Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4131

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-04-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
C/10/595196 / FA RK 20-2761
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvgzz. Opname in accommodatie wordt niet toegewezen als vorm van verplichte zorg, omdat betrokkene ambulant zal worden behandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/595196 / FA RK 20-2761

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene], Goudkust,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene], [woonplaats betrokkene],

thans verblijvende in GGZ Delfland, Willem de Zwijgerlaan 35, 3116 HW Schiedam,

advocaat mr. L.M. Deiman te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 20 april 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door D. van Dam, psychiater, van 8 april 2020;

  • -

    de zorgkaart;

  • -

    het zorgplan van 7 april 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

  • -

    J.P. Welschen, psychiater,

  • -

    A. van Rees, verpleegkundig specialist tevens regiebehandelaar, en

  • -

    E. Dijk, verpleegkundige, allen verbonden aan GGZ Delfland.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een ernstige depressie met psychotische kenmerken. Tevens is als nevendiagnose schizofrenie bij betrokkene vastgesteld.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
Betrokkene is vanuit de Forensisch Psychiatrische Kliniek de Kijvelanden overgeplaatst naar de huidige accommodatie. Betrokkene werd daar opgenomen vanwege een poging tot suïcide en poging tot doodslag op zijn echtgenote (toen zij hem van suïcide probeerde te weerhouden) onder invloed van akoestische hallucinaties bij een psychotische depressie, dan wel bij een psychotische stoornis. Momenteel wordt betrokkene adequaat behandeld voor de ernstige depressie. Indien betrokkene opnieuw psychotisch of depressief wordt kunnen de somberheidsklachten toenemen waardoor hij zichzelf of een ander in levensgevaar kan brengen. Daarnaast is er in dat geval sprake van verwaarlozing van zelfzorg. Betrokkene zal binnenkort een eigen woning krijgen, wat voor extra spanning kan zorgen. De verpleegkundig specialist acht het risico groot dat betrokkene – vanwege de bijwerkingen die hij ervaart– zal stoppen met het innemen van zijn medicatie indien hij geen zorgmachtiging heeft. Daarnaast acht zij het van belang dat de periode van klinische naar ambulante behandeling goed wordt overbrugd.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling aangeeft dat hij zijn medicatie vrijwillig inneemt, is gebleken dat hij de noodzaak van de medicatie niet inziet. Daarnaast heeft betrokkene recent – tegen het advies in van de arts – zijn medicatie verlaagd. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Betrokkene werkt mee aan huisbezoeken en werkt mee aan controle van zijn medicatie-inname.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het beperken van de bewegingsvrijheid, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene en het opnemen in een accommodatie, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd tijdens de mondelinge behandeling.

De rechtbank overweegt in dit verband dat indien een vorm van verplichte zorg die niet is toegewezen in de toekomst noodzakelijk is, tijdelijke verplichte zorg kan worden verleend als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Zo nodig, kan wijziging van de zorgmachtiging worden verzocht.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 oktober 2020.

Deze beschikking is op 23 april 2020 mondeling gegeven door mr. H.J. Wieman-Bart, rechter, in tegenwoordigheid van S.S. Rigters, griffier, en op 1 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.