Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4245

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-04-2020
Datum publicatie
13-05-2020
Zaaknummer
C/10/594828 / FA RK 20-2602
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 7:7 Wvggz. toewijzing voortzetting crisismaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer:

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [postcode] [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, Bouman Kliniek te Rotterdam,

advocaat mr. I. Saey te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 10 april 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 10 april 2020;

 de medische verklaring opgesteld door drs. R.M. Lopes Benoliel, psychiater, van 10 april 2020;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Antes, Bouman Kliniek.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria crisismachtiging

2.1.1.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.

2.1.2.

Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstig nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen zorg.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is en de kans op maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is dinsdag vanuit een andere kliniek overplaatst naar de Bouman Kliniek. Hij was bij opname onder invloed van alcohol, verward en gespannen. Op dit moment is betrokkene snel geagiteerd en hij doet megalomane uitspraken. Ook is hij boos op zijn begeleiders bij de beschermde woonvorm. In de beschermde woonvorm vinden zijn begeleiders dat het moeilijk is contact met betrokkene te maken. Hij komt psychotisch over. In de accommodatie zien ze dat minder maar dat komt waarschijnlijk omdat betrokkene op dit moment geen middelen gebruikt. Vanuit de beschermde woonvorm is de zorg groot dat het bij ontslag snel mis zal gaan. Betrokkene dient nog verder geobserveerd te worden om te bezien of de ophoging van de medicatie effect heeft. Zodra betrokkene stabiel is, kan hij terug naar de beschermde woonvorm.

2.1.4.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een maniform gekleurde psychose, vermoedelijk bij middelengebruik en een licht verstandelijke beperking dd schizoaffectieve stoornis.

2.1.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

 het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

 het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.2.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.2.3.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.2.4.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.3.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 mei 2020.

Deze beschikking is op 16 april 2020 mondeling gegeven door mr. S.W. Kuip, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.