Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4116

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
C/10/595416 / FA RK 20-2873
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz. Opname in een accommodatie als vorm van verplichte zorg wordt afgewezen omdat betrokkene ambulant wordt behandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/595416 / FA RK 20-2873

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene]

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Nieuwe Binnenweg te Rotterdam,

advocaat mr. J. van Veelen-de Hoop te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 22 april 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door I. Koolhoven, psychiater, van 14 april 2020;

  • -

    de zorgkaart van 16 april 2020 met bijlagen;

  • -

    het zorgplan van 13 februari 2020 met bijlagen;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene, en

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 april 2020. Bij die gelegenheid zijn conform artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

  • -

    betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

  • -

    M. Schaap, psychiater,

  • -

    T. Rasser, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, en

  • -

    A. van Loef, arts, allen verbonden aan Parnassia Groep.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van een persoon wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor een persoon geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van een persoon te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van een persoon te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene in de voorliggende zaak lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene wordt reeds jaren ambulant behandeld. In het verleden is gebleken dat betrokkene opnieuw psychotisch wordt als hij stopt met het innemen van zijn medicatie. Het is daarbij noodzakelijk geweest dat betrokkene werd opgenomen in een accommodatie. Indien betrokkene psychotisch wordt bestaat het risico dat voornoemde ernstige nadelen zich wederom voordoen. Het is daarom van belang dat betrokkene zijn medicatie krijgt toegediend.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat hij het gebruik van medicatie niet nodig vindt. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie ter behandeling van een psychische stoornis. Betrokkene werkt mee aan de bijbehorende huisbezoeken.

De psychiater verzoekt tijdens de mondelinge behandeling om aanvulling van het verzoek

met opname in een accommodatie als vorm van verplichte zorg, omdat in het verleden is gebleken dat betrokkene één keer per jaar moet worden opgenomen indien hij medicatie weigert en daarbij ernstig nadeel dreigt.

De rechtbank overweegt dat indien opname in een accommodatie in de toekomst noodzakelijk is, tijdelijke verplichte zorg kan worden verleend als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Zo nodig, kan wijziging van de zorgmachtiging worden verzocht.

Daarbij komt dat, voordat tot deze vorm van vrijheidsbeneming kan worden overgegaan een onafhankelijk psychiater de actuele gezondheidstoestand van betrokkene dient te beoordelen. Wanneer nu toestemming wordt gegeven om betrokkene op enig moment in de toekomst op te nemen zonder waarborg dat daaraan voorafgaand een beoordeling plaatsvindt door een onafhankelijk psychiater, wordt niet voldaan aan de eisen die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt. Opname in een accommodatie als vorm van verplichte zorg, wordt daarom afgewezen.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 oktober 2020.

Deze beschikking is op 30 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van S.S. Rigters, griffier, en op 6 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.