Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4226

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-04-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
C/10/595123 / FA RK 20-2742
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 6:4 WvGGZ zorgmachtiging. Toegewezen. Recidiverende psychoses in het kader van schizofrenie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/595123 / FA RK 20-2742

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 29 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , Suriname,

hierna: betrokkene,

wonende te Humantis, locatie de Leeuwenhoek, West-Kruiskade 54, 3014 AW Rotterdam,

advocaat mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 16 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door E. Leeman, psychiater, van 2 april 2020;

 het zorgplan van 12 maart 2020 met bijlagen;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens voor betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 april 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

 V. Schiettekatte, GGZ agoog, verbonden aan Parnassia Groep.

1.3.

De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten recidiverende psychoses in het kader van schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel alsmede ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene is bekend met schizofrenie met terugkerende psychotische episoden. Betrokkene heeft in het verleden meermaals na het staken van haar medicatie een terugval in psychoses ontwikkeld. Betrokkene heeft geen ziekteinzicht en zij ontkent de gestelde diagnose en de daarbij benoemde klachten. Betrokkene heeft het idee dat de GGZ haar gedurende haar leven (onterecht) dingen heeft aangedaan en zij is daar verbolgen over. Bij eerdere terugvallen heeft betrokkene voor overlast in het verzorgingshuis waar zij woont gezorgd, hetgeen leidde tot het risico dat zij daar niet langer kon blijven wonen. Vanuit de paranoïde psychose kan betrokkene zeer achterdochtig en agressief gedrag vertonen. Op dit moment is betrokkene dankzij de medicatie (weer) stabiel.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Volgens de behandelaar is betrokkene op dit moment stabiel door de medicatie. De verwachting is dat betrokken terugvalt in haar medicatieweigering. Zonder medicatie is betrokkene niet begeleidbaar, zijn er incidenten en komt haar woonplek in gevaar. Zonder zorgmachtiging zal betrokkene haar medicatie weigeren.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen medicatie;

 het verrichten van medische controles.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Ter zitting blijkt dat betrokkene haar woonplek bij Humanitas als prettig ervaart en dat zij daar wil blijven wonen. Om die reden is een gedwongen opname als verplichte vorm van zorg niet noodzakelijk.

2.2.3.

De advocaat stelt ter zitting dat betrokkene de stoornis ontkent en dat er geen sprake is van ernstig nadeel. De situatie van betrokkene is nu goed. Er is niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor gedwongen zorg. De advocaat verzoekt primair van het verzoek afwijzing, subsidiair, bij toewijzing van enige machtiging geen machtiging tot opname en meer subsidiair, alleen als verplichte vorm van zorg het toedienen van medicatie.

De rechtbank is van oordeel, op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting, dat er sprake is van een psychische stoornis, waar medicatie voor nodig is. Zolang betrokkene de medicatie accepteert en inneemt valt niet te voorzien dat op termijn sprake zou kunnen zijn van een terugval. Om die reden wordt de verplichte vorm van zorg die ziet op een gedwongen opname afgewezen. Voor de overig verzochte vormen zijn er geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 oktober 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 29 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 11 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.