Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4239

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-04-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
C/10/594765 / FA RK 20-2562
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

artikel 7:7 Wvggz toewijzing voortzetting crisismaatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594765 / FA RK 20-2562

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 14 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene]

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode] te [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, locatie Albrandwaarsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. R.F. Nelisse te Schiedam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 9 april 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 9 april 2020;

 de medische verklaring opgesteld door drs. S.M. Kooper, psychiater, van 9 april 2020;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam arts] , arts verbonden aan Antes, locatie Albrandswaardsedijk.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria crisismachtiging

2.1.1.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.

2.1.2.

Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene is opgenomen met een psychotisch toestandsbeeld. Hij heeft zijn zwangere buurvrouw geslagen en veroorzaakt overlast in de buurt. Betrokkene kon bij opname niet op de afdeling behandeld worden en is gesepareerd geweest. Er is hem noodmedicatie toegediend. Betrokkene is sinds kort uit de separeerruimte. Hij vertoont nog verward gedrag en vertelt onsamenhangende verhalen. Er is begonnen met het toedienen van antipsychotica maar dat heeft nog weinig effect gehad. Betrokkene heeft een inconsistente meningsvorming over zijn verblijf in de accommodatie.

2.1.4.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van niet nader omschreven psychotische stoornis.

2.1.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

 het onderzoek aan kleding of lichaam;

 het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

 het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

 het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.2.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.2.3.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.3.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 mei 2020.

Deze beschikking is op 14 april 2020 mondeling gegeven door mr. M.C. van Dijkhuizen, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 21 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.