Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4266

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-04-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
C/10/591909 / JE RK 20-513
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift inzake machtiging gesloten jeugdhulp. Gewezen t.t.v. corona-maatregelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/591909 / JE RK 20-513

datum uitspraak: 28 april 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2004 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 10 maart 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 23 april 2020, ingekomen bij de griffie op 23 april 2020;

- de instemmende verklaring van 28 april 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De kinderrechter heeft partijen telefonisch gehoord.

Op 28 april 2020 heeft de kinderrechter, in het bijzijn van de griffier, telefonisch gehoord:

- de minderjarige [naam kind] , bijgestaan door mr. A.T. Tilburg,

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] verblijft bij Pluryn.

Bij beschikking van 12 november 2019 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot

12 november 2020.

Bij beschikking van 10 maart 2020 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend, met ingang van 12 maart 2020 tot 12 mei 2020, betreffende [naam kind] .

Het overig verzochte is aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden. Er is reeds beslist op een deel van het verzoek van de GI, waardoor nu resteert te beslissen op de periode tot

12 september 2020.

De standpunten

De GI heeft het resterende deel van het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.
De machtiging gesloten jeugdhulp is nodig voor een plaatsing van [naam kind] bij Hand in Hand (Horizon). [naam kind] houdt zich momenteel goed aan de afspraken. Indien hij deze lijn voortzet, dan zal hij binnen een paar weken kunnen doorstromen naar Hand in Hand. Aldaar zal hij gaan oefenen met meer vrijheden. Het doel van deze plaatsing is een gefaseerde overgang naar meer openheid en zelfstandigheid.

Door en namens [naam kind] is naar voren gebracht dat [naam kind] het liefst naar huis zou willen. In de huidige omstandigheden is een plaatsing bij Hand in Hand echter een goede vervolgstap. [naam kind] kan daar laten zien dat hij in staat is om met beperkte vrijheden om te gaan. Hij zal zich daarvoor inzetten.

De moeder heeft medegedeeld dat zij en [naam kind] ervan zijn geschrokken dat een machtiging gesloten jeugdhulp nodig is voor de plaatsing bij Hand in Hand. Zij zijn hierover niet duidelijk geïnformeerd door de GI. De moeder is van oordeel dat het wel een goede plek voor [naam kind] kan zijn, als een tussenstap. Zij kan daarom wel instemmen met het resterende deel van het verzoek van de GI.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, van de Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen door partijen telefonisch naar voren is gebracht, is gebleken dat [naam kind] op dit moment bij Pluryn, in een voorziening voor gesloten jeugdhulp, verblijft. Hij heeft zichtbaar geprofiteerd van de duidelijkheid, structuur en kaders binnen de gesloten setting. [naam kind] doet het goed op de groep en hij is gemotiveerd om aan zijn school te werken. In verband met de positieve ontwikkelingen zal er toegewerkt worden naar een passende vervolgstap voor [naam kind] . Een thuisplaatsing of een plaatsing binnen het netwerk is op dit moment niet aan de orde, omdat het risico bestaat dat [naam kind] zal terugvallen in oude patronen. Als tussenstap zal [naam kind] daarom op de besloten groep Hand in Hand (Horizon) geplaatst worden, alwaar hij kan oefenen met meer vrijheden. De verwachting is dat [naam kind] binnen enkele weken kan doorstromen naar Hand in Hand. Om deze plaatsing te kunnen realiseren is een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk. De kinderrechter zal daarom het resterende deel van het verzoek van de GI toewijzen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp, met ingang van 12 mei 2020 tot
12 september 2020, betreffende de minderjarige [naam kind] .

Deze beschikking is gegeven door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. R. Spaans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.