn, er coulance zou worden betracht en een bonus zou worden uitgekeerd.

Nog daargelaten dat de door FNV c.s. gestelde toezegging van [naam persoon] niet vast is komen te staan, heeft te gelden dat, indien die toezegging al zou zijn gedaan, daaraan geen betekenis kan worden toegekend bij de uitleg van de bonusregeling, nu deze enkel is geuit jegens de ondernemingsraad en derhalve niet kenbaar was voor het algehele personeel van Santon c.s. Aan het in dit kader door FNV c.s. gedane bewijsaanbod zal daarom voorbij worden gegaan.

4.8

Het voorgaande tezamen bezien, leidt tot het oordeel dat de bewoordingen “Resultaat Santon tot 5% voor belasting” in artikel 1.8 van het Handboek dusdanig wordt uitgelegd dat daarin een minimum ligt besloten, zodat alleen een bonus mogelijk is bij een positief resultaat van Santon c.s. Het gevorderde onder A. ligt daarmee voor afwijzing gereed.

4.9

FNV c.s. hebben verder nog het standpunt ingenomen dat Santon c.s. over 2018 een positief resultaat hebben behaald. Santon c.s. hebben die stelling betwist en daarbij een overzicht van de bedrijfsresultaten over 2018 overgelegd. Volgens hen zijn die cijfers gecontroleerd en goedgekeurd door een accountant. Uit dat overzicht blijkt dat in 2018 sprake is van een negatieve EBIT van € 328.759,-. FNV c.s. hebben de juistheid van deze cijfers in twijfel getrokken.

Het ligt conform artikel 150 Rv op de weg van FNV c.s. om bewijs te leveren van hun stelling dat Santon c.s. over 2018 een positief resultaat hebben bereikt. In dat verband hebben zij aangevoerd dat de medewerkers van Santon c.s. in 2018 regelmatig in ploegendiensten hebben gewerkt om aan de vraag te kunnen voldoen. Deze omstandigheid, die verder niet is onderbouwd of toegelicht, is onvoldoende als bewijs van een positief resultaat.

Daarnaast hebben FNV c.s., onder overlegging van een krantenbericht van 1 februari 2018, betoogd dat het niet aannemelijk is dat er verlies is gedraaid in 2018, omdat de onderneming van Santon c.s. in januari 2018 door [naam persoon] aan DiscoverIE is verkocht tegen 27 miljoen euro. In reactie daarop hebben Santon c.s. aangevoerd dat de verkoopprijs was gebaseerd op de cijfers over 2016 en 2017 die winstgevend waren en op het feit dat ten tijde van de onderhandelingen de prognoses over 2018 nog positief waren. Met die redenering hebben Santon c.s. het betoog van FNV c.s. voldoende weersproken.

4.10

FNV c.s. hebben voor het overige geen stukken overgelegd die twijfel zaaien over de door Santon c.s. overgelegde cijfers of die een indicatie zouden kunnen zijn dat in 2018 een positief resultaat is bereikt door Santon c.s. Evenmin hebben zij op dit punt een concreet bewijsaanbod gedaan. Derhalve is niet vast komen te staan dat Santon c.s. over 2018 een positief resultaat is behaald, op grond waarvan zij een bonusuitkering dienen te doen aan de Werknemers en overig personeel.

4.11

Dat betekent dat de vorderingen onder B. t/m F. alsook de nevenvordering onder G. zullen worden afgewezen.

4.12

Als de in het ongelijk gestelde partij worden FNV c.s. veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt FNV c.s. in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Santon c.s. vastgesteld op € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

775