Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4230

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-04-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
C/10/595440 / FA RK 20-2886
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 6:4 WvGGZ. Zorgmachtiging. Toewijzing. Schizofrenie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/595440 / FA RK 20-2886

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 29 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in GGZ Delfland, locatie Dr. Noletstraat te Schiedam,

advocaat mr. H. Vrijhof te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 23 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door M. Hoogervorst-Abdulkadir, psychiater, van 9 april 2020;

 het zorgplan van 3 april 2020 met bijlagen;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens voor betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 april 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

 K. Borsboom, AIOS, verbonden aan GGZ Delfland, locatie Dr. Noletstraat.

1.3.

De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel alsmede ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene is sinds 2016 bekend met forse paranoïde psychotische episoden en kent een verleden van meerdere gedwongen opnames. Tijdens deze psychotische episoden heeft betrokkene paranoïde wanen (angst en achterdocht naar familie en hulpverlening) en grootheidswaanzin (denkt een wereldleider te zijn). Daarnaast kan betrokkene dan agressief gedrag vertonen en zichzelf verwaarlozen, zoals niet eten, drinken en slapen wat kan leiden tot uitputting van het systeem. Betrokkene is in die periodes niet meer hanteerbaar in de thuissituatie. Betrokkene heeft geen ziektebesef en geen intrinsieke behandelmotivatie. Een klinische opname is hierdoor geïndiceerd.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat haar autonomie zoveel mogelijk herwint en om de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De arts verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene vaker opgenomen is geweest met psychoses. Hierbij is ook dwangmedicatie toegepast. Binnen de kliniek is er nog steeds sprake van zelfverwaarlozing en is betrokkene nog niet hersteld. Betrokkene heeft geen ziektebesef en zij vindt dat zij niet ziek is; haar klachten zouden worden veroorzaakt als bijwerkingen van de medicijnen die zij neemt. De behandelaar geeft aan dat het beeld sterk fluctueert en dat een goede behandeling noodzakelijk is. Na elk ontslag verslechtert de situatie en het herstel duurt steeds langer door de vele episoden.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie;

 het verrichten van medische controles;

 het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

 het beperken van de bewegingsvrijheid, bij terugval en geen overeenstemming;

 het insluiten, bij terugval en geen overeenstemming;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene, in de thuissituatie voor controle medicatie inname;

 het opnemen in een accommodatie, bij terugval en geen overeenstemming.

2.2.3.

De advocaat bepleit voor een kortere opname duur met een maximum van drie maanden. Betrokkene is voldoende in staat zelf aan te geven wanneer haar situatie verslechtert. Wanneer alsdan een gedwongen opname is geïndiceerd, dient betrokkene opnieuw beoordeelt te worden gevolgd door een korte opname.

De rechtbank ziet geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. De rechtbank ziet om die reden geen aanleiding de duur van de opname, wanneer deze noodzakelijk is, op voorhand te beperken.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte\ duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 oktober 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 29 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 11 mei schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.