Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4143

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2020
Datum publicatie
20-05-2020
Zaaknummer
C/10/594176 / JE RK 20-895
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Machtiging gesloten jeugdhulp. Gewezen t.t.v. corona-maatregelen.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/594176 / JE RK 20-895

datum uitspraak: 30 april 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Rotterdam,

hierna te noemen het college, gevestigd te Rotterdam,

vertegenwoordigd door

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2002 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam stiefvader] ,

hierna te noemen de stiefvader, wonende te [woonplaats stiefvader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de verklaring d.d. 4 maart 2020 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 13 maart 2020 van een gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 1 april 2020.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De kinderrechter heeft de betrokkenen op 30 april 2020 telefonisch, in een zogenoemde conference call, gehoord.

Gehoord zijn, in aanwezigheid van de griffier:

- de minderjarige [naam kind] , die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, bijgestaan door mr. M. de Reus,

- de moeder,

- de stiefvader,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

Het verzoek

De GI heeft namens het college een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.


De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De GI is sinds december 2019 betrokken naar aanleiding van een melding van het wijkteam bij het jeugdbeschermingsplein. [naam kind] verblijft bij Pluryn, maar vanwege zijn wegloopgedrag kan zijn veiligheid daar niet langer worden gewaarborgd. Wanneer [naam kind] wegloopt vertoont hij zeer risicovol gedrag. Hij vertoont daarnaast delinquent gedrag en neemt geen contact op met zijn netwerk. Als hij weer terug is, is hij somber en ziet hij er uitgeput uit. Ondanks alle interventies blijft [naam kind] weglopen, waardoor zijn behandeling onvoldoende van de grond komt. De GI zal de komende periode onderzoeken wat een passende vervolgplek is voor [naam kind] .

Het standpunt van belanghebbenden

De moeder heeft aangegeven achter het verzoek te staan. De ouders vragen al langere tijd om een gesloten plaatsing van [naam kind] . De moeder vindt de plaatsing vooral nodig vanwege het weglopen van [naam kind] en alle gevaren die het weglopen met zich meebrengt.

De stiefvader heeft ingestemd met de gesloten plaatsing. Hij heeft ernstige zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van [naam kind] . [naam kind] is niet behandelbaar binnen de open setting.

Namens en door [naam kind] is geen verweer gevoerd tegen het verzoek. [naam kind] ziet in dat het op deze manier niet langer gaat. [naam kind] loopt veel weg en heeft hulp nodig voor zijn drugsproblematiek.

De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat in deze zaak telefonisch horen voldoende is om tot een goed oordeel te komen over het verzoek en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen door betrokkenen naar voren is gebracht is gebleken dat [naam kind] ernstig wordt belemmerd in zijn ontwikkeling. Bij [naam kind] is sprake van gedragsproblematiek en alcohol- en drugsgebruik. Er is al geruime tijd hulpverlening betrokken, maar dit heeft tot onvoldoende resultaat geleid. Ook plaatsingen bij Auriga en Pluryn hebben de zorgen over [naam kind] niet weggenomen. [naam kind] loopt veelvuldig weg, waardoor hem onvoldoende de behandeling kan worden geboden die hij nodig heeft. Een gesloten plaatsing is noodzakelijk om te zorgen dat [naam kind] de behandeling krijgt die hij nodig heeft. De ouders stemmen in met het verblijf in een gesloten accommodatie. De kinderrechter acht het zeer positief dat ook [naam kind] inziet dat een gesloten plaatsing op dit moment is wat hij nodig heeft.

De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode tot aan de meerderjarigheid en het verzoek voor het overige afwijzen. De kinderrechter benadrukt daarbij dat de GI zo spoedig mogelijk dient te onderzoeken welke vervolgplek passend is voor [naam kind] , aangezien hij al bijna achttien jaar is.

De beslissing
De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 30 april 2020 tot [geboortedatum kind] 2020 betreffende de minderjarige [naam kind] ;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2020 door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 mei 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.